Van wetenschap naar bedrijf: ‘De spinoff machine moet aan’
Nederland blinkt uit in wetenschap, maar benut die kennis te weinig voor nieuwe bedrijven. Peter Maarten Westerhout vertelt wat anders moet.
Published on October 15, 2026

© Techleap
Nederland telt momenteel 28% meer onderzoekers dan in 2015, terwijl het aantal spinoffs met twee procent is gedaald. Dat blijkt uit het Dutch Spin-off Report 2026. “Het wetenschappelijk onderzoek in Nederland is van absolute wereldklasse”, benadrukt hij. “Maar de reden waarom zich dat nog te weinig vertaalt in spinoffs, ligt aan verschillende aspecten”, vertelt Volgens Peter Maarten Westerhout, Head of Spinoff Excellence bij Techleap.
Maar hoe zorg je ervoor dat meer onderzoek daadwerkelijk leidt tot nieuwe ondernemingen? Volgens Westerhout vraagt dat om veranderingen binnen de wetenschap én in de manier waarop universiteiten ondernemerschap ondersteunen en waarderen.
Belang van spinoffs
Spinoffs kunnen baanbrekend wetenschappelijk onderzoek vertalen naar concrete toepassingen. Dat is volgens Westerhout hard nodig om grote maatschappelijke uitdagingen aan te pakken. “De wereld staat voor gigantische transities. Denk aan voeding, energie en soevereiniteit. Om die uitdagingen het hoofd te bieden, is innovatie essentieel”, vertelt hij. “Spinoffs zijn hét vehikel om baanbrekend onderzoek in te zetten voor het vergroten van het concurrentievermogen van Nederland en Europa.”
Voor Westerhout is het uiteindelijke doel helder: “dat in de komende vijf jaar de 'spinoff machine' in Nederland aangaat,” benoemt hij. “Dat betekent niet alleen een verdubbeling van het aantal spinoffs, maar ook dat de kwaliteit en groeisnelheid van deze bedrijven verdubbelt.”
De kloof tussen wetenschap en ondernemerschap
Om die ambitieuze groei te realiseren, moet er volgens Westerhout wel eerst het een en ander veranderen. Allereerst ziet de onderzoekswereld nog te weinig in de waarde van ondernemerschap. “Onderzoekers realiseren zich onvoldoende dat een spinoff een hele effectieve route is om impact te maken met hun onderzoek”, aldus Westerhout. Dat is voor een groot deel cultureel bepaald. Waar onderzoek hoog in het vaandel staat, wordt ondernemerschap binnen de muren van universiteiten vaak niet op dezelfde manier gewaardeerd.
Daarnaast ontbreekt het simpelweg aan financiele ruimte en tijd. Zodra het contract van een PhD of postdoc afloopt, stopt de financiering, terwijl het onderzoeken van ondernemerschap tijd kost. Westerhout pleit ervoor dat er meer gerichte fellowships of tijd en financiering moeten komen, speciaal om die route te verkennen.
Het systeem van ‘erkennen en waarderen’ is te eenzijdig. “Dat is nu heel erg gericht op publicaties of het afleveren van studenten. Maar ook de poging om een business op te zetten vanuit onderzoek zou daarin meegenomen moeten worden”, stelt Westerhout.
Maak er een taak van
Westerhout noemt de technische universiteit in Zürich (ETH Zürich) als voorbeeld voor Nederland. Bij de Zwitserse universiteit is het stimuleren van ondernemerschap een wettelijk vastgelegde taak. Ook zijn er duidelijke doelstellingen en specifieke bestuursfuncties gericht op valorisatie en ondernemerschap. In Nederland is valorisatie wel benoemd als derde kerntaak, maar veel vager omschreven. “Er moet meer duidelijkheid komen over wat er precies verwacht wordt en welke financiering daaraan gekoppeld is”, zegt Westerhout.
Daarnaast is het hele ecosysteem rondom spinoffs in landen als Zwitserland veel coherenter. Het gaat daar niet alleen om de formele regels, maar om een gedeelde cultuur waarin alle partijen elkaar feilloos aanvullen. Van de professor en de decaan tot het college van bestuur en externe investeerders. “Alle radertjes werken samen als één geoliede machine”, aldus Westerhout. Om dit in Nederland te bereiken, moeten universiteitsbestuurders spinoffs op elk niveau erkennen als belangrijke strategische pijler, er zelf actief op sturen en zorgen dat de hele keten elkaar beter ondersteunt.
Een investering in ambitie
Het kabinet trekt de komende tijd 30 miljoen euro per jaar uit om het tij te keren, onder andere voor de oprichting van spinoffs. Westerhout is duidelijk over de bestemming van dat geld: “Het mag geen vervanging zijn voor wat er nu al is. Het moet het ecosysteem als geheel versterken.”
Volgens Westerhout moet die financiële impuls worden gebruikt om het hele proces rondom het creëren en financieren van bedrijven te versnellen. De processen voor het verkrijgen van zogeheten 'deal terms' en subsidies moeten veel efficiënter. “Ondernemers moeten niet zes maanden hoeven wachten tot er weer een subsidiepotje opengaat”, vindt hij. Daarnaast moet er geïnvesteerd worden in de ondersteuning van onderzoekers, bijvoorbeeld door budget vrij te maken zodat zij in een vroeg stadium ervaren ondernemers aan hun team kunnen toevoegen.
Uiteindelijk draait het volgens Westerhout niet alleen om geld, maar vooral om ambitie en samenwerking. Nederland heeft de kennis en het talent in huis; de uitdaging is om die vaker te vertalen naar succesvolle bedrijven. “Er is zoveel supermooi onderzoek, er is een enorme noodzaak en er is heel veel potentie. We moeten gewoon allemaal die ambitie uitspreken en het gaan doen.”