Logo

XIVER zegt vaker nee – en groeit daardoor harder

De fabriek op de High Tech Campus zal verder worden uitgebouwd als plek voor complexe, klant-specifieke productie en ontwikkeling.

Published on July 27, 2026

© XIVER

© XIVER

Medeoprichter van Media52 en hoogleraar Journalistiek, bouwt aan IO+, events en Laio, met focus op commerciële kansen—en blijft schrijven voor IO+.

De voormalige Philips MEMS-foundry kiest scherpere markten, grotere klanten en een rol veel eerder in het ontwikkelproces. CEO Wil van de Wiel: “Wij zijn niet alleen een foundry. Wij ontwikkelen, industrialiseren én produceren.”

Wie XIVER (gevestigd op de High Tech Campus Eindhoven) nog vooral ziet als de voormalige MEMS-afdeling van Philips, mist een belangrijk deel van het verhaal. De verzelfstandiging was noodzakelijk om naar buiten te kunnen kijken. Maar de echte verandering kwam daarna: XIVER moest leren kiezen.

Watt Matters in AI 2026

“Wij zijn van technology push naar market pull gegaan”, zegt CEO Wil van de Wiel. “Dat heeft grote consequenties. Je moet dan eerst weten waar je werkelijk goed in bent. Niet waarin Philips zei dat je goed moest zijn, maar waar de markt op zit te wachten.”

Die omslag klinkt logisch, maar was verre van vanzelfsprekend. Als zelfstandig bedrijf kreeg XIVER aanvragen uit alle richtingen. De cleanroom, de kennis van dunne films, MEMS en microfabricage en de diepe ervaring met industrialisatie bleken veel aantrekkelijker voor externe partijen dan binnen Philips altijd zichtbaar was geweest. De valkuil lag direct op tafel: als iedereen aanklopt, hoe voorkom je dan dat je alles probeert te doen?

Het antwoord van XIVER, vorig jaar winnaar van een Gerard & Anton Award, is opvallend eenvoudig: vaker nee zeggen.

Drie markten, niet dertig

De eerste periode na de carve-out stond in het teken van marktonderzoek, marketing en market intelligence. Zaken die binnen Philips nauwelijks nodig waren, omdat de interne roadmap bepaalde waar de aandacht naartoe ging. Nu moest XIVER zelf uitzoeken waar zijn technologie, infrastructuur en mensen de meeste waarde konden toevoegen.

Dat leidde tot drie duidelijke prioriteiten.

De grootste business line is semiconductor metrology en equipment: gespecialiseerde componenten en productieprocessen voor de chipindustrie, onder meer voor meetapparatuur en infraroodtoepassingen. Daar zit momenteel ongeveer 60 tot 65 procent van de capaciteit en omzet.

Daarnaast blijft XIVER actief in transducers, waaronder capacitive micromachined ultrasound transducers (CMUT). Dat is een veelbelovende markt, zeker voor medische toepassingen, maar ook een markt met lange ontwikkel- en validatietrajecten. Klinische studies kunnen jaren duren. Aan de andere kant: “Als een toepassing daar doorbreekt, gaat het ook meteen hard”, zegt Van de Wiel.

De derde pijler is photonics, met name voor high-speed datacommunicatie. Die activiteit is nog kleiner dan de metrology-business, maar heeft volgens XIVER de grootste groeipotentie. Het bedrijf haalde recent een multimiljoenenproject binnen in die markt.

Alles wat buiten die drie domeinen valt, krijgt niet automatisch een ja. “Normaal gesproken zeggen we: nu even niet”, zegt Van de Wiel. “Tenzij iemand met een aanbod komt dat we niet kunnen weigeren. Maar we moeten focus houden.”

Dat beleid heeft ook gevolgen voor het klantprofiel. XIVER draaide in de beginfase vooral op startups: ongeveer 70 procent van de klantenkring bestond uit jonge bedrijven. Inmiddels is die verhouding omgedraaid. Ongeveer 70 procent bestaat nu uit internationale, gevestigde ondernemingen.

