Logo

Te veel startups, te weinig scale-ups: een Nederlandse paradox

Nederland telt volop startups; maar doorgroeien tot scale-up blijft een struikelblok.

Published on May 28, 2026

PreSeedXL

© HighTechXL

Team IO+ selecteert en brengt de belangrijkste nieuwsverhalen over innovatie en technologie, zorgvuldig samengesteld door onze redactie.

Nederland mag dan wel een van de vruchtbaarste bodems van Europa zijn voor nieuwe bedrijven, maar als het erop aankomt om van die startups scale-ups te maken, loopt het land achter. Dat is de belangrijkste conclusie van een onlangs gepubliceerd rapport van RaboResearch, de economische en analyseafdeling van de Rabobank, geschreven door econoom Zazie Weiffenbach en innovatiedeskundige Meindert Flikkema.

Volgens gegevens uit het rapport ‘State of Dutch Tech 2026’ van Techleap behoort Nederland tot de Europese top wat betreft de omzetting van startups naar scale-ups, maar blijft het toch met een aanzienlijke marge achter bij Duitsland, Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. De onderzoekers van de Rabobank gingen op zoek naar de redenen hiervoor en naar mogelijke oplossingen.

Te veel startups, te weinig kwaliteit?

Een tegenintuïtieve bevinding is dat Nederland in verhouding tot zijn schaalbaarheidscapaciteit misschien wel te veel startups heeft. Uit gegevens van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) blijkt dat het land in Europa koploper is wat betreft het aantal nieuwe ondernemingen. Toch constateert het rapport van de Rabobank een sterke negatieve correlatie tussen de mate waarin burgers ondernemerskansen optimistisch inschatten en de frequentie waarmee die kansen uiteindelijk leiden tot schaalvergroting van startups. Twee derde van de Nederlandse volwassenen in de werkende leeftijd die nog geen bedrijf runnen, zegt goede kansen te zien om er een te starten.

Ook de industriële sector van het land speelt een rol. Landen met een hogere verhouding tussen startups en opschalingen hebben doorgaans een verwerkende industrie die een grotere bijdrage levert aan de totale economie. Nederland, met zijn relatief dienstengerichte structuur, bevindt zich hier in een relatief nadelige positie.

Overnames en verhuizingen putten de pijplijn uit

Een minder zichtbare maar belangrijke factor die de pijplijn van opkomende bedrijven uitput, is de overname van veelbelovende Nederlandse startups door buitenlandse kopers. Uit onderzoek dat in het rapport wordt aangehaald, blijkt dat het aantal van dergelijke overnames de afgelopen vijf jaar bijna is verdubbeld – van 66 naar 129. Hoewel de verhouding tussen buitenlandse en binnenlandse kopers grotendeels stabiel is gebleven, betekent de absolute toename dat meer potentiële scale-ups worden opgeslokt voordat ze zelfstandig kunnen groeien. In sommige gevallen elimineren deze zogenaamde “killer acquisitions” juist de innovatie die het bedrijf in de eerste plaats aantrekkelijk maakte.

Waar oprichters daadwerkelijk invloed op hebben

Hoewel individuele ondernemers weinig invloed hebben op de marktomvang, de nationale cultuur en de samenstelling van de industrie, wijzen de onderzoekers van Rabobank op drie interne hefbomen waar oprichters gebruik van kunnen maken.

  • De eerste is standaardisatie. Om op te schalen zijn efficiënte, herhaalbare processen nodig. Bedrijven die voor elke klant op maat gemaakte oplossingen hanteren, creëren een ‘djungle van maatwerk’ waarin het vrijwel onmogelijk is om snel te groeien.
  • De tweede is externe oriëntatie: actief relaties opbouwen in de toeleveringsketen en vooruitdenken over wie de producten zal onderhouden nadat ze zijn verkocht. Startups die te lang wachten met het opbouwen van deze partnerschappen, merken vaak dat ze niet aan de vraag kunnen voldoen wanneer de groei zich aandient.
  • De derde is gedistribueerd leiderschap. De overgang van startup naar scale-up vereist een verschuiving van besluitvorming onder leiding van de oprichter naar een professioneel managementteam dat kan delegeren, expertise op het gebied van HR en financiën kan aantrekken en een innovatieve cultuur kan handhaven, terwijl de structuur wordt geïntroduceerd die nodig is om te groeien.

Een gemeenschap opbouwen, niet alleen een ecosysteem

Het rapport sluit af met een oproep tot een meer geïntegreerde nationale aanpak. Nederland beschikt al over bureaus voor technologieoverdracht aan universiteiten, regionale ontwikkelingsinstanties en door banken gesteunde acceleratieprogramma’s. Maar de onderzoekers stellen dat deze actoren – ondernemers, investeerders, overheidsinstanties, universiteiten en grote bedrijven – minder als geïsoleerde knooppunten en meer als een verbonden gemeenschap moeten opereren, verenigd door een gedeelde passie voor innovatie en groei.

Op basis van casestudy's uit het Verenigd Koninkrijk en het Duitse TUM Venture Lab in München wijst het rapport op drie productieve gedragingen: het doorbreken van silo's tussen organisaties, het creëren van evenementen en ruimtes waar oprichters en investeerders elkaar kunnen ontmoeten, en het ontsluiten van toegang tot middelen zoals kantoorruimte, kapitaal en juridisch advies.

Voor een land dat trots is op zijn ondernemersgeest is de boodschap duidelijk: het hebben van veel startups is een goed begin, maar het is niet genoeg.