De groene banenmarkt groeit snel, maar werknemers zijn schaars
De Europese schone-energiesector groeit snel, maar een tekort aan elektriciens, installateurs en technici kan de uitrol vertragen.
Published on September 22, 2026

© Yang Dawei - Unsplash
Mauro verruilde Sardinië voor Eindhoven en volgt als GREEN+ expert de energietransitie. Hij vertelt data-gedreven verhalen en maakt series over duurzaamheid.
De Europese schone-energiesector zorgt voor steeds meer banen, maar het wordt een uitdaging om genoeg mensen te vinden. Dat is de belangrijkste conclusie van een recent rapport van het Europees Milieuagentschap (EEA) over werkgelegenheid in de sectoren voor windenergie, zonnepanelen (PV), warmtepompen en batterijen.
In 2023 werkten bijna een miljoen mensen in de Europese schone-energiesector. Samen waren zij goed voor 138 miljard euro aan bruto toegevoegde waarde. Maar die groei is niet vanzelfsprekend, waarschuwt het EEA. Een tekort aan geschoolde werknemers, grote verschillen in de kwaliteit van banen tussen landen en de geringe vertegenwoordiging van vrouwen en jongeren kunnen de verdere ontwikkeling afremmen.
Meer in het veld dan in de fabriek
De analyse laat zien waar de banen zitten en zet vraagtekens bij het idee dat cleantech vooral om industrie draait.
Van de onderzochte technologieën biedt windenergie de meeste banen: 273.500 directe arbeidsplaatsen. Ruim driekwart daarvan (77 procent) is voor onderhoud. Zonne-energie (PV) volgt met 227.300 directe banen. Daarvan zit de helft in de exploitatie en 36 procent in de bouw.
Warmtepompen zijn goed voor zo'n 80.000 banen. Bijna driekwart daarvan is te vinden in de bouw en installatie. De batterijsector is met 33.000 werknemers het kleinst en vormt een uitzondering: de meeste banen zijn hier te vinden in de productie.
Tegelijk is de batterijsector de snelst groeiende. De werkgelegenheid steeg tussen 2010 en 2023 met 35%, en de bruto toegevoegde waarde groeide van bijna nul in 2018 naar 2,2 miljard euro in 2022. Het EEA benadrukt hoe kwetsbaar deze vooruitgang is en wijst op het faillissement van de Zweedse fabrikant Northvolt en op de afhankelijkheid van buitenlandse investeringen van Chinese en Zuid-Koreaanse fabrikanten.
Ongelijke spreiding van banen
De banen zijn sterk geconcentreerd in een paar landen. Duitsland heeft de meeste banen in windenergie (125.000), zonne-energie (bijna 84.000) en batterijen (12.300). Toch heeft Duitsland niet het grootste aandeel van deze banen in de totale werkgelegenheid. Portugal, Spanje en Italië lopen voorop bij banen in de warmtepompsector. Hongarije en Polen ontwikkelen zich ondertussen snel tot centra voor batterijproductie, mede dankzij investeringen van Chinese bedrijven als BYD en CATL.
Volgens het EEA sluit die concentratie aan bij bestaande industriële sterktes. Tegelijk kan ze regionale verschillen vergroten als beleid de voordelen niet breder verspreidt. Vooral regio's die sterk afhankelijk zijn van CO₂-intensieve industrieën lopen het risico achterop te raken.
Een groeiende vraag
Het EEA verwacht dat de zonne- en windsector tegen 2030 elk meer dan 500.000 mensen kunnen bieden. Dat is twee keer zoveel als nu. Voor warmtepompen en batterijen zijn de verwachtingen minder zeker.
De warmtepompsector kan uitgroeien tot 150.000 tot 200.000 banen. Volgens de European Heat Pump Association zijn er zelfs minstens 500.000 geschoolde werknemers nodig. De vraag naar warmtepompen kan bovendien snel veranderen. De oorlog in het Midden-Oosten zorgde voor een stijging van de verkoop. Het Actieplan voor elektrificatie van de Europese Commissie, dat in juli werd gepresenteerd, wil die groei verder stimuleren.
Ook voor een eigen Europese batterij-industrie zijn beleidskeuzes bepalend. Volgens het EEA kan de sector tussen de 200.000 en 400.000 banen opleveren. Hoeveel het er daadwerkelijk worden, hangt mede af van de vraag of Europa zijn eigen toeleveringsketens weet veilig te stellen.
Waar het tekort zit
De grootste tekorten zitten bij bouwtechnici, gevolgd door loodgieters en pijpfitters, elektrotechnisch personeel en bouwvakkers, aldus het rapport. Schattingen uit de sector wijzen op een tekort van ongeveer 7.000 monteurs voor windturbinebladen tegen 2030. Volgens een schatting uit de verwarmingssector moet het aantal installateurs verdubbelen om de EU-doelen voor 2030 te halen, waarbij minstens de helft van de huidige installateurs moet worden omgeschoold voor warmtepompen.
Volgens het EEA hangen personeelstekorten en de kwaliteit van banen nauw samen. Banen in de bouw, die veel voorkomen in de zonne- en warmtepompsector, betalen gemiddeld het minst. Ook werken er relatief veel zelfstandigen, terwijl werknemers er vaker worden blootgesteld aan extreme temperaturen. In de productie is de blootstelling aan chemicaliën relatief groot.
In de warmtepompsector liggen de lonen 40 procent lager dan in de windsector, waar werknemers gemiddeld het meest verdienen. Banen in onderhoud en exploitatie in de windsector bieden bovendien meer werkzekerheid en opleidingsmogelijkheden.
Juist de moeilijkst in te vullen banen zijn vaak het minst aantrekkelijk. Volgens de analyse zijn betere arbeidsomstandigheden en meer mogelijkheden voor opleiding daarom net zo belangrijk om personeel aan te trekken en vast te houden.
Wie ontbreekt er?
Vrouwen vormen 26 procent van het personeel in de wind- en batterijsector en slechts 14 procent in de warmtepompsector. In de bouw ligt hun aandeel met iets meer dan 10 procent nog lager. In onderzoek en ontwikkeling zijn vrouwen beter vertegenwoordigd, maar die functies vormen slechts een klein deel van de totale werkgelegenheid. Ook in leidinggevende functies zijn vrouwen nog schaars.
Jongeren van 15 tot 24 jaar vormen slechts 6 tot 7 procent van het personeel in de wind-, zonne-energie- en warmtepompsector. Volgens het EEA zijn meer vrouwen en jongeren nodig om de tekorten op de arbeidsmarkt te verkleinen en de energietransitie eerlijker te maken. Dat wordt extra belangrijk nu de Europese beroepsbevolking vergrijst en digitale vaardigheden en kunstmatige intelligentie een grotere rol spelen in de sector.
Volgens het EEA zullen werknemers de energietransitie net zo goed bepalen als technologie. Het agentschap pleit daarom voor betere lonen, vaste contracten en goede arbeidsomstandigheden in het industriebeleid en de EU-financiering. Ook moeten er op grote schaal meer opleidingsmogelijkheden komen en moeten regio's en groepen die dreigen achter te blijven gerichte steun krijgen.
