Tech-ecosysteem in Q1: miljard aan groeigeld maar wankele basis
In het eerste kwartaal van 2026 trokken Nederlandse startups 1 miljard euro aan maar zorgen over belastingen en vroege financiering groeien.
Published on April 17, 2026

Fabrizio del Maffeo, © Axelera AI
Team IO+ selecteert en brengt de belangrijkste nieuwsverhalen over innovatie en technologie, zorgvuldig samengesteld door onze redactie.
Het eerste kwartaal van 2026 laat een opvallende paradox zien in de Nederlandse startupsector. Terwijl het totale investeringsvolume naar recordhoogte stijgt, wankelt de fundering van het ecosysteem door een historisch laag aantal deals en dreigende fiscale maatregelen.
In het eerste kwartaal van 2026 bereikte de Nederlandse startupsector een mijlpaal van bijna 1 miljard euro aan investeringen. Dit bedrag van 981 miljoen euro is een enorme stijging van 129 procent vergeleken met hetzelfde kwartaal vorig jaar. Toch vertelt dit recordbedrag niet het hele verhaal over de gezondheid van de sector. Het aantal deals daalde namelijk naar 72, het laagste niveau sinds eind 2020. De groei wordt bijna volledig gedragen door een handvol zeer grote kapitaalinjecties in volwassen bedrijven. Zo haalde Mews 300 miljoen dollar op en wist Axelera AI 250 miljoen dollar veilig te stellen. Deze megadeals zorgen voor een vertekend beeld van de markt. Terwijl de bovenkant van de markt volwassener wordt en grote sommen geld aantrekt, krimpt de activiteit in de breedte. De stijging van 15 procent ten opzichte van het vorige kwartaal laat zien dat er nog steeds veel kapitaal beschikbaar is voor bewezen succes. Echter, de afhankelijkheid van enkele grote uitschieters maakt het ecosysteem kwetsbaar voor schommelingen bij individuele spelers.

© DSA
De groeiende kloof tussen vroege fase en late fase
De echte zorg zit aan de basis van het ecosysteem, bij de startende ondernemers in de pre-seed- en seedfase. Hoewel deze vroege deals nog steeds 40 procent van het totale aantal transacties uitmaken, vertegenwoordigen ze slechts 4 procent van het geïnvesteerde kapitaal. Dit contrast is zorgwekkend voor de toekomstige aanwas van innovatieve bedrijven. Zonder voldoende vroege financiering droogt de vijver van toekomstige scale-ups langzaam op. Experts spreken van een 'scheur in de fundering' van het Nederlandse techlandschap. De focus van investeerders verschuift steeds meer naar veiligere Series B-rondes en verder, die nu 83 procent van het totale investeringsvolume vertegenwoordigen. Dit betekent dat nieuwe ideeën en baanbrekende technologieën moeilijker aan hun eerste kapitaal komen. Als deze trend doorzet, verliest Nederland zijn positie als kraamkamer voor nieuwe technologieën. De langetermijngevolgen voor de economische vernieuwing zijn groot als de instroom van nieuw talent stagneert.
Fiscale dreiging door nieuwe Box 3-regels
Naast de financieringskloof hangt er een donkere wolk boven de sector door voorgestelde fiscale wijzigingen in Box 3. Vanaf 2028 wil de overheid een vermogensaanwasbelasting invoeren van 36 procent op de jaarlijkse waardestijging van belangen in bedrijven. Dit raakt werknemers en vroege investeerders die aandelen bezitten in niet-beursgenoteerde startups. Zij moeten dan belasting betalen over papieren winsten die zij nog niet hebben verzilverd. Omdat startups vaak jarenlang geen cashflow genereren, hebben deze aandeelhouders geen geld om de belastingaanslag te betalen. Michiel Muller van Picnic waarschuwt dat dit het onmogelijk maakt om internationaal talent aan te trekken met aandelenopties. De Dutch Startup Association ziet dit als een reëel risico voor het behoud van Nederlandse unicorns. Investeerders zoals Robert Gaal geven aan dat dit Nederland tot een van de minst concurrerende landen van Europa maakt voor techbedrijven. De angst is dat ondernemers hun hoofdkantoor naar het buitenland verplaatsen om deze fiscale druk te vermijden. Dit ondermijnt de ambitie om een sterke nationale kenniseconomie op te bouwen.
