Logo

Klimaatticket: duur en ineffectief gebaar naar de verkeerde groep

"Meer druk op de treinen maar net zoveel autoverkeer": Carlo van de Weijer legt uit hoe een goedbedoeld initiatief zijn doel voorbijschiet.

Published on April 11, 2026

Station Gouda treinen

Carlo van de Weijer has a master’s degree in mechanical engineering from the Eindhoven University of Technology and a PhD degree with honors from Graz University of Technology. He has broad experience in the automotive industry. Currently, he is the Managing Director of the Eindhoven AI System Institute (EAISI).

Het klinkt als muziek in de oren: onbeperkt reizen met trein, bus, tram en metro voor slechts 9 euro per maand. Nu de brandstofprijzen door de onrust in de Perzische Golf de pan uit rijzen, stelt de partij PRO voor om komende zomer een 'klimaatticket' te introduceren. Het doel is nobel. We willen de druk op de portemonnee verlichten en tegelijkertijd mensen stimuleren om de auto te laten staan. Maar de internationale ervaring leert dat dit een onverstandige oplossing is die noch het klimaat, noch de maatschappij dient.

De kerngedachte is dat goedkoper ov automobilisten uit hun auto lokt. Het is een aanname die intuïtief logisch klinkt, maar die keer op keer sneuvelt zodra je haar toetst aan de werkelijkheid. Auto en ov zijn niet tot nauwelijks communicerende vaten. Het ticket zal zeker gebruikt worden, maar niet als vervanging van de auto.

De ervaringen in Duitsland onderschrijven dat. In de zomer van 2022 kon je daar voor negen euro per maand het hele land door met het regionale openbaar vervoer. Het Ifo Institute berekende dat het autoverkeer daalde met slechts enkele procenten, en dat voor een overheidsinvestering van 2,5 miljard euro. De opvolger, het Deutschlandticket van 49 euro per maand, laat hetzelfde patroon zien. De TU München volgde reizigers met GPS-tracking en vond dat 35 procent van de tickethouders vaker met het ov reisde, terwijl slechts 3 procent minder auto reed. Een verhouding van ruim twaalf op één. Wat het goedkope ticket vooral deed, was het creëren van extra, veelal recreatieve ritten. 

Druk op de infrastructuur

Wat we in Duitsland wél zagen, was een ongekende druk op de infrastructuur. Treinen puilden uit, de stiptheid nam een vrije val en de operationele verliezen voor de vervoerders liepen in de miljarden. Trouwe reizigers, die normaal het volle tarief betalen, profiteren ineens van een lage prijs, of haakten af omdat de reis minder comfortabel en minder betrouwbaar werd. Luxemburg ging nog een stap verder en maakte in 2020 al het openbaar vervoer volledig gratis. Drie jaar later waren de files net zo lang als daarvoor. Ook hier ontdekten onderzoekers dat verreweg de meeste nieuwe ov-reizigers mensen waren die eerder liepen of fietsten. De auto bleef onaangetast.

En dan het klimaatargument. Het ticket zou klimaatticket moeten gaan heten, maar als extra treinritten niet in de plaats komen van autoritten, is er per saldo geen CO₂-winst. Sterker nog: de druk op het spoor leidt onvermijdelijk tot de roep om meer treinen, meer materieel, meer capaciteit. En die treinen rijden in de praktijk voornamelijk op grijze stroom, hoe groen de certificaten en marketinguitingen ook mogen zijn. Het netto-effect op het klimaat van al dat meer reizen is negatief. De naam klimaatticket is daarmee misleidend.

Scheefgroei

Het meest problematische aspect is de maatschappelijke scheefgroei. Voor mensen die door hoge brandstofprijzen het hardst worden geraakt, is ov vaak geen realistisch alternatief. Waar veel mensen zich vroeger geen auto konden veroorloven, kunnen steeds meer mensen zich tegenwoordig geen leven zónder auto veroorloven. Deze groep heeft niets aan een goedkoop ov-kaartje. De € 490 miljoen die PRO hiervoor wil uittrekken door een belastingkorting voor beleggers te schrappen, bereikt hen niet.

Wat dan?

Er zijn betere alternatieven. Richt beleid op groepen die het ov echt nodig hebben, bijvoorbeeld via gerichte initiatieven zoals de Onderwegpas. Jammerlijk afgewezen door de vorige regering, maar duidelijk toe aan een tweede kans. En stimuleer elektrisch rijden, want daar ligt de grootste klimaatwinst voor mensen die afhankelijk zijn van de auto. Kijk naar Frankrijk, waar met social leasing elektrische auto’s vanaf zo’n €100 per maand bereikbaar worden gemaakt voor lage inkomens. Dat raakt precies de groep die nu geen alternatief heeft. De toekomst van schoon vervoer zit niet in goedkopere treinkaartjes, maar in een slim samenspel van gericht ov-beleid en de elektrificatie van het wegverkeer.

Het klimaatticket klinkt sympathiek, maar is uitermate ineffectief en duur. De wetenschap is er helder over: goedkoop ov levert meer ov-reizen op, maar nauwelijks minder auto’s op de weg. En is onder de streep slecht voor het ov, voor de maatschappij én voor het klimaat.

Deze column is ook gepubliceerd in het FD en met toestemming overgenomen.