Logo

Stop met innovatiekruimels, bundel de krachten

Alleen met schaalgrootte stellen we onze technologische soevereiniteit en toekomstig verdienvermogen veilig, stelt Tom van der Horst (TNO).

Published on October 12, 2026

tweede kamer

Team IO+ selecteert en brengt de belangrijkste nieuwsverhalen over innovatie en technologie, zorgvuldig samengesteld door onze redactie.

Deze week buigt de Tweede Kamer zich over de begroting van Economische Zaken. Hét moment om te kiezen voor internationaal toonaangevende innovatieconsortia in plaats van versnipperde subsidies, betoogt Tom van der Horst.

Door Tom van der Horst, TNO *

Nederland staat voor een dwingende opgave. Onze economie heeft een omvang van ruim duizend miljard euro, maar staat onder zware druk door geopolitieke spanningen, een noodzakelijke defensie-opbouw en ingrijpende transities in energie, klimaat en digitalisering. Onze toekomstige welvaart en ons verdienvermogen hangen meer dan ooit af van het vermogen om de economie drastisch te vernieuwen. Geopolitiek gezien rust onze soevereiniteit op twee pijlers: defensie en economische slagkracht. Maar waar we militair nu noodgedwongen een inhaalslag maken, trappen we bij het economisch verdienvermogen juist op de rem. 

Want in een fase waarin onze mondiale concurrenten scherpe keuzes maken en massaal investeren in strategische technologieën, krimpt de begroting van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat om gericht innovatiebeleid te kunnen voeren van circa 3,6 miljard naar 1,9 miljard euro in 2030. Dat is dus amper 0,2 procent van ons nationale inkomen. 

Tom van der Horst © TNO

Tom van der Horst © TNO

Innovatieconsortia

Om de innovatiekracht van bedrijven en kennisinstellingen te bundelen in innovatieconsortia rest binnen de EZK-begroting feitelijk nog maar één structureel instrument om richting te geven: de regeling voor Publiek-Private Samenwerking Innovatie (PPS-I). Het budget: 180 miljoen euro en afnemend. Dat is 0,018 procent van ons nationaal inkomen, een veel te smalle basis. 

Bovendien dreigt Den Haag bij de inrichting van de nieuwe PPS-I regeling te vervallen in een bekende reflex. In de beleidsnotities ligt de nadruk opnieuw op open tenders, losse calls en een breed scala aan doelstellingen. Het is de typisch Nederlandse neiging om schaarse publieke middelen met een botermes uit te smeren over een veelvoud aan kleine projecten en uiteenlopende doelstellingen. Daarmee wordt verdere versnippering gesubsidieerd op het moment dat de wereld vraagt om scherpe innovatiekeuzes en schaalgrootte. 

Weliswaar doet Nederland omvangrijke investeringen in generieke innovatie-instrumenten. Via de WBSO en de Innovatiebox vloeit jaarlijks, en toenemend, zo’n 5 miljard euro aan fiscale steun naar speur- en ontwikkelingswerk bij bedrijven, terwijl universiteiten en hogescholen respectievelijk 7 en 5 miljard ontvangen, aangevuld met miljarden via NWO. Generieke fiscale prikkels en brede wetenschapsfinanciering versterken de basis van bedrijven en universiteiten, maar bepalen géén strategische richting. Ze bouwen geen nieuwe industrieën en dwingen geen prioriteiten af. 

Vallei des doods

Het Nationaal Groeifonds biedt nu nog de mogelijkheid om kansrijke innovatieconsortia de zogeheten ‘vallei des doods’ te laten overbruggen: de cruciale fase waarin veelbelovende laboratoriumvindingen moeten worden omgezet in demonstrators, proeffabrieken en industriële productie. Maar afgezien van een komende vierde ronde uit vrijgevallen middelen, is er geen zicht op continuïteit van het Groeifonds. En ook het voorgenomen Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) is vooralsnog niet structureel en richt zich specifiek op baanbrekende innovaties met een hoog afbreukrisico. 

Dus het roer moet om. Om een nieuwe internationaal toonaangevende industrie te ontwikkelen, zijn focus en massa nodig. Krachtenbundeling gericht op structurele publiek-private samenwerking rond cruciale economische zwaartepunten. En een structurele aanpak, met voldoende middelen, waarin de innovatie-instrumenten op elkaar voortbouwen en elkaar versterken. 

Verruim de PPS-I-regeling en zet deze in als een hefboom voor de opbouw van krachtige innovatieconsortia waarin startups en scale-ups een vruchtbare bedding vinden. Durf bij de invulling van het PPS-I-budget te kiezen voor een handvol grote programma’s van 30 miljoen euro gericht op nieuwe technologieën als halfgeleiders, fotonica, quantum en AI en strategische markten zoals defensie, energie en gezondheidszorg. Betrek potentievolle startups en scale-ups nauw bij de inhoudelijke invulling ervan, zij moeten ermee uit de voeten kunnen. Mobiliseer per onderwerp twee tot drie toonaangevende innovatieconsortia en organiseer gezonde competitie bij de toekenning. Dat daagt partijen uit om de krachten daadwerkelijk te bundelen. 

Nationale Investeringsinstelling

In het verlengde daarvan wordt het Nationaal Groeifonds een structureel fonds voor scherp gekozen onderwerpen met grote budgetten waarin deze innovatieconsortia door kunnen pakken. Startups en scale-ups kunnen daarin versneld doorgroeien naar unieke posities in de waardeketen waar niemand omheen kan, zoals bij ASML en Nearfield Instruments. De nieuw op te richten Nationale Investeringsinstelling (NII) kan vervolgens succesvolle startups en scale-ups van investeringskapitaal voorzien. 

Toonaangevende innovatieconsortia geven Nederland niet alleen nationale slagkracht, maar fungeren tevens als het noodzakelijke vliegwiel om aanspraak te maken op grote Europese fondsen, zoals de Europese Chips Act en het Competitiveness Fund. Zonder krachtige binnenlandse innovatieketens verwordt Nederland tot een passieve afnemer van buitenlandse technologie. 

Schaalgrootte

Deze week behandelt de Tweede Kamer de begroting van Economische Zaken. Omdat het kabinet voor deze begroting nog geen zekere meerderheid heeft, heeft het parlement het stuurwiel in handen. Het parlement kan deze kans grijpen en ervoor zorgen dat het ministerie van EZK voldoende middelen krijgt om gericht innovatiebeleid te voeren en dat schaarse innovatiemiddelen worden geconcentreerd in consortia van wereldklasse. 

Alleen met die schaalgrootte stellen we de technologische soevereiniteit en het toekomstige verdienvermogen van Nederland veilig.

* Tom van der Horst is directeur Strategie voor Industrie en Innovatie bij TNO en auteur van het boek ‘Innovatiekracht - Handboek voor de toekomst van Nederland’.