Logo

Tech en kapitaal aanwezig maar founder moet ze bij elkaar brengen

Tussen pitchstress en pizza zoeken founders tijdens de Startup Investment Afternoon bij OWOW naar die ene tweede afspraak.

Published on September 21, 2026

Robin Dohmen

Medeoprichter van Media52 en hoogleraar Journalistiek, bouwt aan IO+, events en Laio, met focus op commerciële kansen—en blijft schrijven voor IO+.

Tijdens de Startup Investment Afternoon bij OWOW kwamen founders, investeerders, corporates en studenten samen rond één vraag: hoe wordt een veelbelovende technologie ook een financierbaar bedrijf? Een gelikt pitchdeck helpt, maar marktkennis, bewijs en het team achter de startup geven uiteindelijk de doorslag.

“Ik ben mijn presentatie onderweg kwijtgeraakt. Daarom nodig ik gewoon drie willekeurige mensen uit om hier te komen pitchen.” Heel even bevriest de zaal. Het is vrijdagmiddag en de founders die zich bij OWOW in Eindhoven hebben verzameld, weten maar al te goed hoe het voelt om zonder voorbereiding voor een kritische groep te staan. Dan verlost pitchcoach David Beckett hen uit hun lijden. Het is een grap. Maar de spanning die in een paar seconden ontstaat, is precies het onderwerp van zijn verhaal.

OWOW investment afternoon

Startups moeten onder druk een complexe onderneming terugbrengen tot een verhaal van één, drie of vijf minuten. Tegelijk weten ze dat aan de andere kant van de tafel iemand zit die die dag mogelijk al vier andere pitches heeft gehoord. Een briljante technologie is dan niet genoeg. Een founder moet ook duidelijk maken welk probleem ermee wordt opgelost, wie ervoor wil betalen en waarom juist dit team van de technologie een bedrijf kan maken.

Werelden bij elkaar

Dat is de kern van de tweede Startup Investment Afternoon, georganiseerd door OWOW Venture Studio en Gerard & Anton. De middag brengt werelden bij elkaar die in Brainport dicht naast elkaar bestaan, maar elkaar niet automatisch vinden: technologie en kapitaal, onderzoekers en ondernemers, jonge founders en ervaren investeerders.

De samenstelling van de zaal weerspiegelt die bedoeling. Er zijn startupfounders die nu geld ophalen of dat binnen een jaar willen gaan doen, investeerders uit verschillende soorten fondsen en vertegenwoordigers van corporates. Voormalig Philips Ventures-investeerder Benno Tieke is aanwezig, net als studenten ondernemerschap uit Tilburg en TU/e-studenten van om de hoek. Daartussen zitten adviseurs, venture builders en mensen uit het regionale startupnetwerk.

Bert-Jan Woertman OWOW investment afternoon

Co-host Bert-Jan Woertman beweegt met de microfoon tussen al die groepen. Hij vraagt wie investeert, wie geld zoekt en wie voor het eerst op een bijeenkomst als deze is. Namen, campussen, bedrijven en financieringsmogelijkheden worden voortdurend aan elkaar gekoppeld. Dat ‘connecting the dots’ is geen bijzaak van het programma, maar het doel ervan.

Technologie zoekt kapitaal

Woertman plaatst de pitches eerst in het grotere Brainport-verhaal. Sinds 2020 haalden 72 deeptechbedrijven in de regio gezamenlijk 1,7 miljard euro op, verdeeld over 254 investeringsrondes. In de eerste helft van 2026 ging 98 procent van al het startupkapitaal in Brainport naar deeptech.

De drie grootste technologiedomeinen zijn halfgeleiders, gezondheid en energie. Bedrijven in die sectoren haalden sinds 2020 respectievelijk 738 miljoen, 501 miljoen en 226 miljoen euro op. Veel founders bouwden eerder kennis en ervaring op bij Philips, ASML of NXP; nieuwe bedrijven komen voort uit onder meer de TU/e, TNO en imec. De TU/e-campus, High Tech Campus, Strijp-S en Strijp-T en de Automotive Campus vormen herkenbare concentraties in het ecosysteem.

