Van startup naar wereldspeler: Techleap vraagt ruimte voor groei
Bij het Kamerdebat met minister Heleen Herbert legt Techleap zes knelpunten op tafel: van medewerkersparticipatie tot groeikapitaal.
Published on October 31, 2026

© Tweede Kamer, Rijksoverheid
Medeoprichter van Media52 en hoogleraar Journalistiek, bouwt aan IO+, events en Laio, met focus op commerciële kansen—en blijft schrijven voor IO+.
Nederland investeert in onderzoek, talent en nieuwe technologie. Maar hoe zorgen we ervoor dat daar ook internationale bedrijven uit voortkomen die hier blijven groeien? Die vraag vormde de inzet van de Techleap position paper voor het commissiedebat over startups en scaleups op 28 oktober met minister van Economische Zaken en Klimaat Heleen Herbert. Krijn van Beers en Marije Dijksma pleiten namens de organisatie voor een aanpak die de hele groeiketen versterkt. Extra kapitaal voor scaleups helpt onvoldoende als de aanwas van nieuwe startups tegelijkertijd afneemt.
Op de agenda van het debat stonden onder meer de durfkapitaalmarkt, de betrokkenheid van pensioenfondsen bij Invest-NL en Europese regels voor ondernemingen in moeilijkheden. Techleap verbindt die onderwerpen aan een bredere zorg: Nederland heeft sterke kennisinstellingen en internationaal succesvolle technologiebedrijven, maar weet die uitgangspositie onvoldoende om te zetten in nieuwe groeiers.
De cijfers die de organisatie aanhaalt uit het State of Dutch Tech-rapport 2026 maken die zorg concreet. Het aantal nieuwe startups dat meer dan €100.000 privaat kapitaal ophaalde, daalde van 188 in 2023 naar 117 in 2025: een afname van 38 procent. Volgens het position paper groeit 21,6 procent van de startups door tot scale-up, tegenover een Europees gemiddelde van 24,1 procent.
Daarmee staat meer op het spel dan het succes van individuele ondernemers. Als bedrijven elders opschalen, dreigt Nederland volgens Techleap ook de opbrengsten mis te lopen van de kennis en het talent waarin het eerder heeft geïnvesteerd.
Medewerkers laten meedelen
Een eerste hefboom is medewerkersparticipatie. Een startup heeft meestal onvoldoende geld om dezelfde salarissen te bieden als gevestigde technologiebedrijven. Aandelenopties kunnen dat verschil deels overbruggen: medewerkers krijgen de kans mee te profiteren wanneer hun bedrijf succesvol wordt.
Volgens Techleap is bij exits slechts 3,5 procent van de aandelen van Nederlandse bedrijven in handen van werknemers, tegenover bijna 20 procent bij internationale koplopers. Meer medewerkersbezit kan bovendien nieuwe bedrijvigheid aanjagen. Werknemers die vermogen opbouwen, kunnen daarmee zelf een onderneming starten of in andere startups investeren.
De organisatie vraagt de Kamer daarom in te stemmen met de Wet fiscale stimulering start-ups en scale-ups, met invoering per 1 januari 2027. In de opzet die Techleap beschrijft, betalen werknemers pas belasting bij verkoop, tegen een tarief dat aansluit bij dat van oprichters en investeerders.
De overheid als eerste grote klant
Ook de overheid kan rechtstreeks bijdragen aan groei: door klant te worden. Een eerste grote opdracht levert een jong bedrijf omzet op, maar ook een referentie waarmee het volgende klanten en investeerders kan overtuigen.
Volgens de position paper benut Nederland die mogelijkheid steeds minder. In een Europese meting van uitgaven aan innovatiegericht inkopen zakte het land van de derde naar de twaalfde plaats. Van de ruim €1 miljard aan overheidsopdrachten voor onderzoek en ontwikkeling gaat volgens de aangehaalde cijfers 95 procent naar studies en advies, en slechts 5 procent naar de ontwikkeling of het testen van producten.
Techleap wil opnieuw een landelijk doel voor innovatiegericht inkopen, inclusief monitoring. Ook zou een vast deel van de R&D-inkoop moeten worden gereserveerd voor startups en scaleups. De organisatie ziet daarnaast kansen om het innovatie-instrument NADI te verbinden met inkopende diensten zoals Defensie en Rijkswaterstaat. Zo krijgt technologie die met publieke steun wordt ontwikkeld ook perspectief op een afnemer.
