TNO: slechts 1 op de 5 Nederlandse startups wordt scale-up
Niet één probleem, maar vele tegelijk: TNO legt uit waarom Nederlandse start-ups trager opschalen dan Amerikaanse concurrenten.
Published on September 28, 2026

Image: Leyden Jar
Team IO+ selecteert en brengt de belangrijkste nieuwsverhalen over innovatie en technologie, zorgvuldig samengesteld door onze redactie.
Nederland brengt volop veelbelovende techstartups voort, maar veel te weinig daarvan groeien uit tot grote internationale bedrijven. Dat concludeert onderzoeksorganisatie TNO in een nieuw rapport, dat op 28 september verscheen en werd opgesteld in opdracht van NXTGEN Hightech.
Volgens de studie bereikt 21,6% van de Nederlandse startups de scale-upfase. Dat is lager dan het Europese gemiddelde van 24,1% en minder dan de helft van de 52,2% in de Verenigde Staten. De onderzoekers wijzen niet één oorzaak aan voor die achterstand. Die komt voort uit een combinatie van externe en interne knelpunten, waaronder netcongestie, een tekort aan technisch geschoold personeel en te weinig testfaciliteiten.
"Startups verliezen momenteel te veel tijd", zegt Lotte de Groen, marktdirecteur bij TNO Vector. Ze noemt financiering, talent, infrastructuur en regelgeving als de belangrijkste terreinen waarop bedrijven vastlopen.
Trager kapitaal, tragere groei
Het rapport, getiteld Speed as Key Success Factor for Scale-ups, vergelijkt het Nederlandse ecosysteem onder meer met dat van de Verenigde Staten, China en Singapore. Financiering is een van de duidelijkste verschillen. In de VS gaat 39% van de bedrijven door van een Series A- naar een Series B-financieringsronde, tegenover 24% in Nederland. Die stap verloopt daar bovendien veel sneller. Europese bedrijven doen er gemiddeld 5,8 jaar over, Amerikaanse bedrijven 2,3 jaar.
China en Singapore laten zien hoe gericht overheidsbeleid groei kan versnellen. China combineert forse investeringen in strategische technologieën met een enorme thuismarkt, en Singapore zet sterk in op het ontwikkelen en aantrekken van talent. De onderzoekers waarschuwen dat deze modellen niet zomaar te kopiëren zijn, gezien de verschillen in bestuur en bevolkingsomvang. Europa heeft volgens hen een eigen aanpak nodig.
Vertraging in de praktijk
Interviews met ondernemers laten zien hoe deze problemen uitpakken. Batterijontwikkelaar LeydenJar liep ongeveer een jaar vertraging op doordat de netaansluiting voor een nieuwe fabriek niet op tijd werd opgeleverd. Trage subsidieprocedures zorgden voor extra vertraging. VitalFluid, dat plasma-geactiveerd water voor de tuinbouw maakt, zegt dat Europese regels slecht aansluiten op dit soort producten, waardoor markttoetreding traag en kostbaar is. Cybersecuritybedrijf SandGrain beschrijft de lastige periode tussen het ontwikkelen van een technologie en de marktintroductie. In die fase moet een bedrijf tegelijkertijd klanten binnenhalen, omzet genereren en investeerders overtuigen, terwijl concurrenten niet stilzitten.
Ook interne uitdagingen spelen mee. Veel techbedrijven blinken uit in innovatie, maar moeten tijdens hun groei nog vaardigheden opbouwen op het gebied van productie, verkoop, leiderschap en marktontwikkeling.
Gecoördineerde aanpak nodig
Volgens de onderzoekers lost meer groeikapitaal alleen het probleem niet op. Dat helpt pas als bedrijven ook toegang hebben tot talent, faciliteiten, energie-infrastructuur, werkbare regelgeving en klanten. Omdat de Nederlandse markt op zichzelf te klein is, is Europese samenwerking essentieel. Toch kan Nederland volgens het rapport ook zelf op verschillende manieren in actie komen. Het kan meer groeikapitaal beschikbaar stellen voor bedrijven in een latere fase, investeren in technisch talent en leiderschap, de toegang tot testlocaties, productieruimte en netcapaciteit verbeteren en regelgeving vereenvoudigen. Daarnaast beveelt het rapport aan dat de overheid vaker optreedt als eerste klant voor nieuwe technologieën.
Monika Hoekstra, managing director van NXTGEN Hightech, stelt dat startups niet elke vaardigheid zelf hoeven op te bouwen. Door beter gebruik te maken van de gespecialiseerde toeleveranciers die Nederland al heeft, kunnen bedrijven volgens haar sneller opschalen en wereldwijd concurreren.
