Tekort aan scale-ups oplossen met inbreng van collega-founders
Andy Lurling: “Als we een bloeiend ecosysteem willen, moeten we founders centraal zetten en stimuleren de volgende generatie te begeleiden.”
Published on February 18, 2026

State of dutch tech 2026 © Techleap
Medeoprichter van Media52 en hoogleraar Journalistiek, bouwt aan IO+, events en Laio, met focus op commerciële kansen—en blijft schrijven voor IO+.
Nederland dreigt momentum te verliezen in AI en deeptech nu het aantal nieuwe startups voor het tweede jaar op rij daalt. Volgens investeerders en oprichters ligt het echte probleem echter niet bij het starten van bedrijven, maar bij het opschalen ervan.
Het Nederlandse tech-ecosysteem staat op een kruispunt. Het rapport State of Dutch Tech 2026 signaleert een zorgwekkende trend: het aantal nieuwe AI- en deeptechstartups is voor het tweede opeenvolgende jaar afgenomen. Hoewel het land een sterke Europese innovatiehub blijft, wordt de aanvoer van nieuwe bedrijven dunner en verschuift de aandacht van startupcreatie naar schaalvermogen.
Investeerder en ondernemer Andy Lurling noemt de trend “niet alleen een statistiek”, maar “een signaal” voor het ecosysteem. “Voor het tweede jaar op rij zien we een daling in Nederlandse AI- en deeptechstartups,” zegt hij. “Dat is niet zomaar een statistiek. Het is een signaal”, schrijft hij op Linkedin.
Andy Lurling
Starten is makkelijk, schalen is moeilijk
Het State of Dutch Tech 2026-rapport bevestigt wat veel spelers in het ecosysteem al langer voelen: een startup lanceren is toegankelijker geworden dankzij incubators, vroege financiering en sterke kennisinstellingen. Maar die startups uitbouwen tot mondiale technologieleiders blijft lastig.
“Ik hoorde op het podium dat een startup beginnen makkelijk is en schalen moeilijk,” aldus Lurling. “Natuurlijk is het starten tegenwoordig relatief toegankelijk. Maar een bedrijf opbouwen en in stand houden, en het laten uitgroeien tot scale-up, is een totaal ander verhaal — een compleet ander spel.”
Volgens het rapport kampen Nederlandse startups nog altijd met structurele knelpunten bij latere financieringsrondes, het aantrekken van talent, regeldruk en toegang tot internationale markten. Terwijl investeringen in de vroege fase redelijk stabiel blijven, groeit het aantal bedrijven dat de scale-upfase bereikt niet in hetzelfde tempo.
Lurling stelt dat het probleem dieper ligt dan kapitaalrondes of internationale aandacht. “Schaal ontstaat niet in Series A of B,” zegt hij. “Niet wanneer internationale investeerders instappen. Niet wanneer krantenkoppen een bedrijf een ‘toekomstige unicorn’ noemen.”
Volgens hem moet schaal vanaf het begin worden ingebouwd. “Schaal ontwerp je in het systeem vanaf dag één. Het bouwen van een veerkrachtige, goed bestuurde en wereldwijd concurrerende scale-up vereist de moed om te starten, maar ook doorzettingsvermogen, veerkracht, steun en langetermijndenken vanaf het eerste moment.”
Fundamenten zijn bepalend
Een van de belangrijkste conclusies van het rapport is dat Nederland uitblinkt in onderzoek en vroege innovatie, maar moeite heeft om grote, wereldwijd concurrerende techbedrijven te bouwen. Het aantal scale-ups groeit langzamer dan in vergelijkbare Europese ecosystemen, en de doorstroom van startup naar scale-up blijft een punt van zorg.
Lurling ziet een culturele en structurele blinde vlek. “Het belang van het leggen van een goed fundament in de vroegste fase wordt in het ecosysteem vaak onderschat,” zegt hij. “In werkelijkheid, en dat is een natuurwet voor ondernemers, bepalen die fundamenten hoe groot, gedurfd en succesvol je uiteindelijk kunt bouwen.”