Zonder vroege investeerders geen nieuwe scaleups
Het kabinet neemt volgens Techleap stappen om grotere financieringsrondes mogelijk te maken, onder meer via Invest-NL en het Deep Tech Fonds. Maar daarmee is het probleem aan het begin van de groeiketen nog niet opgelost.
Juist de eerste investeringen staan onder druk. Techleap vraagt daarom uiterlijk in het voorjaar van 2027 een besluit over een fiscale regeling voor business angels: particuliere investeerders die jonge bedrijven vaak naast geld ook ervaring en contacten bieden.
De organisatie wil daarnaast weten hoe het kabinet de terugval in vroege investeringen gaat keren en vraagt om de bezuinigingen op het Toekomstfonds definitief terug te draaien. De achterliggende redenering: wie over enkele jaren meer grote technologiebedrijven wil, moet vandaag zorgen voor voldoende nieuwe ondernemingen.
Europese regels moeten groei mogelijk maken
Voor deeptechbedrijven vormt ook de inrichting van Europese regels een knelpunt. Zij ontwikkelen vaak jarenlang technologie voordat de eerste commerciële opbrengsten volgen. Verlies maken kan in die fase onderdeel zijn van een kansrijk bedrijfsmodel.
Toch kunnen zulke bedrijven volgens Techleap onder de Europese staatssteunregels al snel als ‘onderneming in moeilijkheden’ worden aangemerkt. Daardoor kunnen zij buiten steunregelingen vallen. Veelgebruikte financieringsvormen, zoals converteerbare leningen, tellen bij die beoordeling bovendien niet vanzelfsprekend mee als eigen vermogen.
Techleap vraagt Herbert daarom in Europa te pleiten voor het zogenoemde 15+5-regime, waarbij innovatieve ondernemingen de eerste vijftien jaar worden uitgezonderd van het verbod op steun aan ondernemingen in moeilijkheden. Ook moet de beoordeling beter aansluiten bij hun financieringspraktijk.
Daarnaast wil de organisatie voorkomen dat EU Inc, de beoogde Europese rechtsvorm, wordt uitgekleed tot alleen een snelle oprichtingsprocedure. Het voorstel moet volgens Techleap grensoverschrijdend ondernemen daadwerkelijk eenvoudiger maken, met onder meer een centraal digitaal register en een breed Europees kader voor aandelenopties.
Meer bedrijven uit onderzoek
Een vijfde opdracht ligt bij de kennisinstellingen. Volgens het Dutch Spin-off Report 2026 nam het aantal onderzoekers sinds 2015 met 28 procent toe, terwijl het aantal nieuwe spin-offs met 2 procent daalde.
Techleap wil dat de ministeries van EZK en OCW zich gezamenlijk verbinden aan vier keer meer impact van spin-offs in 2035: twee keer zoveel bedrijven die twee keer zo hard doorgroeien. Daarvoor zijn onder meer tijd en budget voor ondernemende onderzoekers nodig, ervaren ondernemers naast wetenschappelijke oprichters en een snellere overdracht van intellectueel eigendom.
Landelijke ondersteuning moet daarbij samengaan met de uitvoering bij de universiteiten. Standaardafspraken kunnen voorkomen dat iedere nieuwe onderneming opnieuw langdurig over dezelfde voorwaarden hoeft te onderhandelen.
Personeelsregels voor onvoorspelbare groei
Tot slot vraagt Techleap om een arbeidsmarkt die beter past bij bedrijven waarvan de groei moeilijk voorspelbaar is. De organisatie wijst op de financiële risico’s van langdurige loondoorbetaling bij ziekte en op complexe ontslagprocedures.
De voorstellen raken daarmee ook aan werknemersbescherming. Techleap bepleit onder meer een collectieve regeling voor het tweede ziektejaar bij kleine werkgevers en experimenteerruimte om alternatieven te testen. Voor contracten boven een bepaalde salarisgrens wil de organisatie vooraf afspraken over opzegtermijnen en vergoedingen mogelijk maken.
De zes voorstellen laten zien hoe breed de opgave voor Herbert is. Internationale groei vraagt om investeerders, klanten, talent en regels die op elkaar aansluiten. Voor Techleap ligt daar de politieke opdracht: zorgen dat een goed idee in Nederland ook de kans krijgt hier uit te groeien tot een internationaal bedrijf.
