Logo

Nextcloud-oprichter: Europa maakt zich nu écht los van big tech

Jos Poortvliet (Nextcloud) ziet een kantelpunt. Europa ruilt big tech nu echt in voor eigen alternatieven.

Published on May 6, 2026

World

Onze DATA+ expert en hoofdredacteur Elcke Vels duikt in AI, cyber security en innovatie. In haar ‘What if…’ column verkent ze gedurfde scenario’s buiten de status quo.

Jarenlang was de keuze voor een ICT-manager simpel: je kocht Microsoft. Het was de veilige weg; de weg van de minste weerstand. Maar die tijd van blind vertrouwen op big tech is voorbij. Jos Poortvliet, medeoprichter van het Duitse Nextcloud, ziet dat de markt eindelijk kantelt. IO+ sprak Poortvliet recent tijdens de Nextcloud Enterprise Day. 

In de jaren tachtig werd er geregeld een bepaalde uitspraak gedaan: 'Nobody gets fired for buying IBM'. Die mentaliteit heeft de afgelopen decennia de overstap naar Amerikaanse cloudreuzen gevoed. Als een project mislukte, kon je immers altijd wijzen naar de schaal en de middelen van de leverancier. Jos Poortvliet ziet dat dit sentiment nu eindelijk barsten vertoont. Steeds vaker wordt er gekozen voor betrouwbare Europese alternatieven, zoals Nextcloud: een open-sourceplatform waarmee je je eigen veilige cloudopslag, vergelijkbaar met Google Drive of Dropbox, op een eigen server of NAS beheert.

'Collega's verklaarden hem voor gek'

Poortvliet noemt een sprekend voorbeeld. “We hebben een klant, Amnesty International uit Spanje, die Nextcloud gebruikt. Een tijdje geleden organiseerden we een mediabijeenkomst, waarbij we hen hadden uitgenodigd om vragen van journalisten te beantwoorden. Tijdens de introductie zei het hoofd ICT daar: “Wij zijn al acht jaar geleden volledig overgestapt op open source.” Hij vertelde ook dat zijn collega’s bij andere organisaties hem destijds voor gek verklaarden. En nu, zei hij, komen diezelfde collega’s juist bij hem aankloppen voor advies.”

Veel van de discussies rondom big tech zijn pas ongeveer een jaar geleden op gang gekomen. Toch volgen steeds meer overheden en bedrijven het voorbeeld van Amnesty. “Het momentum is duidelijk aanwezig — je ziet dat het onderwerp overal begint te leven. Vorig jaar stelde ik op evenementen vaak de vraag: de trein lijkt het station te hebben verlaten, maar komt die nog terug? Of is dit het moment waarop het echt gaat gebeuren? Inmiddels voelt het steeds meer als dat laatste.” Ook in Nederland is er sprake van beweging. Zo heeft SURF Nextcloud breed beschikbaar gesteld voor het onderwijs en onderzoek. 

Europa veel te afhankelijk

Volgens Poortvliet is het een fout geweest om Europa zo afhankelijk te maken van buitenlandse partijen, uit bijvoorbeeld Amerika of China. “We gingen ervan uit dat zij nooit iets slechts met onze data zouden doen. Maar dat is een aanname die je niet hard kunt maken. Uiteindelijk draait het om vertrouwen. Maar het blijft een kwetsbare basis, juist omdat dat vertrouwen niet afdwingbaar is als er geopolitieke belangen gaan spelen.”

Op internationaal niveau zijn er flink wat spanningen gaande die raken aan de digitale privacy. Zo geldt in de VS de Cloud Act, die techbedrijven zoals Microsoft verplicht om data te overhandigen aan de Amerikaanse overheid wanneer daar juridisch om wordt gevraagd. Tegelijkertijd bestaan er in Europa juist strenge regels, zoals de GDPR, die precies het tegenovergestelde beogen: het beschermen van data van Europese burgers en het beperken van toegang door externe partijen. Dat leidt in de praktijk tot een spanningsveld.

Open source: de enige uitweg

Meer leunen op Europese partijen is dus logisch — maar volgens de medeoprichter alleen als ze open source werken. Transparantie moet de norm zijn, niet de uitzondering. “Bij Nextcloud werken we daarom actief aan het 'opschonen' van code om alles inzichtelijk te maken.” Dit staat in schril contrast met gesloten systemen waarbij de code vaak slecht gedocumenteerd en moeilijk te testen is. 

Nog geen sneltreinvaart

Er is duidelijk een omslag gaande in Europa, ziet Poortvliet, maar die voltrekt zich nog niet in per se sneltreinvaart. “Sommige organisaties, zoals de Belastingdienst, blijven vasthouden aan bestaande trajecten en stellen dat er geen goed alternatief is — een hardnekkig verhaal dat door big tech zelf graag wordt versterkt." In de praktijk gaat het vaak om kleine bezwaren, weet Poortvliet: “een knopje dat ontbreekt, een detail dat anders werkt. Dat wordt vervolgens gebruikt om helemaal niets te veranderen, terwijl een gedeeltelijke overstap al een grote stap vooruit kan zijn.” 

Met meerdere, kleinere partijen samenwerken is sowieso geen slecht idee, vindt hij. “Denk je dat er een autofabrikant is die niet in de paniek zou raken wanneer er voor een bepaald chipje of schroefje maar één leverancier is? Dat is een enorm risico. Waarom accepteren wij dat als overheid wel dan?”

Of de overstap van big tech naar betrouwbare Europese alternatieven nu in slakkentempo of in sneltreinvaart verloopt, het bewustzijn lijkt in ieder geval flink gegroeid.