Dat betekent niet dat startups kansloos zijn. Maar alleen een interessante technologie is niet meer genoeg. “Een startup met een mooie technologie, daar worden wij niet automatisch warm van. We willen weten: waar is de klant, waar is de markt, wat is hun positie?” Een startup met een concrete launching customer kan nog steeds uitstekend passen. Zonder die commerciële basis is het risico voor XIVER te groot.

Geen standaardfoundry, maar een industrialisatiepartner

Die scherpere klantkeuze hangt direct samen met de manier waarop XIVER zich wil onderscheiden. Het bedrijf wil niet functioneren als een klassieke foundry die pas instapt wanneer een ontwerp vrijwel vastligt en volgens een standaard proceskit geproduceerd kan worden.

XIVER schuift juist al aan in de designfase. De klant ontwikkelt de functie van een apparaat of component. XIVER kijkt vervolgens mee naar de maakbaarheid: welke materialen, structuren en processtappen zijn nodig om die gewenste functie ook echt betrouwbaar, reproduceerbaar en op schaal te produceren? “Wij bepalen niet de functie voor de klant”, zegt Van de Wiel. “Daar zijn zijzelf beter in. Maar wij laten zien hoe je die functie maakbaar maakt.”

Daarna neemt XIVER het proces stapsgewijs over. Samen met de klant wordt eerst een minimum viable product vastgesteld. Vervolgens ontwikkelt XIVER het productieproces, bewijst het dat proces met prototypes en pilots, en werkt het toe naar voldoende yield voor productie.

De ambitie is om dat traject in ongeveer negen maanden te kunnen doorlopen: drie maanden naar een eerste werkend product, drie maanden naar een bewezen proces en daarna drie maanden naar de beslissing om te industrialiseren.

Dat tempo is essentieel. Voor grote klanten ligt de waarde volgens Van de Wiel niet primair in een lage prijs. Hun belangrijkste vraag is: wanneer is het klaar – en kunnen we erop vertrouwen dat het dan ook werkt?

Juist daar wil XIVER het verschil maken. Het bedrijf produceert geen commoditized chips in enorme volumes, maar complexe, hoogwaardig gespecialiseerde componenten in een omgeving van low-medium volume en high-mix. Niet massaproductie als doel op zich, maar de brug tussen een goed technisch idee en een maakbaar product.

Een ontbrekende schakel uit het Philips-verleden

Van de Wiel ziet daarin ook een bredere betekenis voor Brainport. Hij begon zijn loopbaan bij Philips’ Centrum voor Fabricagetechniek, waar design for manufacturing en industrialisatie centraal stonden. Die expertise is in de loop der jaren versnipperd geraakt over bedrijven, afdelingen en gespecialiseerde ketenpartners. XIVER probeert precies dat stuk opnieuw te organiseren. “Het meedenken over design for manufacturing, het industrialiseren en de eerste productie op je nemen: dat is eigenlijk nooit echt meegekomen”, zegt Van de Wiel. “Wij vullen dat nu in.”

Dat is ook waarom XIVER zich liever niet alleen als MEMS-foundry presenteert. MEMS blijft een belangrijk technisch fundament, maar de commerciële belofte is breder: bedrijven helpen om complexe microtechnologie sneller van ontwerp naar productie te brengen.

De internationale markt lijkt die positie te bevestigen. Slechts ongeveer 10 procent van de omzet komt uit Nederland. Zo’n 60 procent komt uit Europa en 30 procent uit de Verenigde Staten. XIVER werkt bovendien aan projecten voor Europese en Nederlandse defensiepartijen, waardoor cybersecurity, auditability en compartimentering van gevoelige informatie steeds belangrijker worden.

De open cultuur waar XIVER intern op inzet, heeft daarmee ook een grens. Medewerkers moeten weten welke projecten lopen en waarom bepaalde prioriteiten gelden, maar gevoelige klantinformatie wordt strikt afgeschermd. De eisen van internationale klanten worden zwaarder, zegt Van de Wiel. “Het is nu al lastig voor een buitenstaander, maar straks kun je helemaal niet meer zomaar binnenlopen.”

