Waarom de nieuwe EU-verpakkingswet een papierwinkel is
De PPWR moest verpakkingsafval oplossen. Voor kleine EU-verkopers schept de wet vooral nieuwe rompslomp en heel veel papierwerk.
Published on August 21, 2026

© Cowa Software - Unsplash
Mauro verruilde Sardinië voor Eindhoven en volgt als GREEN+ expert de energietransitie. Hij vertelt data-gedreven verhalen en maakt series over duurzaamheid.
De nieuwe Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR) van de EU, die vorige week volledig van kracht werd, moet een reëel probleem aanpakken: verpakkingen zijn goed voor 40% van al het plastic dat in de EU wordt gebruikt en zijn verantwoordelijk voor de helft van het zwerfvuil in Europese zeeën.
Brussel wil het gebruik van nieuw materiaal terugdringen en de sector op weg helpen naar klimaatneutraliteit — door bepaalde wegwerpplastics te verbieden, schadelijke stoffen in verpakkingen die met voedsel in aanraking komen aan banden te leggen, en duurzame alternatieven te stimuleren. Hoewel de milieudoelen worden geprezen, vormt de PPWR een lastige compliance-drempel voor startups en kleine bedrijven.
.png&w=2048&q=75)
Naast kosten verplicht de PPWR fabrikanten om bepaalde zware metalen en PFAS uit verpakkingen te weren — vooral omdat deze stoffen gezondheidsrisico's met zich meebrengen — en om verpakkingen uiterlijk in 2030 recyclebaar te maken. Naleving wordt aangetoond via een zorgvuldigheidsproces dat resulteert in een Declaration of Conformity (DoC): documentatie waaruit blijkt dat de verpakking van een product voldoet aan de ontwerp- en materiaaleisen van de wet.
Het lastige deel begint bij de hoeveelheid rapportage
Kostantinos Kouzelis, CEO van Coolset — een complianceplatform voor duurzaamheidsverplichtingen — geeft toe dat de PPWR de groei van zijn bedrijf aanjaagt.
"In zekere zin helpen we bedrijven om te gaan met een complexiteit die eigenlijk niet zou moeten bestaan," zegt Kouzelis. "De EU zou zichzelf eens goed onder de loep moeten nemen en zich moeten afvragen waarom er een hele secundaire markt is ontstaan om bedrijven te helpen voldoen aan de complexiteit van haar eigen wetgeving."
De complexiteit begint bij de omvang. Onder de PPWR moet een bedrijf rapporteren over elk product dat het op de EU-markt brengt. Kouzelis gebruikt een doosje thee als voorbeeld: het theezakje zelf, het label erop, de binnenste wikkel, een scheidingselement, de buitenste doos en de plastic folie eromheen. Dat zijn zes of zeven losse verpakkingsonderdelen, die elk hun eigen rapportageregel vereisen.
"Vermenigvuldig dat met meer dan honderd leveranciers, en je houdt al snel 20.000 tot 40.000 verpakkingslagen bij. Dat is geen werk voor één persoon — het kan meerdere mensen fulltime bezighouden. Die hoeveelheid is wat het meest ontmoedigend is," legt hij uit.

Kostantinos Kouzelis
Ceo bij Coolset
Coolset helpt bedrijven bij het meten en rapporteren van hun milieu-impact.
En dan is er ook nog de EPR
Het andere deel van het verhaal gaat over de financiering van recycling — geregeld via de Extended Producer Responsibility (EPR), die de kosten van afvalverwerking en recycling verschuift van consumenten naar producenten.
EPR geldt voor het bedrijf dat de verpakking als eerste op de eigen EU-markt beschikbaar stelt, of als eerste beschikbaar stelt aan eindgebruikers elders in de EU — doorgaans het merk of de verkoper, niet de fabrikant of de winkelier.
Het addertje onder het gras voor kleine e-commercebedrijven is dat deze regel bij elke landsgrens opnieuw begint. Een bedrijf dat rechtstreeks aan consumenten in alle 27 EU-landen verkoopt, is zelf de verantwoordelijke partij in elk van die 27 nationale markten — wat neerkomt op 27 aparte registraties, tariefstructuren en aangiftes, ook al is er in elk afzonderlijk land maar één partij aansprakelijk. Voor een klein bedrijf is het bijbenen van al die verplichtingen op zich al een zware, tijdrovende last, bovenop het hierboven beschreven zorgvuldigheidswerk.
EPR wordt zelf per land georganiseerd — in Nederland bijvoorbeeld via de nationale regeling Verpact — waardoor zelfs basiszaken zoals vrijstellingsdrempels voor kleine bedrijven van EU-land tot EU-land verschillen.
Een dataprobleem, niet alleen een verpakkingsprobleem
Purvi Sankhla is bedrijfsstrateeg en adviseert startups over compliance. Zij ziet de PPWR minder als een verpakkingsregel en meer als een verkapt dataprobleem.
"Het voelt meer als een dataprobleem dan als een verpakkingsprobleem," zegt Sankhla. Haar punt: de PPWR kent drempels die zeer kleine ondernemers moeten ontzien van volledige rapportageverplichtingen, maar zelfs bedrijven onder die drempels moeten hun verpakkingsgegevens continu bijhouden, voor het geval — of het moment — dat ze de grens overschrijden. "Niemand zegt tegen ons: 'oh, jij hoeft niets te doen, jij bent klein'", zegt ze. "Je moet het bijhouden, omdat je niet weet wanneer je die grens raakt."
Die onduidelijkheid gaat verder dan drempels alleen en raakt ook definities. Sankhla krijgt regelmatig vragen van oprichters die oprecht niet weten of een product überhaupt als verpakking telt. Haar standaardvoorbeeld: een pen met een papieren wikkel. Is die wikkel een verpakking, onderdeel van het product, of iets heel anders? "Het zorgt voor veel verwarring," zegt ze. "Je moet naar je eigen situatie kijken" — er is geen eenvoudige checklist voor elk nieuw materiaal dat oprichters uitproberen. Het bijhouden van data is, in haar ogen, de manier om met die onzekerheid om te gaan.

