Logo

Versnelling in biobased bouwen via onderzoek TU/e en WUR

Universiteiten Wageningen en Eindhoven onderzoeken de opschaling van biobased bouwen in de regio Eindhoven.

Published on March 20, 2026

innovationorigins_biobased_building_made_with_wood_and_straw_in_9227b4f8-3c33-4ae7-9317-5c68bd5682f4.png

Team IO+ selecteert en brengt de belangrijkste nieuwsverhalen over innovatie en technologie, zorgvuldig samengesteld door onze redactie.

De bouwsector stoot wereldwijd te veel CO2 uit. Negentien gemeenten in de regio Eindhoven grijpen in. Zij stimuleren de teelt en het gebruik van natuurlijke bouwmaterialen. Wetenschappers van Wageningen University & Research en de Technische Universiteit Eindhoven onderzoeken momenteel hoe deze lokale ketens optimaal kunnen opschalen. Dit is een cruciale stap voor de regionale economie en de Europese onafhankelijkheid.

De Nederlandse bouwsector kampt met een naderende crisis. Het landelijke CO2-budget voor de bouw bedraagt 47 miljoen ton vanaf 2023. Experts verwachten dat dit budget al in 2027 volledig is verbruikt. Wereldwijd veroorzaakt de bouwsector veertig procent van alle CO2-uitstoot. Dit onhoudbare model dwingt de industrie tot een snelle en radicale omslag. Traditionele bouwmaterialen zoals beton en staal vereisen energie-intensieve productieprocessen. Deze processen stoten enorme hoeveelheden broeikasgassen uit. Biobased materialen bieden een fundamenteel ander perspectief. Natuurlijke grondstoffen slaan tijdens hun groei juist CO2 op. Deze eigenschap maakt ze essentieel voor het behalen van klimaatdoelen. De landelijke overheid heeft daarom scherpe doelen gesteld. In 2030 moet Nederland 50.000 hectare landbouwgrond gebruiken voor de teelt van biobased bouwmaterialen. Daarnaast moet in datzelfde jaar dertig procent van alle nieuwbouw uit biobased materialen bestaan. Deze nationale ambities vereisen een sterke regionale uitvoering. Lokale overheden moeten de leiding nemen om de kloof tussen boer en bouwer te overbruggen. Zonder deze lokale regie stagneert de broodnodige woningbouw.

Regionale krachtenbundeling in Eindhoven

Negentien gemeenten in de Metropoolregio Eindhoven (MRE) zetten nu een concrete stap. Zij ondertekenden eind 2024 een gezamenlijk convenant voor biobased bouwen en telen. De ambitie is helder. In 2030 moet vijftig procent van de regionale woningbouw bestaan uit biobased of hergebruikte materialen. Om deze belofte waar te maken, is diepgaande kennis nodig. Daarom zijn Wageningen University & Research (WUR) en de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) een grootschalig onderzoek gestart. Dit project brengt de kansen en knelpunten van regionale ketenvorming in kaart. De onderzoekers kijken specifiek naar de opschaling van de teelt en de verwerking van vezelgewassen. Op 16 maart 2026 vond de eerste van drie geplande workshops plaats. Tijdens deze bijeenkomst spraken wetenschappers, studenten en regionale stakeholders met elkaar. Zij analyseerden de impact van vezelteelt op het lokale landschap. Het onderzoeksteam combineert kennis over landschapsarchitectuur met informatiesystemen en materiaalstromen. Deze multidisciplinaire aanpak voorkomt dat oplossingen voor de bouw leiden tot nieuwe problemen in de natuur. De samenwerking tussen kennisinstellingen en lokale overheden vormt de basis voor een succesvolle transitie.

Van landbouwgrond naar bouwplaats

De overstap naar biobased bouwen raakt niet alleen de bouwplaats. Het biedt ook een reddingsboei voor de agrarische sector. Boeren zoeken naar nieuwe, duurzame verdienmodellen. De teelt van vezelgewassen zoals hennep, vlas en miscanthus biedt zo'n model. Deze gewassen groeien snel en leveren hoogwaardige vezels voor isolatiemateriaal en biocomposieten. Een groot voordeel is de positieve impact op de omgeving. De teelt van deze gewassen vereist aanzienlijk minder water en bestrijdingsmiddelen dan traditionele landbouw. Dit vermindert de uitspoeling van schadelijke stoffen naar het grondwater. Hierdoor verbetert de lokale waterkwaliteit direct. Bovendien dragen deze extensieve teelten bij aan een gezondere bodem en een hogere biodiversiteit. Het convenant van de MRE benadrukt deze ecologische voordelen expliciet. Het landelijk gebied fungeert zo als een duurzame kraamkamer voor de woningbouw. Boeren transformeren van voedselproducenten naar leveranciers van bouwmaterialen. Deze verschuiving vraagt om langjarige zekerheid. Agrariërs moeten de garantie hebben dat bouwers hun gewassen afnemen. Het regionale onderzoek richt zich daarom sterk op het sluiten van deze lokale ketens. Pas wanneer vraag en aanbod regionaal in balans zijn, durven boeren de overstap te maken.

Europese autonomie en economische impact

Deze regionale ontwikkelingen hebben een directe impact op de Europese strategische autonomie. Europa is momenteel sterk afhankelijk van de import van grondstoffen en energie-intensieve bouwmaterialen. Deze afhankelijkheid maakt de Europese economie kwetsbaar voor geopolitieke schokken en verstoringen in de toeleveringsketen. Door bouwmaterialen lokaal te telen en te verwerken, vermindert de regio Eindhoven deze importafhankelijkheid drastisch. Dit versterkt de economische veerkracht van zowel Nederland als Europa. Korte regionale toeleveringsketens zijn minder gevoelig voor internationale crises. Bovendien houdt deze aanpak het geld binnen de regionale economie. Boeren krijgen een eerlijke prijs voor hun gewassen en kunnen extra inkomsten genereren via koolstofcertificaten. Deze certificaten belonen de langdurige opslag van CO2 in gebouwen. Dit creëert een robuust economisch model dat ecologische en financiële winst combineert. De transitie naar een biobased economie is daarom geen puur groen ideaal. Het is een harde economische noodzaak om de Europese concurrentiepositie te behouden. Regio's die nu investeren in deze lokale ketens bouwen een voorsprong op. Zij verzekeren zich van de materialen die nodig zijn om de woningnood op te lossen. Tegelijkertijd beschermen zij zichzelf tegen fluctuerende prijzen op de wereldmarkt.