Zorg sterk in mensen, zwak in technologie, blijkt uit rapport
Nederlandse zorg investeert in ICT, maar organisatiebrede digitale vernieuwing houdt geen gelijke tred, waarschuwen onderzoekers.
Published on September 3, 2026

© Catharina Ziekenhuis
Team IO+ selecteert en brengt de belangrijkste nieuwsverhalen over innovatie en technologie, zorgvuldig samengesteld door onze redactie.
Zorgorganisaties zijn sterk in samenwerking en leiderschap, maar kiezen consequent voor het verbeteren van bestaande zorg in plaats van de fundamentele innovatie die nodig is om met minder personeel meer zorg te kunnen leveren, blijkt uit een nieuw rapport dat deze week is gepresenteerd.
De bevindingen komen uit de eerste editie van de Innovatiemonitor voor de Zorg, uitgevoerd door Amsterdam UMC, de Universiteit van Amsterdam en SEO Economisch Onderzoek, in opdracht van het Amsterdam Research Center for Health Economics and Management (ARCHEM). Het rapport werd donderdag 3 september gepresenteerd bij SPUI25 in Amsterdam en is gebaseerd op reacties van 421 respondenten bij 9 zorgorganisaties, aangevuld met 23 interviews met sleutelinformanten.
Sterk in mensen, zwak in technologie
De monitor beoordeelt zorgorganisaties aan de hand van vijf "innovatiehefbomen": zelforganisatie, transformationeel leiderschap, menselijk kapitaal, sociaal kapitaal en digitale transformatie. De eerste vier zijn sociale hefbomen; de vijfde is technologisch van aard.
De belangrijkste bevinding is een duidelijke onbalans: de sociale hefbomen zijn aanzienlijk verder ontwikkeld dan digitale transformatie, die achterblijft. Zorgorganisaties investeren in ICT, maar volgens Henk Volberda, hoogleraar Strategisch Management en Innovatie aan de Amsterdam Business School, vertaalt die investering zich niet naar organisatiebrede verandering. "Technologie leidt alleen tot vernieuwing wanneer organisaties ook werkprocessen aanpassen, professionals erbij betrekken en duidelijk maken hoe de technologie de zorg verbetert of makkelijker maakt om te leveren," aldus Volberda.
Het rapport laat ook zien dat Nederlandse zorgorganisaties op het gebied van innovatie-uitkomsten vergelijkbaar presteren als bedrijven in het algemeen, maar duidelijk achterblijven op het gebied van AI-volwassenheid — met name rond data en technologische infrastructuur. Waar AI wordt ingezet, gebeurt dit vaker ter ondersteuning van bestaand personeel dan ter vervanging van taken.
De bestaande kloven
Een van de opvallendste bevindingen is een perceptiekloof: zorgprofessionals beoordelen zowel de voorwaarden voor innovatie als de uitkomsten ervan minder positief dan managers en ondersteunend personeel. De meeste professionals zien innovatie als onderdeel van hun functie, maar velen geven aan dat ze de aanvullende training en vaardigheden missen om actief verandering te sturen.
In de sector komt incrementele innovatie — verbeteringen aan bestaande zorg gericht op efficiëntie, voorspelbaarheid en veiligheid — veel vaker voor dan radicale vernieuwing. "Fail and learn"-benaderingen, waarmee organisaties kunnen experimenteren en nieuwe zorgmodellen kunnen verkennen, blijven zeldzaam.
"Er is veel energie en bereidheid om te innoveren, maar de voorwaarden daarvoor — waaronder tijd, ruimte, invloed en gerichte training — zijn nog onvoldoende," zegt Annamarike Seller-Boersma, co-directeur van ARCHEM.
Samenwerking blijft beperkt
Het rapport laat verder zien dat zorgorganisaties bij innovatie vooral samenwerken met andere aanbieders binnen hun eigen domein, naast patiënten en leveranciers. Samenwerking met zorgverzekeraars, zorgkantoren en overheidsinstanties blijft relatief beperkt — terwijl de onderzoekers stellen dat juist daar de volgende kansen voor vernieuwing liggen.
"Zorgverzekeraars, zorgkantoren en overheidsinstanties zijn essentieel om de voorwaarden voor vernieuwing te creëren," zegt Jeroen de Mast, de andere co-directeur van ARCHEM. "Zij kunnen niet langs de zijlijn blijven staan."
De onderzoekers presenteren de bevindingen als een oproep tot actie tegen de achtergrond van een vergrijzende bevolking, personeelstekorten en stijgende kosten. Zoals Seller-Boersma het verwoordt: die druk "vraagt niet om meer van hetzelfde, maar om een andere manier van werken." Om dit te bereiken, concludeert het rapport, moeten zorgorganisaties expliciet de spanning erkennen tussen het leveren van zorg vandaag en het vinden van de tijd en ruimte om te bedenken hoe die zorg morgen anders geleverd kan worden.
