Logo

Right to Repair versus patent – waar ligt de grens?

In een serie blogposts geeft Marco Coolen een inkijkje in zijn werk als Nederlands en Europees octrooigemachtigde bij AOMB.

Published on March 8, 2026

patent attorney

Marco, octrooi-expert bij AOMB sinds 2013, deelt op IO+ zijn expertise op over octrooien: hoe ze werken, waarom ze belangrijk zijn en wanneer ze hun waarde verliezen.

Right to repair is geen activistisch idee meer. Het is beleid. Europese regels verplichten fabrikanten om producten langer repareerbaar te maken en onderdelen beschikbaar te houden. Dat schuurt met een instrument dat ondernemers al decennia gebruiken: het patent.

Want een patent geeft je het recht om anderen uit te sluiten. Right to repair zegt juist: de gebruiker moet kunnen sleutelen. Of laten sleutelen.

Dat botst. Vooral bij uitvindingen die onderhoud complexer maken in plaats van eenvoudiger. Die spanning zag ik terug in reacties op mijn eerdere verhaal over de BMW-schroefkop. “Mooi bedacht, maar mag dit straks nog wel?” En: “Is dit innovatie of vooral lock-in?”

Terechte vragen.

Marco Coolen, foto © Bart van Overbeeke

Marco Coolen, AOMB. Foto © Bart van Overbeeke

Twee werelden

Wat belangrijk is om te begrijpen: Brussel en het European Patent Office zijn twee totaal verschillende werelden.

Het Europees Octrooibureau kijkt puur naar technische criteria:

  •  Is het nieuw?
  •  Is het inventief?
  •  Is het industrieel toepasbaar?

Voldoet je uitvinding daaraan, dan kun je een patent krijgen. Punt.

Dat het Europees Parlement ondertussen inzet op repareerbaarheid en duurzaamheid verandert niets aan de geldigheid van dat patent. Een verleend Europees patent blijft gewoon twintig jaar geldig.

Wat wél verandert, is hoe je zo’n patent kunt inzetten.

Juridisch recht versus maatschappelijke realiteit

Je mag iets juridisch blokkeren, maar de vraag is: moet je dat ook willen?

In Europa verschuift de balans steeds meer richting consumentenrechten en duurzaamheid. Dat betekent dat een patent dat reparatie bemoeilijkt mogelijk onder een vergrootglas komt te liggen: juridisch, politiek of reputatietechnisch.

In andere regio’s kan die balans anders liggen. Daar kan dezelfde uitvinding zonder discussie worden toegepast.

Dat maakt patentstrategie steeds minder een puur juridische vraag, en steeds meer een commerciële en geopolitieke afweging.

De echte vraag verandert

Tien jaar geleden vroegen ondernemers vooral: “Kunnen we dit patenteren?”

Vandaag is de relevantere vraag: “Waar kunnen we dit commercieel inzetten?”

Misschien gebruik je zo’n uitvinding vooral buiten Europa. Misschien kies je voor een aangepaste variant binnen de EU. Misschien gebruik je het patent defensief, bijvoorbeeld om onderhandelingspositie te creëren, niet om reparatie actief te blokkeren.

Strategie boven techniek

Right to repair dwingt ondernemers om scherper na te denken over hun businessmodel. Wil je verdienen aan verkoop? Aan onderhoud? Aan onderdelen? Aan licenties?

Een patent is een gereedschap. Maar hoe je het inzet, wordt steeds vaker bepaald door het speelveld eromheen.

En dat speelveld is in beweging.

Dat is geen reden om minder te beschermen. Het is een reden om slimmer te beschermen. Niet alleen kijken of iets patenteerbaar is. Maar vooral: waar en hoe het waarde toevoegt.

De toekomst van patenten ligt niet in het blokkeren van schroevendraaiers, maar in het begrijpen van markten.

De wereld van de octrooien
Serie

De wereld van de octrooien

Elke zondag gaat Marco Coolen dieper in op een aspect uit de wereld van de patenten.