Ofichem wil productie geneesmiddelen naar Noord-Nederland brengen
De beschikbaarheid van medicijnen staat onder druk. Mensen moeten lang wachten of krijgen een alternatief voorgeschreven. Dat moet anders.
Published on March 12, 2026
.jpg&w=2048&q=75)
© Stella Dekker
Als Head of Partnerships legt Linda contact met nieuwe partners. Ze coördineert alle lopende samenwerkingen en legt de verbinding tussen onze journalistieke redactie en commerciële artikelen. Die linkt legt ze niet alleen voor geschreven artikelen, maar ook voor al onze events.
De problemen in Europa rondom de beschikbaarheid van medicijnen zijn de afgelopen decennia gegroeid. Europa is voor wat betreft cruciale, generieke medicijnen, zoals pijnstillers, bloeddrukverlagers en ontstekingsremmers, zo goed als volledig afhankelijk van China en India. Generieke medicijnen zijn medicijnen waarvan het patent is verlopen, zodat meerdere fabrikanten ze mogen maken. Dit is ongeveer 80% van de medicijnen die bij de apotheek te krijgen is. “We moeten als Nederland en Europa minder afhankelijk worden van Azië als het gaat om de productie van deze medicijnen”, vindt Weite Oldenziel, ceo en eigenaar van medicijnontwikkelaar en -producent Ofichem.
Een nieuwe fabriek
Om dat voor elkaar te krijgen, werkt Ofichem - samen met onder meer de NOM - aan een ambitieus plan: het opnieuw opbouwen van een farmaceutische productiecapaciteit in Noord-Nederland. Het bedrijf produceert al op kleine schaal medicijnen, maar tot op heden gaat dat voornamelijk om kleine hoeveelheden innovatieve medicijnen. Dit gebeurt in samenwerking met startups of academische centra die nieuwe medicijnen ontwikkelen. Oldenziel: “Het plan om weer generieke medicijnen te gaan produceren in Nederland is misschien wat naïef en opportunistisch, want er is op dit moment geen verdienmodel voor. Maar ik zie, onder andere door twee nichtjes met epilepsie en hun onzekerheid rond cruciale medicijnen, de noodzaak om te kijken naar een oplossing dichter bij huis.”
Daar is Gerard Lenstra, programmamanager internationaliseren bij de NOM en betrokken bij de ontwikkeling van het lifescience-ecosysteem in Noord-Nederland, het mee eens. “Het doel is om de generieke medicijnen in Nederland of in Europa te kunnen produceren op een goedkope, maar toch rendabele manier. Een mogelijke oplossing daarvoor is een modulaire fabriek waar ook kleinere batches geneesmiddelen tegen acceptabele kosten en met een redelijke winstmarge gemaakt kunnen worden”, zegt hij. Lenstra verwacht dat het in een vergaand geautomatiseerde modulaire fabriek mogelijk is om de omsteltijden en de bijbehorende schoonmaak efficiënter in te richten. Zonder afbreuk te doen aan kwaliteit en productveiligheid. “Dat zorgt voor kostenbesparing.”

Weite Oldenziel
Kansen voor het Noorden
De plannen voor een nieuwe farmaceutische fabriek in het Noorden van Nederland wordt ingebracht in het programma Nij Begun. Dit programma moet zorgen voor een nieuwe start voor Groningen en Noord-Drenthe na de problemen rondom de gaswinning. De regio heeft in dit kader ook meegedaan aan een groeifondsaanvraag, PharmaNL. Hierbij is het doel om de farmaceutische ontwikkeling en productie in Nederland en West-Europa te versterken. Oldenziel: “We zien dat de overheid bezig is om de infrastructuur voor de productie van medicijnen in Nederland te behouden. Ik denk dat dat een belangrijke stap is als het gaat om strategische autonomie.”
Uniek in Nederland
Ofichem is het enige Nederlandse bedrijf dat zowel grondstoffen voor medicijnen als de medicijnen zelf produceert (in twee vestigingen). Daarnaast houdt het zich bezig met de ontwikkeling van en de handel in medicijnen. “Zo zijn we actief in de hele keten, dat is een unieke positie”, zegt Oldenziel. Hij is opgeleid als apotheker, promoveerde in de neurochemie aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en kwam kort daarna in het bedrijf terecht nadat zijn vader plotseling overleed. Inmiddels vallen onder de Ofichem Group zeven bedrijven. Eén daarvan is een productiebedrijf van generieke medicijnen. Daarnaast nog drie handelsbedrijven en twee ontwikkelbedrijven, een van grondstoffen voor medicijnen en een van medicijnen zelf. Sinds drie jaar heeft Ofichem een productiebedrijf voor generieke medicijnen overgenomen in Leiden.
