Zon, wind en opslag halen trage kernenergie in
Waarom nieuwe kerncentrales al overbodig zijn nog voor de eerste spade de grond in gaat.
Published on June 16, 2026
.webp&w=2048&q=75)
Team IO+ selecteert en brengt de belangrijkste nieuwsverhalen over innovatie en technologie, zorgvuldig samengesteld door onze redactie.
Het begin 2026 gepresenteerde regeerakkoord laat er geen twijfel over bestaan: de overheid wil, ondersteund door het Klimaatfonds, doorwerken aan de bouw van ten minste vier nieuwe kerncentrales. Dit kunnen conventionele reactoren of modulaire varianten (SMRs) zijn. De hoop is dat deze centrales tegen 2035 of 2040 een stabiele basislast aan CO2-vrije stroom gaan leveren.
Maar hebben we die stroom dan nog nodig? De realiteit op de energiemarkt haalt deze plannen nu al in. Terwijl de voorbereiding en bouw van een kerncentrale in de praktijk tientallen jaren duren en structureel vertragen, groeien zonne-energie, windenergie en batterijopslag in een exponentieel tempo. Tegen de tijd dat een nieuwe reactor zijn eerste stroom levert, moet ons energiesysteem al volledig groen en flexibel zijn ingericht. Gebeurt dat niet, dan heeft Nederland tegen die tijd een wezenlijk probleem met het behalen van de klimaatdoelen. Kernenergie dreigt daardoor een peperdure, overbodige oplossing te worden voor een probleem dat we tegen die tijd al opgelost moeten hebben.
.png&w=2048&q=75)
De onstuitbare, real-time opmars van zon en wind
De cijfers rondom hernieuwbare opwekking laten zien hoe snel de energietransitie verloopt. Zelfs in een jaar met een wat minder spectaculaire groei zoals 2025, installeerde Nederland volgens recente CBS-cijfersnog altijd 1.447 megawattpiek (ruim 1,4 GWp) aan zonnepanelen. Daarmee steeg het totale opgestelde zonnepaneelvermogen in ons land naar 29,4 GWp. Op een zonnige moment produceren allen al de panelen die vorige jaar zijn gelegd drie keer het vermogen van de kerncentrale Borssele.
Ook bij windenergie zien we, ondanks tijdelijke groeipijnen, vooruitgang. Volgens de Monitor Wind op Land 2025 van de RVO beschikt Nederland inmiddels over 7.054 megawatt aan operationeel vermogen op land, verdeeld over zo'n 2.547 windturbines. Hoewel de netto groei op land in 2025 historisch laag bleef met slechts 96 megawatt wegens netcongestie en vergunningsonzekerheid, staat er voor de komende jaren alweer 1.723 megawatt aan nieuwe projecten op de planning. Tegelijkertijd groeit wind op zee gestaag door richting het doel van 21 gigawatt rond 2030.
Deze enorme volumes aan variabele stroom maken een starre, constante "basislast" van kernenergie steeds minder logisch. Internationale agentschappen onderschatten de snelheid van deze transitie structureel. Tegen de tijd dat een kernreactor operationeel is, produceert Nederland op zonnige en windrijke dagen al een enorm overschot aan stroom. Een nieuwe kerncentrale kan zijn dure elektriciteit dan simpelweg niet meer rendabel op de markt afzetten, omdat de marktprijzen tijdens piekuren vaak naar nul of daaronder dalen.
Spaanse blauwdruk voor de omwenteling
Dat een elektriciteitsnet uitstekend kan functioneren op basis van hernieuwbare bronnen is geen verre toekomstmuziek meer. Spanje laat zien hoe snel een land zijn energiesysteem kan omvormen nadat politieke obstakels, zoals de beruchte zonnetaks, werden weggenomen. In 2024 had Spanje al ruim 38 gigawatt aan zonne-energie geïnstalleerd. Het absolute bewijs van deze transitie volgde in april van dat jaar: het volledige Spaanse elektriciteitsnet draaide een hele dag voor 100 procent op hernieuwbare energie. Er was geen gram gas, kolen of nucleaire back-up nodig om Madrid en Barcelona van stroom te voorzien. Spanje streeft nu naar 74 procent hernieuwbare elektriciteit in 2030. Dit toont aan dat politieke wil en schaalvergroting fossiele en nucleaire centrales sneller overbodig kunnen maken dan traditionele modellen voorspelden.
