PhotonDelta ziet kantelpunt naderen: na pionieren komt opschaling
Bestuursleden Eelko Brinkhoff en Laurens Weers in het jaarverslag over 2025: “De klim wordt steiler, maar de top is eindelijk zichtbaar”
Published on May 15, 2026
PhotonDelta Executive Board: Eelko Brinkho! and Laurens Weers
Medeoprichter van Media52 en hoogleraar Journalistiek, bouwt aan IO+, events en Laio, met focus op commerciële kansen—en blijft schrijven voor IO+.
Na jaren van bouwen aan fundamentele technologie, onderzoeksnetwerken en industriële samenwerking staat de Nederlandse fotonica-industrie volgens PhotonDelta op een beslissend moment. De fase van pionieren maakt plaats voor opschaling. De technologie werkt, de ecosystemen staan, de internationale belangstelling groeit. Nu moet blijken of Europa, en Nederland in het bijzonder, erin slaagt die technologische voorsprong ook economisch te verzilveren.
Dat is de centrale boodschap uit het jaarverslag 2025 van PhotonDelta. De analyse van bestuursleden Eelko Brinkhoff en Laurens Weers daarin leest als een combinatie van terugblik, waarschuwing en een oproep tot versnelling. “Vooruitgang in het bouwen van een nieuwe industrie gebeurt zelden in dramatische sprongen,” schrijven Brinkhoff en Weers. “Vaker lijkt het op een gestage beklimming van een berg.”
Die metafoor loopt als een rode draad door het verslag. Want geïntegreerde fotonica – chips die werken met licht in plaats van elektriciteit – is al meer dan tien jaar bezig aan een opmars die lang vooral zichtbaar was voor insiders. Pas nu worden de contouren zichtbaar van een industrie die een sleutelrol kan spelen in AI, datacommunicatie, quantumtechnologie en energiezuinige infrastructuur.
Van onderzoeksbelofte naar industrie
PhotonDelta grijpt in het verslag terug op een roadmap uit 2012 van JePPIX, een Europees initiatief rond indiumfosfide-fotonica. Daarin werd al voorspeld dat een generiek foundrymodel voor fotonische chips dezelfde impact kon hebben als chipfabrieken ooit hadden in de halfgeleiderindustrie.
Wat toen nog ambitieus klonk, blijkt volgens PhotonDelta inmiddels grotendeels gerealiseerd. Ontwerpnetwerken bestaan, foundry-capaciteit groeit en rondom geïntegreerde fotonica is er een ecosysteem ontstaan van startups, kennisinstellingen, ontwerpbedrijven en productiepartners.
Nederland speelt daarin een opvallend grote rol. Eind 2025 telt het Nederlandse ecosysteem 33 gespecialiseerde PIC-bedrijven (Photonic Integrated Circuits), goed voor 780 fte en een gezamenlijke omzet van € 33 miljoen. Daarnaast groeide het aantal patenten tot 345 en werd sinds 2016 in totaal € 627 miljoen aan financiering ingezet.
Die groei is geen toeval, benadrukt PhotonDelta. Het resultaat van jarenlange publieke investeringen, strategische consistentie en samenwerking tussen overheid, wetenschap en industrie. “Wij staan op de schouders van degenen die al vroeg inzagen dat industrialisatie van geïntegreerde fotonica méér zou vereisen dan excellent onderzoek alleen,” schrijven Brinkhoff en Weers.
AI verandert alles
De urgentie neemt volgens PhotonDelta nu snel toe door de explosieve groei van AI. Datacenters en AI-infrastructuren lopen tegen fundamentele grenzen aan van energieverbruik en datasnelheid. Juist daar biedt fotonica een alternatief. “De vraag naar nieuwe technologische oplossingen wordt steeds duidelijker”, aldus het bestuur. “Integrated photonics biedt een route naar snellere en energiezuinigere datatransmissie en verwerking.”
Dat is ook zichtbaar in de markten waarop PhotonDelta zich richt. In de tweede fase van het Nationaal Groeifondsprogramma gaat € 65 miljoen rechtstreeks naar toepassingen zoals optische transceivers voor AI-datacenters, optical switching, quantum computing, LiDAR en medische sensoren. Vooral datacom en AI worden gezien als groeimotoren. Internationale vraag stijgt snel, met name vanuit de Verenigde Staten. De buitenlandse omzet groeide in 2025 met ruim 32 procent naar € 14 miljoen.
Europa heeft technologie maar nog geen marktpositie
Toch klinkt in het jaarverslag ook een duidelijke waarschuwing. Europa beschikt weliswaar over sterke technologische fundamenten, maar andere regio’s bewegen sneller als het gaat om marktontwikkeling en industrialisatie. “De grootste dreiging is niet dat we de berg niet kunnen beklimmen,” schrijven Brinkhoff en Weers, “maar dat we onderschatten hoe snel het landschap om ons heen verandert.”
PhotonDelta ziet daarom strategische autonomie steeds belangrijker worden. Niet alleen vanwege economische kansen, maar ook vanwege geopolitieke afhankelijkheden. De combinatie van AI, defensietoepassingen, digitale infrastructuur en Europese chipsoevereiniteit zorgt ervoor dat fotonica steeds nadrukkelijker onderdeel wordt van een bredere Europese industriepolitiek.
Dat blijkt ook uit de internationale activiteiten van PhotonDelta. In 2025 organiseerde het ecosysteem niet alleen een uitverkochte PIC Summit Europe in Eindhoven met meer dan 700 deelnemers uit twintig landen, maar ook een eerste PIC Summit USA in Silicon Valley. Daarnaast trok Eindhoven steeds meer internationale spelers aan. Een opvallend voorbeeld is het Japanse technologieconcern DNP, dat op de High Tech Campus een R&D-centrum opende voor co-packaged optics.
De volgende fase: opschalen
Waar de eerste jaren draaiden om technologieontwikkeling en ecosysteembouw, draait de volgende fase volgens PhotonDelta om schaal. Bedrijven moeten groeien, de productiecapaciteit moet omhoog en toepassingen moeten daadwerkelijk in grote markten landen. PhotonDelta positioneert zich daarbij nadrukkelijk als regisseur van het ecosysteem. “Onze rol is om de krachten van industrie, kennisinstellingen en overheid te verbinden”, schrijven Brinkhoff en Weers.
Daarbij hoort ook investeren in talent. Tegen 2028 verwacht het ecosysteem te groeien naar 1.800 fte. Tegelijkertijd blijft gespecialiseerd personeel schaars. Vooral mensen die hardware, software, elektronica en fotonica kunnen combineren zijn moeilijk te vinden.
Maar ondanks alle uitdagingen overheerst in het verslag een gevoel van momentum. Na jaren van voorbereiding lijkt geïntegreerde fotonica eindelijk op het punt te komen waarop de technologie zich vertaalt naar een zichtbare economische impact. “De klim gaat verder,” besluiten Brinkhoff en Weers. “En het moment om terrein te winnen is nu.”