OWOW investment afternoon

Startup coach Beckett

De cijfers tonen de technologische kracht van de regio en een groeiende stroom kapitaal. Maar tussen een uitvinding en een investeerbaar bedrijf blijft een gat bestaan. Vooral bij deeptech kan het jaren duren voordat een technologie tot een verkoopbaar product, een fabriek en substantiële omzet leidt. Founders moeten daarom niet alleen hun technologie uitleggen, maar ook aantonen dat er een markt is en dat hun team de lange weg naar commercialisering kan volhouden.

Daar ligt volgens Woertman de waarde van dit soort bijeenkomsten. Brainport heeft kennis, bedrijven, campussen, investeerders en ondersteuningsprogramma’s. De volgende stap is die onderdelen zo met elkaar verbinden dat founders weten bij wie ze moeten aankloppen en zich goed genoeg voorbereiden om daar ook verder te komen.

Geen geschiedenisles

Beckett coacht al dertien jaar startups en heeft duizenden teams voorbij zien komen. Volgens hem gaat het in de eerste minuten vaak op dezelfde manier mis. Founders beginnen bij de oprichting van het bedrijf, vertellen vervolgens uitvoerig hoe hun product werkt en komen pas laat toe aan de reden waarom iemand erin zou moeten investeren.

Investeerders hebben die tijd niet. Een grote Amsterdamse investeerder ontvangt volgens Beckett ongeveer 12.000 voorstellen per jaar. Daaruit volgen circa duizend eerste gesprekken. Slechts een klein gedeelte daarvan leidt uiteindelijk tot een investering.

In het hoofd van de ontvanger belandt een bedrijf al snel in een van drie bakjes: interessant, misschien of nee. Wie in de eerste twee minuten geen nieuwsgierigheid oproept, krijgt dat oordeel daarna nauwelijks nog veranderd.

De oplossing klinkt bedrieglijk eenvoudig. Een pitch moet volgens Beckett vier dingen duidelijk maken: welk groot en onopgelost probleem er bestaat, welke oplossing de startup heeft gebouwd, welk bewijs er voor de werking of marktbehoefte is en waarom juist dit team het kan uitvoeren. “Investeerders zijn niet in de eerste plaats geïnteresseerd in producten”, zegt hij. “Ze zijn geïnteresseerd in kansen.”

Hij adviseert founders om een gesprek van een halfuur niet te vullen met een presentatie van twintig minuten. Begin met drie minuten waarin alleen de essentie aan bod komt en vraag daarna: wat wilt u verder weten? Zo bepaalt de investeerder zelf of het gesprek over klanten, technologie, markttoegang of schaalbaarheid gaat.

Vijfhonderd woorden per minuut

Wanneer Beckett vraagt hoeveel woorden iemand per minuut kan uitspreken en toch begrijpelijk blijft, vliegen de schattingen door de zaal. Zestig. Honderdvijftig. Tweehonderd. Iemand roept vijfhonderd. Het juiste antwoord ligt rond de 150, zegt Beckett. Veel ruimte voor uitweidingen is er dus niet.

Ook een eerste e-mail moet kort zijn. Beckett houdt het bij vijf zinnen: wie ben je, wat wil je, waarom benader je juist deze persoon, waarom zou diegene erop ingaan en wat is de gewenste volgende stap? Een lange mail met een bijlage van 23 dia’s vraagt op voorhand te veel van iemand die weinig tijd heeft.

Maar tussen alle modellen en structuren door introduceert Beckett nog een ander ingrediënt. Zijn ‘gouden vraag’ aan een founder is: waarom doe je dit eigenlijk?

Juist dan verandert een rationeel ingestoken gesprek vaak van toon. Founders vertellen over de frustratie, ervaring of ontdekking waardoor ze ooit begonnen. “Zeker in een wereld vol door AI geplande en gestructureerde pitches moeten we horen waarom iemand dit belangrijk vindt”, zegt Beckett. Twintig of dertig seconden persoonlijk verhaal kan meer blijven hangen dan de zoveelste grafiek over marktomvang.