Van familiebedrijf naar geïntegreerde speler
Ofichem begon als klein productiebedrijf van actieve grondstoffen in medicijnen (Active Pharmaceutical Ingredient, API) en heeft veel van de wereldwijde ontwikkeling meegemaakt. “In het begin waren wij een toeleverancier in de farmaceutische keten. De ingrediënten verkochten we aan bedrijven die er uiteindelijk een compleet medicijn van maakten”, vertelt Oldenziel. Eind vorige eeuw kwam de Europese API-industrie in de problemen. “Steeds meer grondstoffen werden geïmporteerd uit China en uiteindelijk kwam begin deze eeuw zo’n 80% van de wereldproductie daar vandaan. De afgelopen jaren is dit zelfs alleen nog maar meer geworden.”
Dat had grote gevolgen voor API-productiebedrijven in Europa, waar Ofichem er een van was. Ondertussen werd Oldenziel directeur van het bedrijf en richtte hij zich meer en meer op de handel in medicijngrondstoffen. “We importeerden de grondstoffen uit China en exporteerden het over de rest van de wereld. Het geld dat we daarmee verdienden, investeerden we in het moderniseren van het productiebedrijf. We hebben daar de draai gemaakt van het produceren van API’s voor de generieke industrie naar de ontwikkeling en productie van API’s voor de innovatieve industrie.”
Het verdwenen ecosysteem
Ofichem vond een weg in de nieuwe markt en het importeren van medicijnen uit China zorgde voor een prijsdaling. “Dat was in het begin – een aantal decennia geleden – ook goed, want medicijnen waren heel duur. Maar een jaar of tien geleden zijn we door de nul grens gegaan”, blikt Oldenziel terug. “Steeds meer Europese bedrijven sluiten of halen producten van de markt. Er gaan twee keer zoveel producten van de markt als dat er op de markt komen. Uiteindelijk zijn er wereldwijd nog een stuk of vijf spelers over en die zitten allemaal buiten Europa. Dat maakt dat we hier niet snel kunnen ingrijpen bij problemen, zoals geopolitieke spanningen, een pandemie of een schip dat het Suezkanaal blokkeert, zoals we een paar jaar geleden hebben meegemaakt.”
Lenstra vult aan: “Nederland staat vaak ook nog eens onderaan de prioriteitenlijst van leveranciers omdat wij een beleid hebben dat altijd kiest voor de laagste prijs. Daarom is het voor leveranciers vaak lucratiever om eerst te leveren aan andere landen. Bij een tekort staat Nederland daardoor vaak achter in de rij.”
Productie terughalen naar Europa
Oldenziel ziet één oplossing: een deel van de productie van cruciale generieke medicijnen terughalen naar Europa. Daar wil hij aan bijdragen. De ondernemer ziet dat overheden tijdens de COVID-periode aan het denken zijn gezet. “Frankrijk heeft actie ondernomen en is generieke medicijnen weer deels in eigen land gaan produceren. De rest van Europa praat er wel over, maar doet tot nu toe weinig”, stelt hij. Oldenziel vindt dat de overheid, zowel op nationaal als op Europees niveau, een stevig beleid en een duidelijke visie moet opstellen.
Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. De productie in Europa is duurder dan in Azië. “In India hebben de medewerkers van fabrieken niet altijd de juiste omstandigheden als het gaat om zorg en pensioen. Ook het milieubeleid zal anders zijn dan hier in Europa”, stelt hij.
Een plan
Toch ziet Oldenziel de prijs niet als een probleem. “In het totale zorgbudget van 108 miljard in Nederland vorig jaar, kostte 80% van alle verstrekte medicijnen rond de 600 miljoen. Dit is dus 0.5% van het budget. Voor enkele centen per doosje meer, kun je ook in Europa produceren. We hebben het financieel gezien dus over verwaarloosbare bedragen in het zorgbudget. Terwijl we hiermee wel de keuze maken tussen afhankelijkheid of meer onafhankelijkheid van China en India. Tussen wel of niet de beschikking hebben over cruciale, levensreddende kritische geneesmiddelen. Tussen het wel of niet de mogelijkheid hebben om zelf te produceren. We hoeven echt niet alles zelf te maken, we moeten her balanceren alleen tussen inkoop en ook eigen productie.”
Maar dat is niet van vandaag op morgen geregeld. Oldenziel: “We moeten aan de slag gaan met een duidelijke visie en een plan. Daar wil ik graag aan bijdragen.” Lenstra ziet ook mogelijkheden en is blij met ondernemers als Oldenziel in zijn regio en wil vanuit de NOM graag ondersteunen: “Beleidsmakers kunnen van alles bedenken, maar de ondernemers moeten het uiteindelijk doen.”
Gesponsord
Dit artikel is gemaakt in een samenwerking tussen NOM en onze redactie. IO+ is een onafhankelijk journalistiek platform dat zijn partners zorgvuldig uitkiest en uitsluitend samenwerkt met bedrijven en instellingen die achter onze missie staan: het verhaal van innovatie verspreiden. Op die manier kunnen wij onze lezers waardevolle verhalen aanbieden die volgens journalistieke richtlijnen tot stand zijn gekomen.
Wil je meer weten over hoe IO+ samenwerkt met andere bedrijven? Klik hier