Nederland heeft wereldwijde succesverhalen voortgebracht zoals ASML en Adyen, maar die worden nog te vaak als uitzonderingen gezien. “Laten we niet vergeten: ASML en Adyen waren ooit ook startups die vele stormen hebben moeten doorstaan,” zegt Lurling. “Dat konden ze dankzij de uitzonderlijke mensen die ze hebben opgebouwd en ondersteund.”
Het rapport onderstreept dit: Nederland beschikt over sterke ingrediënten voor innovatie (kennisinstellingen, corporate partners en vroege financiering) maar heeft meer consistente ondersteuning nodig gedurende de hele groeifase.
Founders helpen founders
Een punt waarop het ecosysteem wel sterk staat, is onderlinge ondersteuning tussen ondernemers. Ervaren founders begeleiden steeds vaker jongere bedrijven, een dynamiek die het rapport aanwijst als belangrijke motor achter succesvolle scale-ups.
“Wat we steeds opnieuw zien werken, is dat (voormalige) ondernemers andere ondernemers helpen,” zegt Lurling. “Peer guidance, praktijkervaring en gedeelde lessen versnellen groei vaak sneller en effectiever.”
Hij pleit ervoor om founders centraal te stellen in het ecosysteem. “Als we een bloeiend ecosysteem willen, moeten we founders centraal zetten en degenen die het pad al hebben bewandeld aanmoedigen om de volgende generatie te begeleiden.”
Dit sluit aan bij bredere Europese discussies over het versterken van foundersnetwerken, betere aandelenopties en het verminderen van regeldruk. Volgens het State of Dutch Tech 2026-rapport produceren ecosystemen met sterke mentorship en herinvesteringscycli van founders op termijn meer scale-ups.
Beleid en risicocultuur
Naast mentorship pleit Lurling voor structurele beleidsmaatregelen om ondernemers te ondersteunen. “Om hen echt te steunen, zouden wij - of beter gezegd, de overheid - moeten nadenken over vangnetten en fiscale prikkels voor founders,” zegt hij. “Zij zijn de mensen die toekomstige banen en innovatie creëren.”
In vergelijking met Silicon Valley opereren Europese founders vaak in een risicomijdender omgeving, met strengere faillissementsregels en minder gunstige fiscale behandeling van aandelenopties. Dat kan herhaald ondernemerschap ontmoedigen en de vorming van nieuwe bedrijven vertragen.
“Het is anders dan in Silicon Valley,” erkent Lurling, “maar we moeten accepteren dat we in Europa vaak een meer risicomijdende mindset hebben.”
Het rapport bevestigt dit beeld en stelt dat beleidskaders een grote rol spelen bij de vraag of startups in Europa blijven wanneer ze opschalen. Zonder verbeteringen in latere financiering en foundersprikkels zullen veelbelovende bedrijven nog steeds naar het buitenland kijken voor groei.
De hele keten versterken
Uiteindelijk wijzen zowel het rapport als Lurlings reflecties in één richting: Nederland moet zich niet alleen richten op het creëren van startups, maar op het ondersteunen ervan in elke fase van groei.
“Als we meer Europese technologieleiders willen, moeten we de hele keten continu versterken,” zegt Lurling. “Laten we werken aan een Europees startup- en scale-upecosysteem waarin ondernemerschap structureel wordt ondersteund, over de hele keten en door alle stakeholders.”
Zijn boodschap is zowel een waarschuwing als een oproep tot actie. “Laten we beginnen,” besluit hij.
Voor het Nederlandse tech-ecosysteem is de uitdaging duidelijk: minder startups vandaag kan morgen minder wereldspelers betekenen, tenzij schaal vanaf het begin in het systeem wordt ingebouwd.