De perfecte AI-eenheidsworst

Daarna laat OWOW-medeoprichter Robin Dohmen zien hoe sterk AI het maken van investor decks inmiddels heeft veranderd. Met een combinatie van onder meer Claude, Claude Design en Pitch.com kunnen founders markten onderzoeken, concurrenten analyseren, teksten aanscherpen en presentaties vormgeven. Werk dat vroeger dagen of zelfs weken kostte, kan soms in een paar uur worden gedaan.

Robin Dohmen OWOW investment afternoon

Alleen… de snelste route levert zelden het beste resultaat op. Wie een AI-systeem simpelweg vraagt een deck voor een robotstartup te maken, krijgt binnen enkele minuten keurige dia’s, maar ook een verhaal dat lijkt op talloze andere presentaties in de inbox van een investeerder.

Dohmen houdt daarom vast aan de volgorde ‘script, design, deliver’. Eerst bepalen wat het verhaal is, daarna pas de slides maken en vervolgens oefenen. Ook maakt hij onderscheid tussen een visueel deck voor een livepresentatie en een uitgebreidere versie die een investeerder later zelfstandig moet kunnen lezen.

Dohmen beantwoordt een spervuur van vragen uit het publiek. Een video meesturen raadt hij in de eerste fase meestal af. Een investeerder wil zelf het leestempo bepalen en snel kunnen doorspringen naar de cijfers, het verdienmodel of het team. Een productvideo kan later in een dataroom nuttig zijn, wanneer er al serieuze belangstelling is.

Samenvattend: "AI is geen extraatje meer bij het maken van je investor deck, het is het startpunt. Maar vergeet daarnaast niet te focussen op de zaken die AI niet weet of kan namaken." Dohmen gebruikt het "why you"-onderwerp als aansprekend voorbeeld: waarom ben jij degene die dit bedrijf tot succes zal brengen?

Art and science

In het investeerderspanel schuiven Lotte Smit van Ditshuizen van Arches Capital en Meron Mekonnen van LUMO Labs aan. Vanuit de zaal komen vragen over AI, impact, intuïtie en de vraag hoe je als investeerder door een professioneel vormgegeven verhaal heen kijkt.

OWOW investment afternoon

Lotte Smit van Ditshuizen van Arches Capital en Meron Mekonnen van LUMO Labs

Mekonnen zegt dat LUMO bij jonge bedrijven sterk naar het team kijkt. Prognoses en financiële modellen zijn in die fase per definitie onzeker. De ervaring van de founders, hun kennis van de markt en hun vermogen om plannen uit te voeren wegen daarom zwaar. Daarnaast zoekt het impactfonds naar een onderscheidende voorsprong en naar bewijs dat klanten of partners werkelijk belangstelling hebben.

Bij deeptech hoeft dat bewijs nog geen omzet te zijn. Pilots, technisch onderzoek, samenwerkingen en gesprekken met potentiële klanten kunnen eveneens aantonen dat een onderneming vooruitgang boekt. Van Ditshuizen omschrijft investeren als een combinatie van ‘art and science’. Data, referenties en due diligence zijn noodzakelijk, maar ervaring en intuïtie verdwijnen niet uit het proces.

Ook maatschappelijke impact is geen universeel selectiecriterium. Een impactfonds beoordeelt die expliciet, terwijl een andere investeerder sterker op financieel rendement stuurt. Founders moeten daarom vooraf onderzoeken bij wie ze aan tafel willen zitten. Een goed bedrijf kan immers toch worden afgewezen wanneer sector, ontwikkelingsfase of gevraagde investering niet bij het fonds passen.

De vragen van de studenten in de zaal brengen de discussie geregeld terug naar de basis. Hoe herken je als investeerder een verhaal dat te mooi is om waar te zijn? Hoe belangrijk blijft het onderbuikgevoel als AI steeds meer informatie kan analyseren? En moet iedere startup maatschappelijke impact centraal stellen?