Purvi Sankhla
Consultant bedrijfsstrategie
Ze adviseert kleine bedrijven en startups over nalevingsprocedures.
De praktische kant van de PPWR
Jasper Arnou is medeoprichter van Finify, een bedrijf dat de btw-aangifte automatiseert voor bedrijven die fysieke goederen verkopen in Europa. De startup begon als een spreadsheet die Arnou bouwde om de btw-aangiftes van zijn eigen e-commercebedrijf te beheren, tot hij besefte dat andere bedrijven dezelfde tool nodig hadden. Hij hoort van klanten dezelfde klachten over de PPWR, vooral over de rapportage- en administratieve last die ontstaat door versnipperde nationale EPR-systemen.
"Onze klanten vertellen me vaak dat ze het niet erg vinden om bij te dragen aan de recyclingkosten, maar dat ze zich zorgen maken over de complexiteit van het systeem eromheen," zegt hij.
De praktische uitvoering maakt het er niet beter op. EPR-rapportage vereist doorgaans dat bedrijven verpakkingshoeveelheden per gewicht en categorie rapporteren voor elke relevante nationale markt. Voor e-commercebedrijven kan dat verrassend lastig te berekenen zijn. Hetzelfde product kan los verzonden worden in een klein doosje, of als onderdeel van een grotere bestelling in een grotere doos.
"Een van mijn klanten verkoopt in alle 27 EU-lidstaten, maar drie daarvan zijn goed voor 90% van de winst. In veel van de overige markten kan zelfs een klein aantal verkopen al aparte EPR-verplichtingen voor verpakkingen met zich meebrengen. De vereisten verschillen per land, maar kunnen registratie, rapportage en EPR-kosten omvatten," benadrukt hij.
Jasper Arnou
Medoprichter bij Finify
Na jarenlang zijn e-commerceplatform te hebben gerund, lanceerde hij Finify om andere bedrijven te helpen bij het afhandelen van btw-aangiften.
Hoe kan de PPWR worden verbeterd?
Arnou en Kouzelis pleiten beiden voor het harmoniseren van de rapportage. "Een EPR-rapportagesysteem is prima," zegt Kouzelis, "maar maak er dan één centrale plek van, die het vervolgens verdeelt over de landen. Het zou niet aan de ondernemer of aan het bedrijf moeten zijn om dat over 27 markten te verspreiden."
Hij zou ook graag zien dat de rapportagefrequentie wordt versoepeld naar een jaarlijks ritme voor verpakkingen die al op de markt zijn, en dat kleine bedrijven volledig worden vrijgesteld — "zij zijn niet degenen die enorme hoeveelheden verpakkingen op de markt brengen," zegt hij.
Arnou wijst naar het btw-éénloketsysteem van de EU als voorbeeld: in plaats van apart aangifte te doen in elk land, rapporteert een verkoper alle EU-btw — berekend per klantlocatie — via één portaal. "Het zou geweldig zijn als EPR naar hetzelfde model zou bewegen," zegt hij. "Dat zou bedrijven veel tijd en gedoe besparen bij het indienen van hun aangiftes."
Sankhla is het eens met deze harmonisatie en voegt nog een argument toe waarom dit vooral startups raakt, meer dan kleine bedrijven in het algemeen — financiering. Compliancekosten die een groter bedrijf als een afrondingsverschil kan absorberen, kunnen een beginnende oprichter in een onmogelijke positie brengen, betoogt ze: terug naar investeerders moeten gaan, midden in een investeringsronde, om specifiek geld te vragen voor nieuwe compliance-kosten. "Dat slaat nergens op," zegt ze. Zonder aanpassing naar bedrijfsgrootte, waarschuwt ze, loopt de wet het risico om "de hele duurzaamheid en motivatie te ondermijnen" die oprichters er juist toe brengt om duurzaam te bouwen.
Kleine ondernemers vragen om herziening
De invoering van de PPWR is nog niet voorbij — er komen tot 2029 nog meer verplichtingen bij. Kleine ondernemers uit de hele EU zijn een petitie gestart om de Commissie te vragen de verordening te herzien en de naleving te vereenvoudigen. De oproep heeft inmiddels meer dan 70.000 ondertekenaars. Of die herziening er komt voordat nog meer kleine bedrijven stilletjes stoppen met verzenden naar hun buurlanden, is voorlopig een open vraag.
