“We raken terrein kwijt” – datacenters hebben ruimte nodig
Capaciteitsproblemen, vergunningsvertragingen en IT-vlucht naar het buitenland. Michiel Eielts (Equinix) over een sector onder druk.
Published on May 18, 2026

Een blik op een van de verdiepingen van het datacenter - © IO+
Mauro verruilde Sardinië voor Eindhoven en volgt als GREEN+ expert de energietransitie. Hij vertelt data-gedreven verhalen en maakt series over duurzaamheid.
Michiel Eielts staat al 17 jaar aan het roer van de Nederlandse tak van Equinix. Deze Amerikaanse multinational exploiteert een wereldwijd netwerk van colocatie-datacenters — faciliteiten waar meerdere klanten rekenkracht kunnen huren.
Voordat we een rondleiding kregen in een van de datacenters van Equinix in het Amsterdam Science Park, sprak IO+ met de directeur om de balans op te maken van de huidige situatie. De vraag naar rekenkracht neemt enorm toe – en daarmee ook de bezorgdheid van mensen over de bouw van datacenters.
Bouwverboden in sommige gemeenten en bezorgdheid over bestemmingsplannen beperken de ontwikkeling van datacenters. “Onlangs sprak ik met een AI-professor die hier op het Amsterdam Science Park werkt. Al zijn rekenwerk wordt nu in Finland verwerkt, omdat er hier geen AI-capaciteit beschikbaar is. We raken nu al terrein kwijt, en de meeste mensen realiseren zich dat nog niet”, stelt Eielts.
17 jaar is een lange tijd, zeker in de digitale wereld. Hoe zijn de zaken voor jou sindsdien veranderd?
“Toen ik bij Equinix begon, bestond ons klantenbestand vooral uit IT-bedrijven, met mensen die precies begrepen hoe die infrastructuur werkte. Inmiddels is IT volledig gedemocratiseerd: vrijwel elk bedrijf is ervan afhankelijk.
Toen we ons kort na de bankencrisis van 2008 in Amsterdam vestigden, werden datacenters nog met open armen ontvangen. Gemeenten zagen kansen en waren enthousiast over nieuwe investeringen. Inmiddels is dat sentiment compleet veranderd. De gemeente wil nauwelijks nog nieuwe datacenters toestaan. Het laat zien hoe snel het maatschappelijke en politieke klimaat rond digitale infrastructuur kan omslaan.”
De gemeente Amsterdam heeft besloten af te zien van de bouw van nieuwe datacenters. Welke gevolgen heeft dit besluit voor jou?
“Equinix had al twee projecten lopen voordat het moratorium werd ingevoerd. Eén project is inmiddels stilgelegd; voor het andere wachten we nog op de definitieve vergunning. Door onze grote investering in de vestiging in Lelystad kijken we nu kritisch naar de schaal van onze plannen in Amsterdam.
We bouwen geen datacenters omdat we dat ‘leuk’ vinden. We bouwen ze omdat de vraag naar rekenkracht explosief groeit — vanuit bedrijven, overheden én consumenten. De digitalisering van de samenleving drijft die groei aan. Tegelijkertijd worstelt diezelfde samenleving nog altijd met de vraag welke plek datacenters daarin moeten innemen.”
Wat bedoel je daarmee?
“Het Rijksruimtelijk Programma – een document waarin wordt vastgelegd waar infrastructuur zoals wegen en bruggen moet worden aangelegd – vermeldt niet waar ruimte moet worden gereserveerd voor datacenters of nieuwe glasvezelverbindingen. Het is alsof je op nationaal niveau een huis bouwt en vergeet een internetverbinding aan te leggen.
“Er zijn in Nederland nog regio’s waar voldoende capaciteit beschikbaar is op het elektriciteitsnet. Toch kunnen we daar vaak niet bouwen vanwege bestaande bestemmingsplannen en ruimtelijke beperkingen. Door ruimtelijk beleid beter af te stemmen op de beschikbare netcapaciteit, zou extra ruimte voor datacenters kunnen ontstaan — zonder de huidige druk op overbelaste gebieden verder te vergroten.”
Critici beweren dat datacenters de overbelasting van het elektriciteitsnet verergeren. Is dat zo?
“Het elektriciteitsnet kun je vergelijken met het openbaar vervoer. Het nationale hoogspanningsnet, waarop wij zijn aangesloten, functioneert als een netwerk van intercity’s. Het lokale distributienet, waarop huishoudens zijn aangesloten, lijkt meer op een lokaal busnetwerk. Voor het datacenter dat we in Lelystad bouwen, realiseren we bovendien een eigen hoogspanningsstation. Op nationaal niveau is er dus nog capaciteit beschikbaar.