Voor sommige Tilburgse studenten is het hun eerste ondernemerschapsevenement buiten de universiteit. Woertman grijpt het moment aan om hen aan te moedigen vaker het ecosysteem in te stappen: juist daar ontstaan de contacten die een opleiding alleen niet kan bieden.

Vroeg op de radar

Benno Tieke voegt daar het perspectief van de corporate investor aan toe. Hij werkte tien jaar bij Philips Ventures en benadrukt dat grote bedrijven doorgaans pas in een latere fase investeren. Dat betekent volgens hem niet dat founders tot dat moment moeten wachten met contact zoeken.

“Praat vroeg met ze, maar verwacht niet dat de corporate dan al investeert”, is zijn advies. Het eerste doel is op de radar komen. Bij een volgende financieringsronde moet de investeerder zich het bedrijf herinneren en vooral kunnen zien hoeveel voortgang er sinds de vorige ontmoeting is geboekt.

Een corporate aan boord kan volgens Tieke veel opleveren, maar ook een rem op de onderneming worden. Dat hangt af van de gewenste ontwikkeling en de strategische positie van de startup. Ook hier geldt dus dat investment-readiness meer is dan een goed deck: de founder moet begrijpen welk type kapitaal op welk moment bij het bedrijf past.

Glazen, decks en pizza

Tussen de inhoudelijke sessies door staan er glazen klaar. Dohmen maakt bekend dat OWOW Venture Studio kapitaal heeft opgehaald bij acht angel-investeerders en family offices. Het geld is bedoeld om ongeveer tien ventures te bouwen en te financieren. Er wordt geproost, maar daarna gaat de aandacht snel terug naar de founders en hun decks.

Daar zijn er genoeg van. Vooraf zijn ruim 50 presentaties ingestuurd, sommige pas diep in de nacht. Dohmen projecteert een selectie dia’s op het scherm en beoordeelt ze ter plekke. Te veel tekst, te veel kleuren, een onbegrijpelijke openingsdia: de kritiek is direct, maar zelden vernietigend. Een duidelijke afbeelding kan een halve uitleg vervangen. Grote cijfers trekken het oog. En een investeringsvraag moet in één zin duidelijk maken hoeveel geld wordt opgehaald, hoeveel tijd dat oplevert en welke mijlpalen daarmee worden bereikt.

OWOW investment afternoon

Wanneer iemand vraagt of founders dan vooral brutaler moeten zijn, brengt Dohmen een nuance aan. “Ik zou niet zeggen: wees arrogant. Maar wees wel zelfverzekerd.” Europese founders presenteren hun prestaties volgens hem vaak bescheidener dan Amerikaanse ondernemers, terwijl investeerders juist willen zien waarom dit team denkt te kunnen winnen.

Traditie?

Na de presentaties verschijnen de pizzadozen en vormen zich groepjes waarin founders, studenten, corporates en investeerders door elkaar staan. Daar krijgt het ‘connecting the dots’ van Woertman zijn praktische vervolg. Een student kan een investeerder aanspreken, een founder kan Tieke vragen hoe een corporate naar zijn technologie kijkt en een startup met een halfaf deck kan nog dezelfde avond horen waar het verhaal vastloopt.

Aan het einde constateert Woertman dat twee edities genoeg zijn om van een traditie te mogen spreken. Hij vraagt Dohmen of OWOW opnieuw wil meedoen. Het antwoord is ja: ter plekke spreken OWOW en Gerard & Anton af dat er een derde Startup Investment Afternoon komt.

Dat vervolg past bij de belangrijkste conclusie van de middag. Brainport heeft technologie, talent en in toenemende mate investeringskapitaal. Maar een ecosysteem werkt pas wanneer de mensen achter die onderdelen elkaar weten te vinden. Geen enkele pitch levert deze vrijdagmiddag direct een investering op. Wel ontstaan de gesprekken die daaraan vooraf moeten gaan – en mogelijk leiden tot die ene cruciale tweede afspraak.