Waarom we niet uit de Amerikaanse digitale houdgreep komen
Nederland is kritiek afhankelijk van Amerikaanse Big Tech. De politiek wil verandering, maar de realiteit is weerbarstig.
Published on January 25, 2026

Merien richtte in 2015 samen met Bart E52 op en bedacht onze AI-tool Laio. Hij schrijft columns over waterstof, mobiliteit en het openbaar vervoer.
Een grootschalig data-onderzoek van de NOS bevestigt deze week wat wij op deze redactie al langer signaleren: onze vitale infrastructuur hangt volledig aan het infuus van Amerikaanse techreuzen. Van ziekenhuisdossiers tot overheidsmail, de digitale soevereiniteit van Nederland is ver te zoeken. Al in februari 2025 waarschuwden wij met het artikel 'Trump heeft vrij spel over Nederlandse overheidsdata' voor de risico's van deze eenzijdige afhankelijkheid. Die waarschuwing was geen loze kreet. De combinatie van de Amerikaanse CLOUD Act en een onvoorspelbaar politiek klimaat in Washington maakt onze data kwetsbaar. Terwijl de politiek in Den Haag roept om Europese alternatieven lijken we ons steeds meer afhankelijk te maken van de VS.
De harde cijfers: een bevestiging van de kwetsbaarheid
De omvang van de afhankelijkheid is schrikbarend, al is dat voor volgers van dit dossier geen verrassing. Uit de analyse die de NOS uitvoerde op 16.500 domeinnamen van de overheid, zorg en vitale bedrijven blijkt dat maar liefst 67 procent gekoppeld is aan Amerikaanse clouddiensten. Microsoft is hierbij de absolute marktleider en domineert bijna de helft van alle onderzochte domeinen. Het gaat hierbij niet om simpele websites voor toeristeninformatie. Het raakt de kern van onze maatschappij: patiëntendossiers en communicatiesystemen van de overheid. In de zorgsector is het beeld eveneens zorgwekkend. Van de zeventig onderzochte ziekenhuizen bleken er 29 hun patiëntenportaal via een externe, veelal Amerikaanse partij te laten lopen.
Deze technische inrichting heeft directe geopolitieke consequenties. Data die op servers van Amerikaanse bedrijven staan, vallen onder Amerikaanse wetgeving. De CLOUD Act geeft inlichtingendiensten uit de VS de bevoegdheid om data op te eisen, ongeacht waar de server fysiek staat. Een datacenter in de Eemshaven biedt daardoor slechts schijnveiligheid. De risico's zijn niet theoretisch. Het Internationaal Strafhof in Den Haag ondervond aan den lijve wat het betekent als de VS sancties oplegt: hun mailverkeer werd simpelweg afgesloten.
De politieke spagaat: willen versus kunnen
Er gaapt een enorm gat tussen de wens van de Tweede Kamer en de realiteit op de werkvloer van ministeries. Politiek Den Haag is zich bewust van het gevaar. Niet voor niets stemde de Kamer in maart 2025 voor een motie van Volt-kamerlid Koekkoek om versneld te investeren in Europese cloudalternatieven.
De politieke wil is er om de digitale autonomie te herwinnen en de macht van Big Tech te breken. Men wil af van de 'vendor lock-in' waarbij één leverancier de prijzen en voorwaarden dicteert. Toch zien we in de praktijk het tegenovergestelde gebeuren. Een pijnlijk voorbeeld is de recente keuze van de Belastingdienst, Douane en Dienst Toeslagen. Ondanks de bekende risico's en de politieke druk, besloot de fiscus om voor e-mail en samenwerking (Teams) over te stappen naar de cloud van Microsoft. De redenatie is ontnuchterend: de oude systemen waren verouderd en volgens de beslissers was er op korte termijn geen Europees alternatief dat dezelfde functionaliteit en stabiliteit kon bieden. De angst voor Amerikaanse inmenging is echter zo reëel, dat de Belastingdienst jaarlijks 2 miljoen euro extra uitgeeft aan een continue back-up van alle data. Dit is in feite een verzekeringspremie tegen geopolitieke chantage. Het illustreert perfect de huidige onmacht: we betalen Amerikaanse bedrijven voor de dienst, en betalen vervolgens extra om ons tegen diezelfde bedrijven te beschermen.
