Van eeuwenoude naar hightech sector: de comeback van de mossel
Schelpdieren zijn de toekomst. Ze zijn gezond en zorgen voor minder uitstoot. De overheid en bedrijven focussen op groei van de sector.
Published on February 13, 2026
© Lando Nieuwenhuize
Als Head of Partnerships legt Linda contact met nieuwe partners. Ze coördineert alle lopende samenwerkingen en legt de verbinding tussen onze journalistieke redactie en commerciële artikelen. Die linkt legt ze niet alleen voor geschreven artikelen, maar ook voor al onze events.
Schelpdieren zijn een ondergewaardeerd maar belangrijk onderdeel van een duurzamere voedselproductie en een gezond eetpatroon. Zo zitten mosselen en oesters vol met voedingsstoffen zoals eiwitten en omega-3 vetzuren. Bovendien is de kweek veel minder belastend dan bijvoorbeeld de veeteelt. Ondanks de voordelen, is het productievolume van de sector de afgelopen tientallen jaren alleen maar kleiner geworden. Zijn er nog kansen voor de schelpdiersector in Nederland? En zo ja, waar zitten die dan? Drie experts leggen het uit.
“De eerste stappen naar verbetering zijn gezet”, zegt Addy Risseeuw, secretaris bij PO Mossel, de vereniging van mosselkwekers. De sector tekende in 2022 de Blue Deal, samen met het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), RVO, Provincie Zeeland, de Zeeuwse ontwikkelingsmaatschappij IMPULS en verschillende ngo’s. Het doel is om de omzet van de mosselsector in 2040 met 50% te verhogen. De Blue Deal zorgde voor een stroomversnelling als het gaat om innovatie in de sector. Aquacultuur (de kweek van vis en schelpdieren) is inmiddels ook in de plannen van het nieuwe kabinet opgenomen.
“Nederland is koploper als het gaat om innovatie in de schelpdierkweek, vergeleken met andere Europese landen”, stelt Eva Hartog, onderzoeker aquacultuur in deltagebieden bij de HZ University of Applied Sciences. Zij doet onderzoek op basis van praktijk gestuurde vragen van ondernemers. Om dat ook in de toekomst zo te houden, moeten we nu stappen zetten, ziet ook Arie Mol, senior expert voedsel uit zee en mede-kartrekker van het Visserij Innovatie Netwerk (VIN) binnen de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), de uitvoerende dienst van het ministerie voor Economische Zaken en LVVN. RVO is onder andere verantwoordelijk voor de uitvoering van de subsidieregelingen en kan ondernemers helpen bij wet- en regelgeving.
Ruimte en uitstoot besparen
Aquacultuur is een van de veelbelovende ontwikkelingen in een duurzamere voedselketen. Er zitten per kilo meer en gezondere vetten in mosselen en oesters dan in vlees. “Daarmee kan het vlees voor een stukje vervangen”, stelt Risseeuw. “Maar we kunnen niet de hele vleesconsumptie in Nederland vervangen.” Schelpdieren hebben naast de eiwitten nog een groot voordeel ten opzichte van de veeteelt: voor de kweek is veel minder ruimte nodig. Niet alleen de dieren zelf nemen minder ruimte in beslag, ook hoeven mosselen en oesters niet gevoerd te worden en krijgen ze geen antibiotica. Bij koeien is dat wel het geval. Mosselen en oesters eten voedsel uit de zee zoals algen en plankton. Als je mosselen oogst haal je CO2, Stikstof en fosfaat uit het water, daar waar koeien juist CO2 en ammoniak uitstoten.
Eeuwenoude sector, nieuwe kansen
In Nederland worden mosselen en oesters op dit moment gekweekt in de Oosterschelde, het Grevelingenmeer en in de Westelijke Waddenzee. Het is een eeuwenoude sector, al rond 1870 begon men met het kweken van schelpdieren. “De delta is geschikt voor bodemkweek omdat de bodem er redelijk vlak en zacht is. Bovendien is het water voedselrijk”, zegt Risseeuw.
In andere delen van de wereld worden er weer andere soorten vis en schelpdieren gekweekt, in zuidelijke landen – met warmer water - gaat het bijvoorbeeld om zeebaars en in Noordelijke landen – met kouder water - om zalm. “Bij ons zit de temperatuur van de zee er een beetje tussenin en dat maakt het, in combinatie met de andere factoren, een goede plek voor schelpdieren”, legt Hartog uit. De kweek van alle schelpdieren gebeurt zonder antibiotica, het is niet nodig, maar het is ook niet toegestaan om hier extra voedingsstoffen of antibiotica toe te voegen aan het water.
Grootschalige en commerciële kweek
Door de goede omstandigheden zijn er uitbreidingsmogelijkheden voor de kweek van schelpdieren in de Noordzee. Naast de drie locaties waar nu vooral gekweekt wordt, zijn ook sommige gebieden van de Noordzeekunst geschikt. Als onderdeel van de Blue Deal is een pilot naar commerciële kweek in het kustgebied gedaan. Daar komt de komende jaren een vervolg op. “Uiteindelijk is het doel om te onderzoeken of kweek mogelijk is in het kustgebied. We hopen dat daar binnenkort ook beleidsmatig meer ruimte voor komt, zodat ondernemers daarna ook echt zelfstandig aan de slag kunnen”, zegt Risseeuw hierover.
