Urban mining: ‘Koppel de sloop aan het ontwerp van een bouwwerk’
De term urban mining komt steeds vaker voorbij en het kan een belangrijke stap zijn richting circulaire bouw. Maar hoe werkt het?
Published on October 20, 2026

Als Head of Partnerships legt Linda contact met nieuwe partners. Ze coördineert alle lopende samenwerkingen en legt de verbinding tussen onze journalistieke redactie en commerciële artikelen. Die linkt legt ze niet alleen voor geschreven artikelen, maar ook voor al onze events.
De bouw- en infrasector staat bekend als een van de grootste afvalproducenten, terwijl het ook een van de grootste grondstoffenconsumenten in Nederland is. Om nog maar te zwijgen over de uitstoot van broeikasgassen. Geen aantrekkelijk plaatje als het gaat om milieu-impact. “Naast de milieuargumenten zijn er tegenwoordig ook steeds meer economische argumenten om in te zetten op circulaire bouw. Denk aan het verbeteren van de grondstofzekerheid”, stelt Marc van den Berg, universitair docent circulair bouwprocesmanagement aan de University of Twente (UT).
Hij richt zich in zijn carrière op het ontwikkelen van circulaire toekomstperspectieven voor de bouw, met urban mining als belangrijk onderdeel. “Urban mining is het oogsten van materiaal uit de bestaande gebouwde omgeving, met het doel om het ergens anders weer opnieuw toe te passen. Ik probeer het einde van de levensduur van een gebouw of infrastructuur te koppelen aan het begin. Ik verbind dus het ontwerp met de sloop.” Deze connectie werd eerder niet gemaakt. “Het waren altijd twee aparte werelden, maar voor een circulaire toekomst is die connectie cruciaal.”
Relatief nieuwe stroming
Pas sinds een jaar of tien wordt er meer onderzoek gedaan naar deze nieuwe vorm van bouwen. Daarom is urban mining een van de belangrijke thema’s voor 4TU.Built Environment. Binnen het samenwerkingsverband tussen de bouwgerelateerde faculteiten van de vier technische universiteiten zijn zes kernteams, ook wel Domein Aanjaag Teams (DAT) genoemd. Een daarvan richt zich op circulariteit en duurzaamheid. Daan Schraven, universitair hoofddocent aan de faculteit Bouwkunde bij de TU Delft, is ook onderdeel van het team en richt zich in zijn onderzoek vooral op de nieuwe economie van de gebouwde omgeving. “Voor mij is urban mining het losmaken van onbenutte materialen of hele ruimtes om dit op een andere plek opnieuw te gebruiken.”
Hergebruik of recycling
Van den Berg merkt op dat er een duidelijk verschil is tussen hergebruik en recycling. “Bij hergebruik wordt een bepaald materiaal of product opnieuw toegepast in min of meer dezelfde functie. Denk bijvoorbeeld aan een kanaalplaatvloer (grote betonnen platen, red.) die op een andere locatie opnieuw dient als vloer. Bij recycling wordt het product teruggebracht naar de grondstoffen, waarna er een nieuw product van wordt gemaakt. Zo’n kanaalplaatvloer wordt dan bijvoorbeeld vermalen en het betongranulaat wordt gebruikt onder nieuwe wegen.”
Naast de kanaalplaatvloeren kunnen ook gevelelementen, liggers, klinkers, straatstenen, lichtmasten en lantaarnpalen opnieuw ingezet worden. “Deze voorbeelden komen met name uit pilotprojecten die we nu uitvoeren samen met bedrijven. Het is nog niet gangbaar om dit op grote schaal te doen.” Van den Berg richt zich nu met name op het hergebruik van producten. “Dat vindt in Nederland nog relatief weinig plaats, dus hier liggen grote kansen.”
Digitalisering in de sloop
Maar zo’n opgave, inclusief de nodige technologie, proces- en gedragsveranderingen, is niet van de ene op de andere dag geregeld. Stap voor stap werken onderzoekers nu toe naar een meer circulaire bouw. Van den Berg noemt het onderzoeksproject PACER als belangrijke schakel. In het project wordt door diverse partijen samen onderzocht hoe renovaties circulair en emissievrij kunnen plaatsvinden. “Wij kijken in het bijzonder naar de digitalisering van de sloop”, stelt hij. “Hergebruik van een materiaal is geen losse activiteit, het is onderdeel van een heel bouwproces waarin verschillende partijen verschillende activiteiten uitvoeren.” Digitale informatie helpt om herbruikbare materialen te vinden en opnieuw te gebruiken.
