Logo

Tech Transfer Challenge brengt onderzoekers uit hun bubbel

Komende week is de finale bij ASML: “Soms is één extra duwtje genoeg om dat idee echt in beweging te krijgen.”

Published on May 29, 2026

Tech Transfer Challenge

Tech Transfer Challenge

Medeoprichter van Media52 en hoogleraar Journalistiek, bouwt aan IO+, events en Laio, met focus op commerciële kansen—en blijft schrijven voor IO+.

Op 4 juni is bij ASML de finale van de eerste Tech Transfer Challenge. Onderzoekers van de TU/e worden er niet alleen uitgedaagd om hun technologie te pitchen, maar vooral om te ontdekken of hun onderzoek de basis kan vormen voor een bedrijf.

Een onderzoeker die jarenlang aan een technologie werkt, weet vaak precies waar de wetenschappelijke gaten nog zitten. Welke meting nog scherper moet. Welke paper nog geschreven moet worden. Welke stap nog nodig is voordat collega’s in hetzelfde vakgebied overtuigd zijn. Maar buiten die wetenschappelijke bubbel kan dezelfde technologie ineens iets anders worden: het begin van een bedrijf, een product, een markt, misschien zelfs een nieuwe industrie.

Dat is de gedachte achter de Tech Transfer Challenge, waarvan de finale op 4 juni plaatsvindt bij ASML. De challenge is opgezet voor promovendi, postdocs en onderzoekers van de TU/e en moet helpen om vroege technologieën te toetsen op commerciële potentie. Niet door onderzoekers meteen ondernemer te maken, maar door hen in contact te brengen met ondernemers, investeerders, coaches en experts die andere vragen stellen dan collega-wetenschappers gewend zijn.

Volgens Bert-Jan Woertman, die namens de Gerard & Anton Foundation betrokken is bij deze competitie,  laat de challenge precies zien waar Eindhoven al generaties lang sterk in is. “Mensen, talent en technologie op het juiste moment met elkaar verbinden. Van een eerste idee in een lab naar iets dat wereldwijd impact kan maken.”

Uit de onderzoeksbubbel

Die verbinding is minder maakbaar dan vaak wordt gedacht, zegt Woertman. Juist in de informele ontmoeting ontstaat vaak de versnelling. “Wat je tijdens zo’n traject ziet ontstaan, is vaak veel menselijker en organischer dan mensen denken. Echte versnelling ontstaat meestal wanneer mensen elkaar echt ontmoeten en spreken. Even uit hun eigen bubbel stappen. Een idee delen waar ze zelf nog niet helemaal zeker over zijn. Juist daar ontstaan vaak nieuwe inzichten, samenwerkingen en onverwachte kansen.”

Dat is ook de ervaring van Boudewijn Docter, medeoprichter van EFFECT Photonics. Zijn eigen ondernemersreis begon jaren geleden op een vergelijkbare manier: met een oproep aan onderzoekers om hun idee in honderd woorden op papier te zetten. De beloning was beperkt, maar het effect groot. “Ik zag een poster met zoiets als: wil je ondernemer worden? Schrijf je idee in honderd woorden op en win honderd euro. Ik dacht: dat klinkt makkelijk, dat is vijf minuten werk. Dus dat heb ik gedaan.”

Wat Docter vooral won, was toegang tot mensen die anders naar zijn onderzoek keken. “Er waren coaches, mentoren en investeerders die zeiden: je bent nog niet heel goed in uitleggen wat je doet, maar wat je doet is interessant.” Dat bleek achteraf het kantelpunt. “Het was niet meteen een eureka-moment, maar wel het zaadje om te denken: misschien moet ik dit serieuzer nemen.”