Positieve en negatieve effecten
Tijdens de pilot zijn verschillende technieken en materialen getest voor de installatie om mosselen op te kweken. Het gaat bijvoorbeeld om het materiaal voor de installaties, de groei van de dieren en het eventuele effect op het andere zeeleven. Hartog legt uit: “Het gaat daarbij om de toepasbaarheid van de mosselkweek in een dynamisch gebied, met daarbij rekening houdend met het effect op het kweekgebied. Mosselen aan lijnen zorgen bijvoorbeeld weer voor een goede schuilplek voor kleine visjes en gebruiken vissen de ruimte tussen de mosselen als kraamkamer, omdat het hier luwer, rustiger en veiliger is. Daarnaast biedt het gedeelte van de installatie boven water bijvoorbeeld ook extra rustplekken voor vogels. We zagen uiteindelijk dat er meer vogels kwamen.” “Een ander positief effect kan zijn dat mosselen die losraken van de touwen op de bodem van de zee terecht waar ze als voedsel dienen voor bijvoorbeeld krabben en ander bodemleven.”
Uit de pilot bleken ook dingen niet werkten. “Zo kwamen we erachter dat niet ieder materiaal even geschikt was”, legt Hartog uit. Als de installatie te veel beweegt, dan is ook een verminderde schelpgroei in de mosselen te zien. “Alle energie van de mosselen gaat dan zitten in het vasthouden aan de installatie, waardoor ze niet goed groeien.”
Hartog gaat verder: “Aan de andere kant zorgt de sterke stroming er ook weer voor dat het relatief veel eten langskomt waardoor de mosselen die minder bewegen goed groeien.” Al met al blijkt dat er zeker mogelijkheden zijn voor kweek in het kustgebied, maar dat de kweek van mosselen mogelijk wel aanpassing vereist.
Prioriteit maken van voedselproductie
Er zijn uitbreidingsmogelijkheden genoeg, maar om dit op grotere schaal in te zetten, zijn andere prioriteiten nodig in het beleid. “In het programma Noordzee geeft de nationale overheid prioriteit aan energieopwekking, scheepvaart, zandwinning en natuur. Vreemd genoeg staat de voedselproductie niet zo hoog op de lijst van doelen”, zegt Hartog. Op dit moment wordt er een herziening gedaan van het programma. Als voedselproductie in de toekomst wel een van de prioritaire doelen in het programma wordt, dan biedt dat meer ruimte voor vergunningen en subsidies.
© Eva Hartog
Innovatie nodig
Om de kweek van mosselen en oesters in de Noordzee op te zetten en uit te breiden, zijn bovendien innovaties nodig. Risseeuw: “De kweek in de Oosterschelde en op de Waddenzee gebeurt op de bodem van de zee. In het kustgebied willen we dat op een andere manier vormgeven, namelijk met een hangcultuur.” De mosselen hangen dan in zogenoemde sokken aan touwen in de zee en kunnen zo in 1 tot 1,5 jaar uitgroeien tot volwassen mossels. “De techniek zelf is niet nieuw, in andere landen wordt het al toegepast, maar in voor de Nederlandse kwekers is het wel een nieuwe manier van werken.”
Bovendien zorgt de relatief ruige Noordzee ook voor extra uitdagingen. “Een wilde zee zorgt er bijvoorbeeld voor dat het niet altijd mogelijk is om naar de installaties toe te varen. Dat maakt de tijd dat je eraan kan werken beperkt”, zegt hij. De zee is bovendien ook onvoorspelbaar en maar mogelijk te vangen in wetenschappelijke modellen. “Het is trial and error. We moeten pionieren, steeds iets uitproberen en kijken wat werkt.”
Elektrificatie
Mol ziet vanuit het VIN ook verschillende ontwikkelingen richting de toekomst. “Bijvoorbeeld de elektrificatie van schepen is een belangrijk onderwerp. We werken vaak in een beschermd natuurgebied, dus hoe minder uitstoot hoe beter. Er zijn verschillende initiatieven voor elektrische scheepsvaart, ook de Nederlandse overheid zet hier steeds meer op in, naast andere alternatieven voor de nu gebruikte gasolie. Alleen is het op dit moment nog niet mogelijk op grote schaal omdat de batterijcapaciteit niet groot genoeg is.” Hij vertelt dat er in opdracht van de overheid een ontwerpstudie voor een elektrische aangedreven kunststoffen garnalenkotter wordt gedaan door onderzoeksinstituut MARIN. “Hierna volgt dan waarschijnlijk ook de studie voor de ontwikkeling van een elektrisch aangedreven mosselkotter.”
‘Mooi product’
De schelpdiersector zorgt niet alleen voor duurzamer voedsel, maar ook voor meer voedselzekerheid. “De houding ten aanzien van de sector verandert. Er komt meer aandacht en meer ruimte”, zegt Mol. Risseeuw vult aan: “De Blue Deal bestaat uit twee onderdelen, enerzijds de productie verhogen en anderzijds de consumptie vergroten. Ook dat tweede onderdeel is ontzettend belangrijk. Jongere mensen eten relatief weinig schelpdieren. We moeten kijken hoe we de nieuwe generaties enthousiast krijgen voor schelpdieren. Het is zo’n mooi product, echt van Nederlandse bodem.”
