Logo

Nipah-virus: zo ver zijn we met ontwikkeling vaccin

Het Nipah-virus steekt de kop op in delen van India en Bangladesh. Wat kunnen we er tegen doen?

Published on January 29, 2026

Virus

Team IO+ selecteert en brengt de belangrijkste nieuwsverhalen over innovatie en technologie, zorgvuldig samengesteld door onze redactie.

De beelden voelen ongemakkelijk vertrouwd aan. Op luchthavens in Azië verschijnen opnieuw thermische scanners. Reizigers worden gecontroleerd op koorts. Video's die circuleren op sociale media roepen direct herinneringen op aan de begindagen van de coronapandemie. De aanleiding is echter geen nieuwe coronavariant, maar het Nipah-virus. Dit virus steekt de kop op in delen van India en Bangladesh. Het virus kent een extreem hoog sterftecijfer. Terwijl de wereld waakzaam toekijkt, voltrekt zich op de achtergrond een stille revolutie in de biotechnologie. Wetenschappers zitten niet stil te wachten tot het misgaat.

Geen nieuwe speler

Het Nipah-virus is geen nieuwe speler op het wereldtoneel. We kennen het al sinds een grote uitbraak in Maleisië in 1998. Wat dit virus zo angstaanjagend maakt, is de brute effectiviteit waarmee het toeslaat. De mortaliteitscijfers liegen er niet om. Tussen de 40 en 75 procent van de geïnfecteerde mensen overleeft de besmetting niet. Dat is vele malen dodelijker dan COVID-19.

De symptomen beginnen vaak bedrieglijk eenvoudig. Patiënten klagen over hoofdpijn, koorts en ademhalingsproblemen. Dit kan echter snel escaleren naar een ernstige hersenontsteking.

Geen goedgekeurd vaccin

Tot voor kort stonden artsen met lege handen. Er was geen goedgekeurd vaccin beschikbaar. Er was geen specifieke behandeling die het virus kon stoppen. Het virus sluimert in de natuur in bepaalde vleermuispopulaties. Deze vliegende honden dragen het virus bij zich zonder zelf ziek te worden. Via hun uitwerpselen of speeksel besmetten ze fruit of dadelpalmsap. Dieren die hiervan eten, zoals varkens, vormen vervolgens een tussenschakel naar de mens. Deze keten van besmetting maakt het virus onvoorspelbaar.

Oxford neemt het voortouw

We staan er in 2026 heel anders voor dan enkele jaren geleden. De wetenschap heeft een enorme inhaalslag gemaakt. Een cruciale mijlpaal werd eind 2025 bereikt. De Universiteit van Oxford lanceerde in december de wereldwijd eerste Fase II klinische proef voor een Nipah-vaccin.

De proef vindt plaats in Bangladesh, precies in het gebied waar het virus regelmatig toeslaat. Onderzoekers testen het vaccin, genaamd ChAdOx1 NipahB, op 306 gezonde deelnemers. De focus ligt op veiligheid en de reactie van het afweersysteem.

Het is een samenwerking van wereldformaat. Oxford werkt samen met lokale partners en krijgt steun van de Coalition for Epidemic Preparedness Innovations (CEPI). Eerdere tests in Oxford, de zogeheten Fase I-studies, zijn al succesvol afgerond. De resultaten daarvan toonden aan dat het vaccin veilig is bij mensen. We wachten nu op de definitieve data uit Bangladesh. Als deze proef slaagt, hebben we voor het eerst een werkend wapen tegen deze dodelijke vijand.

Waarom dit (waarschijnlijk) geen pandemie wordt

De angst voor een nieuwe wereldwijde lockdown is begrijpelijk. Toch is die vrees bij Nipah wetenschappelijk gezien minder gegrond. De verspreiding van dit virus verloopt fundamenteel anders dan bij griep of corona. Het Nipah-virus is niet extreem besmettelijk via de lucht over lange afstanden. De primaire route loopt via direct contact met besmette dieren of hun lichaamsvloeistoffen. Ook het drinken van besmet, rauw dadelpalmsap is een bekende bron van infectie in Zuid-Azië.

Mens-op-mens besmetting komt wel voor. Dit gebeurt echter meestal alleen bij zeer nauw contact. Denk hierbij aan familieleden die een zieke verzorgen of zorgpersoneel zonder bescherming. Het RIVM benadrukt dat het virus zich minder snel verspreidt dan COVID-19. De uitbraken blijven hierdoor vaak lokaal beperkt. Dit neemt niet weg dat de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) het virus hoog op de prioriteitenlijst heeft staan. Een mutatie zou de overdraagbaarheid kunnen vergroten. Dat risico, gecombineerd met de hoge dodelijkheid, dwingt ons tot waakzaamheid.