Daarmee raakt hij aan een kernprobleem van tech transfer. Binnen de universiteit wordt onderzoek beoordeeld op wetenschappelijke kwaliteit. De vraag waarom iets maatschappelijk of economisch relevant kan zijn, krijgt vaak minder aandacht. “Als je een paper schrijft, heb je altijd een korte introductie nodig waarin je uitlegt waarom het relevant is. Maar daarna ga je snel door naar de inhoud. Niemand stelt echt de vraag: is dit de juiste markt, waar kan dit impact maken?”

Juist die vragen worden in de Tech Transfer Challenge wél gesteld, weet ook Monique Greve, opportunity creator bij TU/e-KTO. “Vanuit mijn rol bij de TU/e en de Knowledge Transfer Office (KTO) kijk ik vooral naar hoe je onderzoek sneller kunt vertalen naar maatschappelijke en economische impact. Een onderzoeker stapt niet zomaar van het lab de ondernemerswereld in. Daarvoor zijn niet alleen vertrouwen, draagvlak en de juiste mensen om je heen nodig, maar vaak ook een extra zetje om die eerste stap te durven zetten. Voor een aantal deelnemers is de TTChallenge precies dat geweest: een laagdrempelige manier om hun idee eens buiten de wetenschappelijke context te toetsen. Juist daarom was de samenwerking rondom de TTChallenge zo interessant voor ons.”

Tech Transfer Challenge

Tech Transfer Challenge

Van idee naar plan naar spin-out

Voor Tienko Rasker is dat prcies de grootste waarde van het programma. “Het potentieel van wetenschappers en onderzoekers om veel verschil te maken in de samenleving is gigantisch. Het gaat dan niet alleen om kennis, maar ook om ondernemerschap. Als ze hun ideeën en technieken kunnen omzetten in ondernemingen en producten die mensen kunnen gebruiken, zijn we allemaal beter af.”

Maar, zegt hij, tussen technologie en onderneming zit een kloof. “Dat is in de praktijk makkelijker gezegd dan gedaan. De TTC is een bewezen formule om op een zeer laagdrempelige manier onderzoekers in staat te stellen uit te zoeken of ze iets in handen hebben waar een onderneming uit kan ontstaan. En tegelijk brengen we ze in contact met de juiste expertise van buiten de universiteit. Dat is veel waard.”

Aanvankelijk was het spannend of de aanpak opnieuw zou werken. Een eerdere variant leidde meer dan tien jaar geleden mede tot het ontstaan van EFFECT Photonics. Ook aan universiteiten als MIT en Cambridge draaien vergelijkbare formules. Toch moet elk ecosysteem opnieuw bewijzen dat de methode past bij zijn eigen onderzoekers, technologieën en netwerken.

Rasker zag in de opeenvolgende sessies de overtuiging groeien. “Je ziet ondernemingen gaan van idee, naar plan, naar spin-out. Dat blijkt heel snel te gaan als je de juiste mensen bijeen krijgt.” Die snelheid van ontwikkeling heeft ook Monique Greve verrast. “Van 24 eerste inzendingen van honderd woorden, naar steeds concretere plannen, pitches en financiële modellen. Maar nog belangrijker was het enthousiasme dat ontstond. Je zag deelnemers groeien in hoe ze over hun technologie spraken en steeds beter de verbinding leerden maken met toepassingen buiten de universiteit. Heel spannend om te zien waar dit avontuur voor hun toe gaat leiden!

Geen ondernemer? Ook goed

De Tech Transfer Challenge draait niet om de gedachte dat elke onderzoeker founder moet worden. Ook dat benadrukken de initiatiefnemers. Soms ontdekt een deelnemer juist dat ondernemerschap niet de juiste rol is. Volgens Woertman is dat geen mislukking, maar onderdeel van een volwassen ecosysteem. “Als de technologie sterk genoeg is, kun je vervolgens samen kijken hoe je het verder organiseert. Met andere mensen, andere rollen en nieuwe combinaties van talent.”

