Logo

Shell casht zijn subsidies door verkoop groene projecten

Shell verkoopt met staatssteun gebouwde wind- en zonneparken aan TotalEnergies en KKR, en keert groene energie de rug toe.

Published on August 3, 2026

Windmills

Merien richtte in 2015 samen met Bart E52 op en bedacht onze AI-tool Laio. Hij schrijft columns over waterstof, mobiliteit en het openbaar vervoer.

Shell trekt de stekker uit zijn Europese wind- en zonneparken. Het olie- en gasconcern verkoopt zijn volledige onshoreportefeuille aan het Franse TotalEnergies en de Amerikaanse investeringsmaatschappij KKR. Deze strategische uittocht legt een pijnlijke dynamiek bloot voor de Nederlandse belastingbetaler. De overheid nam jarenlang het financiële risico van deze projecten op zich via miljardensubsidies. Nu de parken draaien, verzilvert Shell de investering en verdwijnt de infrastructuur in buitenlandse handen.

De grote uitverkoop van groene infrastructuur

Shell verkoopt een Europese hernieuwbare energieportefeuille van in totaal vier gigawatt aan TotalEnergies. Dit pakket bevat vijfhonderd megawatt aan operationele projecten. Deze draaiende wind- en zonneparken bevinden zich voornamelijk in Italië en Nederland. De Nederlandse projecten hebben een gezamenlijk piekvermogen van ruim 254 megawatt, dat is ongeveer de helft van de kerncentrale in Borssele. TotalEnergies integreert deze parken in zijn eigen groeistrategie. Het Franse energiebedrijf wil in 2030 meer dan honderd terawattuur aan netto elektriciteit produceren.

Watt Matters in AI 2026

Tegelijkertijd deelt TotalEnergies het financiële risico van andere projecten met private equity. Het bedrijf verkoopt een belang van vijftig procent in een aparte portefeuille van 1,2 gigawatt aan KKR. Deze deal met de Amerikaanse investeerder vertegenwoordigt een ondernemingswaarde van 1,8 miljard euro. Shell kiest bewust voor een andere richting. Het bedrijf kondigde eind 2025 al aan zijn elektriciteitsportefeuille strenger te beheren. Shell stopt met het bezitten van fysieke wind- en zonneparken.

Risicoloos bouwen op kosten van de staat

De Nederlandse overheid speelde een cruciale rol bij de realisatie van de Shell-parken. De overheid dekte het financiële risico af via de zogeheten SDE-regelingen. Deze exploitatiesubsidies vergoeden het verschil tussen de kostprijs van groene stroom en de marktprijs.

Shell bouwde zes grote projecten met deze staatssteun. Energiepark Pottendijk in Emmen combineert windturbines en zonnepanelen voor een capaciteit van honderd megawatt. Zonnepark Koegorspolder in Terneuzen is met 71,1 megawatt het grootste zonnepark van Shell in Europa. Ook projecten in Moerdijk, Heerenveen en Sas van Gent ontvingen miljoenen aan subsidietoezeggingen. De overheid nam het investeringsrisico weg. Shell kon de parken hierdoor zonder grote financiële gevaren ontwikkelen en bouwen. Nu de infrastructuur operationeel is, stapt Shell uit de projecten. Het bedrijf verkoopt de fysieke activa en incasseert de verkoopwinst. De Nederlandse staat blijft de afgesproken subsidies gewoon uitkeren. Deze publieke gelden vloeien voortaan naar TotalEnergies en KKR.

Geen rem op buitenlandse overnames

De verkoop van gesubsidieerde infrastructuur stuit op geen enkele juridische barrière. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) hanteert geen beperkende clausules bij de overdracht van SDE-beschikkingen. De subsidie is strikt gekoppeld aan de fysieke productie van groene stroom. De nationaliteit of de eigendomsstructuur van de exploitant speelt hierbij geen rol. TotalEnergies moet de administratieve overdrachtsprocedure bij de RVO doorlopen.

De RVO toetst enkel of de nieuwe eigenaar niet te veel staatssteun ontvangt volgens Europese regels. Na goedkeuring verandert de tenaamstelling van de subsidiebeschikking. Er bestaan geen mechanismen om de overheid financieel te compenseren bij een doorverkoop. De overheid eist geen deel van de verkoopwinst op. Dit beleid volgt de Europese regels rondom het vrije verkeer van kapitaal. Beperkingen op de overdracht van projecten hinderen de financierbaarheid. Het resultaat is echter dat met belastinggeld risicovrij gemaakte projecten moeiteloos verhandeld worden op de internationale markt.

Belastingontwijking als verdienmodel

De financiële bijdrage van Shell aan de Nederlandse schatkist staat in schril contrast met de ontvangen staatssteun. Shell betaalt in Nederland vrijwel geen vennootschapsbelasting, zo blijkt uit een recent onderzoek van Follow the Money. Het concern maakt slim gebruik van fiscale eenheden en verliesverrekeningen. Interne diensten worden onder de marktprijs aan buitenlandse dochters geleverd. Hierdoor verdampt de belastbare winst in Nederland.

De bouw van grootschalige hernieuwbare energieprojecten versterkt dit effect. De hoge initiële investeringskosten van parken zoals Pottendijk en Koegorspolder leveren aanzienlijke fiscale afschrijvingen op. Deze afschrijvingen creëren een fiscaal schild. Dit schild drukt de operationele winsten van de parken in de eerste jaren naar nul. Shell betaalde daardoor hoogstwaarschijnlijk geen belasting over de inkomsten uit deze specifieke projecten. De belastingbetaler financiert via subsidies de onrendabele top van de parken. Tegelijkertijd draagt de exploitant via belastingen niet bij aan de publieke middelen. Dit toont een eenzijdige financiële relatie tussen de staat en het bedrijfsleven.

Het einde van een politieke illusie

De Nederlandse politiek heeft Shell decennialang omarmd als onmisbare partner in de energietransitie. Beleidsmakers zagen het bedrijf als een noodzakelijke kracht voor het uitvoeren van grote groene projecten. In 2020 waarschuwde Henri Bontenbal, nu CDA-leider, nog tegen polarisatie en rechtszaken tegen het oliebedrijf. Samenwerking met grote bedrijven zou de enige weg vooruit zijn. De huidige uitverkoop door Shell doorprikt deze politieke illusie. Shell is geen publieke nutsinstelling met een maatschappelijke missie. Het is een commerciële speler die kapitaal toewijst aan de meest winstgevende activiteiten. Fysieke groene stroomopwekking levert voor Shell onvoldoende rendement op in vergelijking met olie, gas en energiehandel.

Deze transactie raakt de kern van de Europese en Nederlandse economische autonomie. Kritieke energie-infrastructuur verschuift steeds meer naar een select groepje mondiale spelers en private-equityfondsen. TotalEnergies consolideert zijn macht op de Europese elektriciteitsmarkt. Investeerders zoals de Amerikaanse private-equityfirma KKR kopen zich via constructies in op de gegarandeerde rendementen van duurzame projecten. De opbrengsten van de Nederlandse wind- en zonneparken vloeien direct de grens over. Dit onttrekt structureel waarde aan de lokale economie. Lokale gemeenschappen ervaren wel de lasten van windmolens en zonneweides, maar delen niet in de financiële baten.

De overheid moet voorkomen dat publiek geld fungeert als risicovrije hefboom voor internationale kapitaalverschaffers. In een goed subsidiebeleid deelt de overheid niet alleen in de risico’s, maar ook in de successen.