De ontbrekende schakel: opslag in actie
Om de schommelingen van zon en wind op te vangen is energieopslag cruciaal. Wereldwijd dalen de prijzen van batterijen snel en de impact hiervan op het netwerk wordt nu al zichtbaar. Cijfers uit de praktijk laten zien hoe opslag de rol van traditionele centrales overneemt. In Australië toont data van het National Electricity Market (NEM) aan dat batterij-ontlading tijdens piekmomenten inmiddels direct de rol van gasgestookte piekcentrales overneemt. Dit is 'peak shaving' in real-time.
Hoewel Nederland op het gebied van grootschalige batterijparken momenteel nog achterloopt op landen als Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, is de technologische trend onmiskenbaar. De diepere oorzaken van deze Nederlandse achterstand hebben we hier al eerder besproken.
Toch begint de markt ondanks deze barrières te bewegen. Netbeheerderskoepel EDSN registreerde in januari 2026 een recordaantal van 2.547 nieuwe batterij-installaties in Nederland. Sinds de zomer van 2025 komen er maandelijks gemiddeld zo'n 2.200 batterijregistraties bij. Zodra de tariefstructuren voor transport eerlijker worden, zal de Nederlandse batterijmarkt naar verwachting verder versnellen, wat een flexibel netwerk zonder kernenergie nog sneller realiteit maakt.
Het financiële risico van nucleair optimisme
Naast de factor tijd is geld het grootste struikelblok voor nucleaire projecten. Kernenergie is en blijft de duurste methode om elektriciteit te genereren. Zoals econoom Mathijs Boumanonlangs op Bluesky opmerkte:"Optimisme is altijd al het wezenskenmerk geweest van de atoomlobby. De geschiedenis van kernenergie is er een van hoge verwachtingen en diepe teleurstelling."De realiteit is dat met enkel optimisme en enthousiasme geen centrales worden gebouwd.
De kosten voor een megawattuur nucleaire stroom liggen volgens analyses tussen de 112 en 189 dollar, terwijl zonne-energie (36 tot 44 dollar) en windenergie op land (29 tot 56 dollar) een fractie daarvan kosten. Bovendien loopt de bouw van nieuwe reactoren vrijwel altijd miljarden euro's uit de hand en duurt deze veel langer dan gepland, denk aan de Europese drukwaterreactor (EPR) in het Franse Flamanville. Overheden moeten enorme sommen publiek geld of garanties verstrekken om projecten te financieren. Geld dat niet meer aan hernieuwbare, snellere alternatieven kan worden besteed. Tegen de tijd dat een Nederlandse centrale rond 2040 klaar is, kan deze economisch simpelweg niet concurreren met spotgoedkope wind- en zonnestroom. De belastingbetaler dreigt dan op te draaien voor de structurele verliezen.
Beleid in beweging
Gelukkig zien we ook in het beleid de nodige verschuivingen richting flexibiliteit. De overheid werkt aan een integrale beleidsagenda voor energieopslag en vanaf 2027 dwingen nieuwe Europese regels onder de Elektriciteitsverordening meer ruimte af voor flexibele capaciteit. Er worden concrete stappen gezet om de businesscase voor batterijen te verbeteren, onder meer door ze een rol te geven in het nationale capaciteitsmechanisme. Ook subsidies zoals de SDE++ worden aangepast; zo wordt de grens voor e-boilers verlaagd van 3 naar 2 megawatt om elektrificatie te stimuleren.
Ondertussen omzeilt de markt de hoge netwerkkosten al door creatieve oplossingen te kiezen, zoals het plaatsen van batterijen 'achter de meter' bij bestaande wind- en zonneparken. Dit voorkomt hoge transportkosten en stelt exploitanten in staat om stroomoverschotten direct op te slaan en op gunstige momenten te verkopen.
Een concrete blik vooruit
De energietransitie verloopt niet lineair, maar via een exponentiële curve. De politieke fixatie op kernenergie leidt af van de oplossingen die vandaag al beschikbaar en schaalbaar zijn. In plaats van miljarden te reserveren voor nucleaire projecten die op zijn vroegst pas over vijftien jaar stroom leveren, moet de prioriteit liggen bij de acute versterking van het elektriciteitsnet, slimme software en grootschalige batterijopslag.
Hernieuwbare bronnen bieden ons bovendien direct strategische onafhankelijkheid, zonder de geopolitieke risico's die gepaard gaan met de import van uranium of de langdurige erfenis van nucleair afval. Als Nederland snel de nettarieven hervormt en de beleidsagenda uitvoert, kan het de achterstand in de batterijsector snel inlopen. De markt staat klaar. De conclusie is helder: zon, wind en batterijen wachten niet op de trage, kostbare bouw van een kerncentrale. Tegen de tijd dat de eerste reactor klaar is voor de start, is de energietransitie allang voltooid.