Van Philips-cultuur naar schaalbedrijf

De commerciële omslag vraagt ook om een andere interne cultuur. XIVER telt veel technologische specialisten met een achtergrond bij Philips, maar Van de Wiel wilde voorkomen dat het bedrijf zou blijven hangen in een omgeving waarin goede technologie niet altijd leidt tot een product in de markt. “De mensen hier zijn technologisch het beste van het beste”, zegt hij. “Hun frustratie was vaak dat er uiteindelijk niets van kwam. Nu zien ze dat hun werk daadwerkelijk ergens toe leidt.”

Toch voelde niet iedereen zich thuis in dat andere tempo. Volgens Van de Wiel is ongeveer 20 procent van het personeelsbestand inmiddels vernieuwd. Tegelijkertijd is een commerciële organisatie opgebouwd die veel dichter naast de engineers en operations-medewerkers werkt dan in een klassiek R&D-model gebruikelijk is.

Dat heeft tastbare effecten. In één project ging een aanvankelijke doorlooptijd van 22 weken terug naar vier weken, nadat verschillende teams gezamenlijk naar het proces waren gaan kijken. “Niet omdat de technologie plotseling veranderde, maar omdat mensen elkaar eerder wisten te vinden en allemaal dezelfde urgentie voelden.”

Binnenkort wil XIVER die gezamenlijke verantwoordelijkheid ook financieel zichtbaar maken. Het bedrijf introduceert een aandelenprogramma voor alle medewerkers, van operators tot ontwikkelaars en management. “Iedereen zit in hetzelfde schuitje”, zegt Van de Wiel. “Iedereen is nodig, dus iedereen krijgt ook skin in the game.”

Doorgaande groei

De eerste cijfers onderbouwen de groeiverwachting. XIVER draaide in 2024, toen het nog onderdeel was van Philips, naar eigen inschatting ongeveer 17-18 miljoen euro aan omzet. In 2025 groeide dat naar circa 20 miljoen euro, ondanks het feit dat een groot deel van het eerste halfjaar opging aan de praktische gevolgen van de afsplitsing: nieuwe systemen, contracten, bankrekeningen, afspraken met vakbonden en het volledig opbouwen van een zelfstandig bedrijf.

Voor 2026 verwacht XIVER break-even te draaien en winstgevend te worden. Richting 2030 mikt Van de Wiel op 80 tot 90 miljoen euro omzet en ongeveer 240 medewerkers, een verdubbeling van het huidige bestand.

De High Tech Campus blijft daarbij het hoofdkwartier en het technologische hart van het bedrijf. Als de Amerikaanse klantenbasis verder groeit, ziet XIVER op termijn ook lokale productie in de Verenigde Staten als logisch. Maar voorlopig verwacht het bedrijf de grootste groei in Europa.

Otto van den Boogaard en Wil van de Wiel, © XIVER

Otto van den Boogaard en Wil van de Wiel, © XIVER

De fabriek op de High Tech Campus zal dan niet verdwijnen, maar juist verder worden uitgebouwd als plek voor complexe, klant-specifieke productie en ontwikkeling. Otto van den Boogaard, CEO High Tech Campus Eindhoven, kan dat alleen maar toejuichen: "XIVER laat zien wat mogelijk is wanneer diepgaande technologische expertise wordt gecombineerd met ondernemerschap en een heldere marktvisie. De transformatie van het bedrijf tot een open innovatie- en productiepartner creëert grote waarde voor het bredere ecosysteem. Vanuit de High Tech Campus Eindhoven is XIVER uitstekend gepositioneerd om zijn groei te versnellen en zijn impact binnen de halfgeleider- en fotonica-industrie verder uit te bouwen."

De zelfstandigheid van XIVER ging dus niet alleen over het loskomen van Philips. Ze gaf het bedrijf de vrijheid om zelf te bepalen welke markten, klanten en technologieën het wel en niet wil bedienen. En juist die vrijheid om nee te zeggen blijkt nu misschien wel de belangrijkste voorwaarde om ja te kunnen zeggen tegen groei.