Ook Docter ziet vooral de waarde van dat eerste duwtje. “We zijn de TT Challenge begonnen omdat ik zelf aan den lijve heb ondervonden dat je als onderzoeker vaak in je eigen bubbel leeft. Als je wel openstaat voor het idee dat je onderzoek commerciële potentie heeft, heb je vaak nog een duwtje nodig om er daadwerkelijk mee aan de slag te gaan.”

Dat duwtje werkt juist doordat er mensen van buiten de universiteit bij betrokken zijn. “We zien dat de koppeling tussen ervaren ondernemers, investeerders en de KTO van de universiteit goed werkt. En ik zie ook dat de deelnemers onderling veel uitwisselen. Ik hoop dat we een aantal zaadjes hebben geplant en dat daar weer een aantal mooie startups uit gaan ontstaan.”

Eindhoven, Amsterdam en de Nederlandse tech-corridor

Voor Woertman past de challenge in een bredere beweging. Hij ziet hoe de startupkalender in de regio de afgelopen jaren veel voller is geworden: The Gate, Brainport, HighTechXL, de TU/e Knowledge Transfer Office, de Gerard & Anton Foundation, founders drinks, venture building-programma’s, awards en Demos, Pitches & Drinks. Samen vormen ze een infrastructuur waarin ideeën vaker worden getest, aangescherpt en verbonden aan mensen die ze verder kunnen brengen.

Tegelijk kijkt hij verder dan Eindhoven. Veertien jaar geleden zocht Eindhoven juist aansluiting bij Amsterdam, onder meer via de eerste A2 Challenge met Waag Society, Accenture, Philips en High Tech Campus Eindhoven. “Toen wilden we leren, verbinding maken en bouwen aan een startup-ecosysteem dat hier nog echt in de kinderschoenen stond.”

Nu lijkt die beweging deels om te draaien. Amsterdam zoekt nadrukkelijker de verbinding met Brainport Eindhoven. Volgens Woertman is de conclusie helder: Amsterdam en Brainport moeten steeds minder als losse ecosystemen worden gezien, en steeds meer als één Nederlandse tech-corridor waarin beide regio’s elkaar aanvullen.

“Dat is best bijzonder als je terugkijkt naar waar we begonnen.”

Meer dan een finale

De finale bij ASML is daarmee meer dan een pitchmoment. Ze is een test van een methode: kun je onderzoekers vroeg genoeg in contact brengen met de markt, zonder de wetenschap tekort te doen? Kun je ondernemerschap aanbieden als mogelijkheid, niet als verplichting? En kun je een ecosysteem bouwen waarin één gesprek genoeg kan zijn om een technologie in beweging te krijgen?

Voor Rasker is de ambitie duidelijk groter dan één editie aan één universiteit. “De ambitie moet zijn om dit aan elke technische universiteit elk jaar te doen, of zelfs aan elke universiteit die graag meer spin-outs wil. We krijgen zelfs al interesse uit Berlijn. Kan je nagaan.”

Woertman ziet in de eerste editie vooral bevestiging dat de behoefte groot is. “Dat dit pas de eerste editie van de Tech Transfer Challenge was en er nu al zoveel kwaliteit, energie en potentieel zichtbaar is, laat vooral zien hoeveel kracht er nog steeds in deze regio zit.” Uiteindelijk, zegt hij, draait innovatie natuurlijk om technologie. “Maar misschien nog wel meer om mensen die elkaar weten te vinden en samen versnellen.”

De impact van de TTC is nu al voelbaar, maar wordt volgens Monique Greve vooral op lange termijn zichtbaar. “Niet alleen in mogelijke startups of spin-offs, maar ook in de cultuur die je creëert. Collega’s raken geïnspireerd, onderzoekers stappen makkelijker uit hun eigen bubbel en het netwerk tussen wetenschap, ondernemers en investeerders wordt sterker. Uiteindelijk begint iedere succesvolle onderneming met een idee en soms is één extra duwtje genoeg om dat idee echt in beweging te krijgen.”