Logo

Waarom Europa moet stoppen met polderen rond cognitieve robots

Van potentie naar productiviteit: Albert Maas pleit voor sneller prototypen, durven falen en grootschalig inzetten op eindketens.

Published on October 9, 2026

Albert Maas © Bram Saeys

Albert Maas © Bram Saeys

Medeoprichter van Media52 en hoogleraar Journalistiek, bouwt aan IO+, events en Laio, met focus op commerciële kansen—en blijft schrijven voor IO+.

Tijdens het jaarcongres van Brainport Industries, donderdag op Brainport Industries Campus, stond één prangende vraag centraal: hoe zetten we de enorme potentie van cognitive robotics en fysieke AI eindelijk om in tastbare industriële productiviteit? Volgens Albert Maas (CEO van Avular) moeten we in Europa het roer radicaal omgooien: sneller prototypen, durven falen en grootschalig inzetten op eindketens. Leo Warmerdam (Holland High Tech) schetst hoe een Nationale Agenda de industrie hierin moet bundelen.

Waar generatieve AI en taalmodellen (LLM’s) de afgelopen jaren virtueel de wereld veroverden, voltrekt de échte disruptie zich volgens Albert Maas binnenkort in de fysieke wereld. “Jaarlijks besteden we wereldwijd tussen de 15 en 23 biljoen dollar aan fysieke arbeid,” stelt de oprichter van het Eindhovense Avular. “Zodra je AI koppelt aan het fysieke domein - physical AI, oftewel robotica - praten we over de potentiële automatisering van naar schatting 74 procent van de huidige fysieke taken. Als je daarin de Microsoft of Apple van de robotica weet te worden, heb je een ongekende markt in handen.”

Toch dreigt Europa de boot te missen als het tempo niet drastisch omhooggaat. Terwijl de VS kapitaal stapelt op humanoïde platformen en China via honderden miljarden aan investeringen complete ‘dark factories’ en tienduizenden robots uitrolt, kijkt Maas met gezonde frustratie naar het Europese speelveld.

De bottleneck: ‘Drie weken wachten op een offerte’

De urgentie is evident. De vergrijzing slaat hard toe, driekwart van de werkgevers kampt met onvervulde vacatures en de geopolitieke spanningen dwingen tot strategische autonomie. Maar de transitie van technologische potentie naar productiviteit strandt volgens Maas te vaak op onze eigen werkwijze.

“Wat de Duitse automotive de das omdoet, is simpelweg het gebrek aan snelheid,” waarschuwt Maas. “Zij doen er drie jaar over om een nieuw model te ontwikkelen; China doet het in één jaar, tegen aanzienlijk lagere kosten en met hoge kwaliteit. Als engineer wil ik binnen 24 tot 72 uur een prototype in handen hebben om te zien of het werkt, niet over twee maanden. Als ik hier een offerte aanvraag voor een onderdeel, krijg ik pas na weken reactie dat de planning vol zit of dat het 800 euro kost. Dat moet radicaal anders: fast learning, fast prototyping en durven falen.”

Maas hekelt de Europese neiging om subsidiegelden te versnipperen in kleine plukjes zonder duidelijke keuzes. “In de VS wachten startups met miljarden op de bank het perfecte moment af om op te schalen. De overheid biedt daar een vangnet om te mogen falen. Wij moeten in Nederland stoppen met overal een tonnetje te strooien. Durf te kiezen voor een aantal partijen en fund die substantieel.”

Slimme kranen en autonome asfaltwalsen

Dat cognitieve robotica geen verre toekomstmuziek is, bewijst Avular al in de praktijk via hun mobiele platformen en zogeheten cocreatietrajecten. Zo ontwikkelde het bedrijf samen met SGL een autonome UV-C-robot die 's nachts over golfbanen rijdt om schimmels op gras te bestrijden, waardoor pesticiden overbodig worden. Twee weken geleden doemden de eerste robots zelfs al op in Central Park in New York.

Een ander treffend voorbeeld is de samenwerking met bouwbedrijf Heijmans voor de ontwikkeling van een autonome asfaltwals. Maas: “Heijmans voorzag een enorm tekort aan vakmensen voor de komende tien tot vijftien jaar. Het asfalteren gebeurt vaak ’s nachts of in het weekend. Gaat het mis, dan moet het hele wegdek er weer uit. Door de vakkennis van de walsmachinist te digitaliseren en in de intelligentie van het voertuig te stoppen, automatiseer je die handeling en verhoog je de betrouwbaarheid. Maar dat lukt alleen door intensieve cocreatie: onze mensen mee het veld op, en hun asfalt-experts twee tot drie dagen per week bij ons op kantoor.”

Volgens Maas ligt hier een enorme kans voor de regio: “We hoeven niet bang te zijn voor China of de VS, zolang we onze eigen kracht benutten. Wij hebben in de Brainport-regio de unieke combinatie van diepe technologische systeembouw (het ASML-DNA), maakindustrie én ijzersterk design. Maar we moeten wel weer durven om zélf de merk- en eindproductbouwer te zijn, in plaats van alleen toeleverancier van componenten.”

Holland High Tech: Van gefragmenteerd polderen naar slagkracht

Die handschoen wordt opgepakt door Holland High Tech. Leo Warmerdam, operationeel directeur bij de topsector, erkende tijdens het congres de reflex van het Nederlandse poldermodel, maar ziet tegelijk een omslagpunt.

“We hebben in Nederland vaak tijd nodig om alle partijen aan boord te krijgen en rollen te verdelen,” stelt Warmerdam. “Maar als we voorlopers hebben zoals Avular die het tempo opschroeven, kan de overheid daar juist een enorme hefboom onder zetten. We moeten het doen met de middelen die we hebben en die bundelen.”

Leo Warmerdam, © Bram Saeys

Leo Warmerdam, © Bram Saeys

Warmerdam kondigde aan dat Holland High Tech samen met industriepartners en het ministerie van Economische Zaken werkt aan een Nationale Agenda Cognitive Robotics. Waar robotisering in eerdere decennia vooral draaide om vaste industriële armen voor hoogvolume en repetitief werk, dwingt de huidige markt tot 'high-mix, low-volume'-flexibiliteit.

“De doelstelling van de nationale agenda is ambitieus: we streven naar een verdubbeling van de arbeidsproductiviteit in de maakindustrie in de komende tien jaar,” aldus Warmerdam. “De maakindustrie is al goed voor circa 12 procent van ons bbp en levert een enorme industriële bijdrage. Om dat op peil te houden terwijl het personeelstekort knelt, is cognitieve robotica geen luxe meer, maar bittere noodzaak.”

Geen praatclub, maar actie

De agenda moet volgens Warmerdam voorkomen dat initiatieven versplinterd raken in losse subsidies en bureaucratie. “We willen geen vertraging. Er staat een compacte werkgroep klaar van koplopers die weten wát ze willen en hóé ze het willen bereiken. We koppelen de agenda direct aan het Nationaal Groeifonds en investeringsfondsen.”

Richting het voorjaar van 2027 moet de Nationale Agenda definitief worden bekrachtigd, onder meer tijdens de Hannover Messe, om direct door te pakken naar tastbare implementaties in fabrieken en werkplaatsen.