Pensioenfondsen als nieuwe ankerinvesteerders
Een positieve ontwikkeling is de toenemende rol van Nederlandse pensioenfondsen in het financieringslandschap. Pensioenfonds PME kondigde aan 400 miljoen euro te investeren in Nederlandse hightechbedrijven. Deze strategische keuze is bedoeld om te voorkomen dat cruciale technologie in buitenlandse handen valt. Ook fondsen als ABP en PGGM verschuiven hun focus naar binnenlandse innovatie. Zij zoeken naar een balans tussen een solide rendement voor gepensioneerden en het ondersteunen van de nationale economie. Deze kapitaalinjecties zijn essentieel om het gat in groeikapitaal te dichten dat vaak door Amerikaanse of Aziatische investeerders wordt gevuld. Alae Laghrich van PME benadrukt dat het behoud van strategische autonomie een belangrijke drijfveer is. Door lokaal kapitaal in te zetten, blijft de zeggenschap over belangrijke technologieën vaker binnen de landsgrenzen. Dit is een noodzakelijke tegenbeweging tegen de trend waarbij succesvolle bedrijven hun juridische structuren buiten Nederland vestigen. De actieve betrokkenheid van deze grote institutionele beleggers geeft de sector een broodnodig anker in onzekere tijden.
Verlies van economische zeggenschap en autonomie
Ondanks de hoge investeringscijfers lekt er veel economische waarde weg naar het buitenland. Er is een duidelijke trend waarbij grote investeringsrondes juridisch buiten Nederland worden afgewikkeld. Hierdoor vloeien de uiteindelijke waardecreatie en de economische zeggenschap naar buitenlandse entiteiten. Dit tast het Nederlandse vestigingsklimaat aan, omdat de vruchten van succes minder vaak in eigen land worden geplukt. De complexiteit van Nederlandse wetgeving en de fiscale onzekerheid drijven bedrijven ertoe om voor andere jurisdicties te kiezen. Hoewel de overheid 1,5 miljard euro aan R&D-fondsen beschikbaar stelt, weegt dit niet altijd op tegen de nadelen van het huidige klimaat. De strategische autonomie van Europa staat hierdoor onder druk. Als de meest veelbelovende bedrijven vertrekken zodra ze groot zijn, verliest Nederland zijn greep op de technologie van de toekomst. Het is niet genoeg om startups te kweken; ze moeten ook de ruimte krijgen om hieruit te groeien tot wereldspelers. De huidige cijfers laten zien dat het kapitaal er is, maar de structuur om dit kapitaal vast te houden vertoont gebreken.
Innovatie onder druk
Vooruitkijkend staat het Nederlandse tech-ecosysteem op een kruispunt. De focus verschuift van snelle groei naar pragmatische en efficiënte bedrijfsmodellen. Sectoren zoals fintech, deeptech en ruimtevaart blijven sterk presteren dankzij hun focus op meetbare resultaten en duurzaamheid. Een voorbeeld hiervan is RIFT, dat ruim 113 miljoen euro ophaalde voor zijn innovatieve energieoplossingen. Ook OQ Technology wist 25 miljoen euro aan financiering binnen te halen voor satellietcommunicatie. De toekomst van de sector hangt echter af van het herstel van de financiering in de vroege fase en van een stabiel fiscaal beleid. De internetconsultatie over de nieuwe Box 3-regels biedt een kans om de grootste knelpunten weg te nemen. Als de overheid en de sector erin slagen het vestigingsklimaat te verbeteren, kan Nederland zijn rol als innovatiehub behouden. Zonder deze aanpassingen dreigt het land een doorgeefluik te worden voor ideeën die elders tot grote waarde worden gebracht.