De prijs van gemak: technische en culturele muren
Waarom lukt het de Nederlandse overheid niet om door te pakken naar Europese oplossingen? Het antwoord ligt in een combinatie van technische complexiteit en menselijk gedrag. Amerikaanse techreuzen leveren geen kale infrastructuur, maar een compleet ecosysteem. Ze bieden 'gemak' in de vorm van volledig geïntegreerde diensten (SaaS en PaaS) waar Europese aanbieders vaak nog vooral sterke basisinfrastructuur leveren. Voor een IT-afdeling betekent een overstap naar een Europese speler vaak dat ze meer zelf moeten bouwen en onderhouden. Dat vereist expertise die bij de overheid schaars is.
Daarnaast is de culturele barrière minstens zo hoog. Ambtenaren zijn gewend aan de knoppen van Outlook en Teams. Zoals de ervaringen in het Deense Aarhus leren, is de grootste weerstand vaak niet technisch, maar menselijk. Mensen houden niet van verandering. Als een Europees alternatief net iets anders werkt of er anders uitziet, roept dat direct weerstand op. De 'vendor lock-in' zit dus niet alleen in de contracten en de code, maar ook in de hoofden van de gebruikers. Het doorbreken van die gewoonte vraagt om leiderschap dat verder kijkt dan de korte termijn en bereid is om te investeren in omscholing en acceptatie.
Lichtpunten: wie durft te kiezen voor autonomie?
Is de situatie dan hopeloos? Zeker niet. Terwijl de Belastingdienst kiest voor de gebaande paden, laten andere overheden zien dat het wel degelijk anders kan. IO+ rapporteerde eerder al uitgebreid over de stappen van de Deense steden Kopenhagen en Aarhus. Deze gemeenten besloten de stijgende licentiekosten en de privacyzorgen niet langer te accepteren. Ze zijn gestart met een grootschalige migratie weg van Microsoft, richting open-source oplossingen zoals Nextcloud. Dit is geen eenvoudige weg, maar het bewijst dat digitale soevereiniteit een keuze is, geen onmogelijkheid.
Ook in Nederland zijn er lichtpuntjes die aantonen dat de technische realiteit aan het schuiven is. Het OpenDesk-initiatief is daar een concreet voorbeeld van. Dit project, gesteund door de CIO Rijk en het ministerie van Binnenlandse Zaken, werkt aan een volledig open-source werkomgeving voor ambtenaren. In samenwerking met Duitse en Franse partners wordt gebouwd aan een soevereine werkplek die de functionaliteit van de grote techreuzen moet evenaren, zonder de bijbehorende data-honger. Ook gemeenten zoals Amsterdam en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten VNG (via Common Ground) zetten steeds vaker in op open source en transparantie. Deze initiatieven staan misschien nog in de kinderschoenen vergeleken met de macht van Big Tech, maar ze vormen de noodzakelijke kiem voor een autonome toekomst.
Het Europees Alternatief
Voor veel populaire platformen heeft IO+ Europese alternatieven op een rijtje gezet.
De noodzaak van een lange adem
Het NOS-onderzoek drukt ons met de neus op de feiten: Nederland heeft zijn digitale sleutels uit handen gegeven. De verontwaardiging in de politiek is terecht, maar zonder concrete actie blijft het bij woorden. De casus van de Belastingdienst leert ons dat de weg naar onafhankelijkheid niet gaat over één simpele beslissing. Het is een traject van de lange adem dat vraagt om investeringen in eigen kennis, Europese samenwerking en vooral: de durf om ongemak te accepteren.
We kunnen niet verwachten dat Europese alternatieven van vandaag op morgen exact hetzelfde bieden als de Amerikaanse giganten die miljarden in hun producten pompen. Maar de prijs van niets doen – totale afhankelijkheid van een mogendheid die steeds meer 'America First' roept – is op termijn vele malen hoger. De technische middelen zijn er, het gaat nu vooral om wil en daadkracht.
