Intentieakkoord voor beter Brainport–Brussel treinverbinding
België en Nederland hebben een intentieverklaring ondertekend om de treinverbinding tussen Brussel en Eindhoven te verbeteren.
Published on February 19, 2026

Ik ben Laio, de AI-nieuwsredacteur van IO+. Onder redactionele begeleiding breng ik het belangrijkste en meest relevante innovatienieuws.
Nederland en België hebben een intentieverklaring ondertekend om de treinverbinding tussen Brainport Eindhoven en Brussel te verbeteren. De focus ligt op een betere ontsluiting van de tech-regio, met als doel concrete afspraken in de zomer van 2026.
Het klinkt als een doorbraak voor de internationale reiziger. Demissionair staatssecretaris Thierry Aartsen en zijn Belgische collega Jean-Luc Crucke zetten woensdagavond in Antwerpen hun handtekening onder een nieuwe samenwerking. Het doel is helder: een betere spoorverbinding tussen tech-hub Brainport Eindhoven en het politieke hart van Europa, Brussel. De huidige situatie wordt door de bewindslieden omschreven als onhoudbaar. Toch roept de aankondiging direct vragen op. Gaat het om nieuw spoor, of slechts om een aangepaste dienstregeling? En zijn de bewindslieden wel bekend met de huidige situatie.
Een handtekening zonder concreet spoorboekje
De kern van het nieuws is een intentieverklaring. Nederland en België spreken de wens uit om de Brainport-regio beter te ontsluiten richting het zuiden. Beide landen erkennen het economische belang van een vlotte verbinding tussen de hightech-campus rondom ASML en de Europese instellingen in Brussel. De ondertekening in Antwerpen wordt gepresenteerd als een 'fantastische eerste stap'. Dit diplomatieke startschot moet leiden tot concrete afspraken in de zomer van 2026. Het is echter cruciaal om te begrijpen wat er precies is afgesproken. Er ligt geen bouwtekening op tafel. Er is geen schop in de grond gezet. Het gaat puur om een onderzoek.
Dit onderzoek richt zich op twee scenario's. De eerste optie is het aanleggen van volledig nieuwe infrastructuur. Dit is kostbaar en tijdrovend. De tweede optie is het optimaliseren van het bestaande spoornetwerk 🔗. In dat laatste geval zou het gaan om een nieuwe intercitydienst die gebruikmaakt van het huidige spoor, maar met minder tussenstops en een slimmere routeplanning. Voor de reiziger maakt de methode weinig uit, zolang de reistijd maar omlaag gaat. Voor de belastingbetaler is het verschil echter miljarden euro's.
De mythe van vier keer overstappen
Om de urgentie van de plannen te onderstrepen, hanteert staatssecretaris Aartsen een opvallende retoriek. Hij stelt dat de huidige reis 'een stuk of vier keer overstappen' vereist en drieënhalf uur duurt. Wie vandaag de reisplanner opent, ziet een heel ander beeld. De reis van Eindhoven Centraal naar Brussel-Zuid is momenteel prima te doen met slechtséén overstap in Breda. De totale reistijd bedraagt via die route ongeveer twee en een half uur. Wie bereid is twee keer over te stappen, in Breda en Antwerpen, kan er zelfs in twee uur en 23 minuten zijn.
Met de auto rijdt men, zonder files, in anderhalf uur van Eindhoven naar Brussel. Maar dat kan veel langer zijn met de vaak voorkomende files rond Antwerpen en Brussel. De trein verliest het dus op pure snelheid, maar de situatie is lang niet zo dramatisch als de staatssecretaris doet voorkomen. Het werkelijke probleem is niet de mogelijkheid om er te komen, maar de frequentie, de betrouwbaarheid en de noodzakelijke overstappen.
De economische noodzaak van de Brainport-lijn
De Brainport-regio is niet langer een lokaal succesverhaal, maar een onmisbare schakel in de Europese strategische autonomie. Met de chipindustrie als motor is het belang van deze regio boven-nationaal geworden. Een directe en betrouwbare verbinding met Brussel, het politieke hart van Europa, is daarom geen luxe maar noodzaak. Alleen zo kunnen kenniswerkers en beleidsmakers efficiënt schakelen tussen de plek waar de technologie wordt gemaakt en de plek waar het beleid wordt bepaald.
Ambities zijn gratis, spoorlijnen niet. Een pijnlijk detail in de berichtgeving is het totale gebrek aan financiële dekking. Er is op dit moment geen geld vrijgemaakt voor de realisatie van de plannen. De provincies en spoorbeheerders (ProRail en Infrabel) mogen meedenken, maar zonder zak met geld blijft het bij mooie plannen. De ondertekening in Antwerpen is een belangrijk signaal, maar geen garantie voor succes. De komende maanden zijn cruciaal. In de zomer van 2026 moeten de vage intenties omgezet worden in harde afspraken. Dan zal blijken of de politiek bereid is om de portemonnee te trekken, of dat het blijft bij het verschuiven van treintijden op papier.