De logistieke uitdaging
Tussen het oogsten en opnieuw inzetten van de materialen zijn ook nog diverse stappen te doorlopen. Daar gaat het project RE:Match.D over. Het project gaat over het hergebruik van materialen in de infrastructuur, waarbij met name wordt gekeken naar logistieke oplossingen om materialen van de donor (de oude infrastructuur) naar het doel (de nieuwe bouwlocatie) te brengen. “Een lokale hub als tussenstation zou bijvoorbeeld een mooie oplossing kunnen zijn”, zegt Van den Berg.
Hierbij spelen ook aspecten zoals beleving een grote rol. “Wat vinden mensen acceptabel? Is het aanvaardbaar als er op de straatstenen in een nieuwe straat kauwgom van de vorige straat zit? Met de kwaliteit is niks mis, maar het ziet er anders uit”, vertelt de onderzoeker. Op dit moment kijken zij naar een schema om de kwaliteit van de herbruikbare materialen aan te geven, bijvoorbeeld op basis van een klasse van A tot en met D. Waarom A helemaal gloednieuw is en D flinke beschadigingen bevat. Per klasse hangt er ook een ander prijskaartje aan. Van den Berg: “Waardoor je de prijs-kwaliteitverhouding per situatie kunt afwegen en uiteindelijk zoveel mogelijk materialen een nieuw leven krijgen.”
Voor dit project werkt de universiteit samen met verschillende gemeenten in de regio Twente. “Nu weten gemeenten vaak niet van elkaar welke materialen beschikbaar zijn. Wij proberen de gemeenten te verbinden.” In de toekomst wil Van den Berg meer hubs door het hele land die ook goed met elkaar communiceren om de materialen zo optimaal mogelijk in te zetten.
Beter overzicht en samenwerking noodzakelijk
Schraven noemt een deelproject van het programma Toekomstbestendige Leefomgeving – Infra waarin gemeenten een rol spelen. In dit onderzoek wordt gekeken hoe gemeenten materialen uit gebiedsontwikkeling kunnen hergebruiken. Het gaat bijvoorbeeld om banken, afvalbakken en stoeptegels die op de ene locatie moeten verdwijnen, maar op een andere plek binnen de gemeente opnieuw kunnen worden gebruikt. “Om dat voor elkaar te krijgen, moeten verschillende afdelingen binnen de gemeenten en ook de betrokken bedrijven goed met elkaar samenwerken. Het gaat van de inkoop tot de planning en van het ingenieursbureau tot de logistieke uitvoering en de aannemer”, vertelt Schraven. “Zo zien de betrokken partijen ook van elkaar waar hun kansen en uitdagingen liggen. Dat zorgt uiteindelijk voor betere samenwerking.”
Economisch interessant
Uiteindelijk is zijn doel dat dergelijke processen niet éénmalig goed lopen binnen een gemeente, maar dat ze reproduceerbaar zijn. “Het moet binnen een gemeente meerdere keren achter elkaar uitgevoerd kunnen worden, maar ook andere gemeenten moeten het uiteindelijk over kunnen nemen”, verklaart hij. Daarbij is het volgens de onderzoeker belangrijk dat een proces voor hergebruik van materialen uiteindelijk economisch interessant gaat zijn. “Het moet zichzelf uiteindelijk terugverdienen. Dan krijgen andere partijen ook meer interesse en kan het op grote schaal impact maken.”
De wetenschappelijke onderzoeken tonen aan dat er zeker mogelijkheden zijn voor meer circulariteit in de bouw. “Nu moeten we ons richten op opschaling”, stelt Van den Berg. “Hiervoor is het belangrijk om te kijken hoe we alle partijen via de nieuwe gestandaardiseerde manier laten werken. Daarvoor zijn ook weer nieuwe onderzoeken nodig. Zo wordt duidelijker welke voorwaarden nodig zijn om dat voor elkaar te krijgen.”
Kansen voor onderwijs
Naast het onderzoek ziet Schraven samenwerking op het gebied van onderwijs ook als een belangrijk punt. “Samen kunnen we het onderwijs verstevigen. Niet alleen met universiteiten, maar ook in samenwerking met het HBO. Uiteindelijk moet de visie ook geïmplementeerd worden in de beroepspraktijk.” Daarvoor zijn volgens de onderzoeker ook HBO- en mbo-geschoolde mensen nodig. “Met elkaar werken we toe naar de circulaire bouw als volwassen sector.”
Gesponsord
Dit artikel is gemaakt in een samenwerking tussen 4TU.Built Environment en onze redactie. IO+ is een onafhankelijk journalistiek platform dat zijn partners zorgvuldig uitkiest en uitsluitend samenwerkt met bedrijven en instellingen die achter onze missie staan: het verhaal van innovatie verspreiden. Op die manier kunnen wij onze lezers waardevolle verhalen aanbieden die volgens journalistieke richtlijnen tot stand zijn gekomen.
Wil je meer weten over hoe IO+ samenwerkt met andere bedrijven? Klik hier