Dat het lokale elektriciteitsnet op veel plekken overbelast raakt, ligt volgens ons niet primair aan datacenters. Regionale netbeheerders kampen al jaren met investeringsachterstanden en een snel stijgende vraag naar elektriciteit. Datacenters kunnen het net in sommige gevallen ondersteunen. Zo beschikken we over batterijopslag waarmee stroom kan worden teruggeleverd aan het net, en over dieselgeneratoren die tijdens storingen kunnen bijspringen om de energievoorziening stabiel te houden.”
Naast het elektriciteitsnet zijn er ook zorgen over ruimte, waterverbruik en vervuiling.
“Ik begrijp die zorgen. Datacenters nemen echter slechts ongeveer 10% van de ruimte in beslag die logistieke magazijnen in Nederland innemen. Het probleem is niet de ruimte, maar de bestemmingsplannen. Nederlandse datacenters verbruiken minder dan 3% van de energie in het land — een enkele staalfabriek 17%. Waar kan energie beter worden besteed? Datacenters genereren economische waarde per megawatt aan capaciteit. Tot slot verbruiken we minder water dan de drukkerij-industrie. Als we ons zo druk maken over waterverbruik, is de relevantere vraag misschien waarom we nog steeds zoveel papier afdrukken.”

Michiel Eielts
Algemeen directeur bij Equinix Nederland
Naast zijn functie bij Equinix is hij tevens voorzitter van de Dutch Data Center Association.
Onlangs zei je tegen de NOS dat het bereiken van Europese digitale autonomie een utopie is. Waarom?
“Als Europeaan ben ik ervan overtuigd dat de Europese Unie veel zelfvoorzienender moet worden. Te lang heeft Europa een afwachtende houding aangenomen. Kijk je naar de volledige technologiestack — van chips en servers tot cloud en AI — dan blijkt vrijwel elke laag gedomineerd te worden door Amerikaanse of Chinese bedrijven. Zelfs zogenoemde ‘soevereine’ clouds draaien uiteindelijk vaak op Amerikaanse hardware, softwareframeworks of AI-technologie. ASML is een van de weinige Europese spelers van wereldklasse binnen die deeptechketen.
Duitsland investeert momenteel miljarden in een nieuwe chipfabriek van TSMC. Maar uiteindelijk zijn het bedrijven als NVIDIA die profiteren van de vraag naar die chips. Europese belastingbetalers subsidiëren daarmee indirect Amerikaanse winsten. Volgens dezelfde logica bouw je ook geen echt ‘soevereine’ digitale infrastructuur wanneer die nog steeds afhankelijk blijft van buitenlandse technologie.
In plaats van Amerikaanse technologiebedrijven te kopiëren, zou Europa zich moeten richten op domeinen waarin het daadwerkelijk een voorsprong kan opbouwen. Kwantumcomputing en fotonica zijn daarvan goede voorbeelden: gebieden waar Europees onderzoek internationaal tot de top behoort. Met gerichte investeringen kan Europa daar de komende jaren een strategische positie opbouwen — en zelfs nieuwe afhankelijkheden creëren van Europese technologie.
Ook binnen AI liggen er kansen. Niet per se in het bouwen van nóg grotere generieke modellen, maar juist in kleinere, gespecialiseerde AI-systemen voor specifieke sectoren en toepassingen. Daar is de concurrentie minder geconcentreerd en kan Europa zich nog onderscheiden.”
Toch bestaat er bezorgdheid over gegevens die worden verwerkt door Amerikaanse aanbieders die onder Amerikaanse wetgeving vallen.
“Gezien de huidige geopolitieke situatie begrijp ik die zorgen. In de 17 jaar dat ik deze faciliteit leid, is er nooit een verzoek om data geweest dat niet via de juiste juridische kanalen is verlopen. De VS en de EU hebben duidelijke kaders: een Amerikaanse rechtbank kan alleen via de juiste procedure informatie bij een Nederlands bedrijf opvragen.
Realistisch gezien kan Europa zich op korte termijn niet losmaken van Amerikaanse technologie. De enige volledige alternatieve stack is China, met alle bijbehorende zorgen. Het kost minstens 10 jaar, waarschijnlijk eerder 20, om een echt Europees alternatief op te bouwen.”
Wat is op dit moment jouw prioriteit?
“Klanten voorzien van de capaciteit die ze nodig hebben. Overheidsinstanties en bedrijven in Amsterdam kunnen niet uitbreiden. Hun IT-behoeften groeien, maar wij kunnen daar niet in voorzien. Nederlandse bedrijven, waaronder ASML en Booking, verplaatsen hun IT-workloads nu naar Duitsland, Frankrijk en andere landen.
Het Nederlandse datacenternetwerk was ooit qua capaciteit het op één na grootste van Europa. Nu staan we op de vierde plaats. Parijs heeft ons ingehaald en Dublin volgt op de voet. Als we dit probleem niet aanpakken, zal Nederland niet langer een relevante technologiehub zijn.”
