Nederlandse kernenergie-opmars: probleem is mensen, niet techniek
Terwijl Nederland kernenergie nieuw leven inblaast, leggen drie experts uit waarom vooral de mensen het probleem zijn.
Published on September 3, 2026

Deelnemers aan de Nederlands-Belgische Nucleaire Zomerschool poseren voor het TU Delft Reactor Instituut - © Roy Borghouts, TU Delft
Mauro verruilde Sardinië voor Eindhoven en volgt als GREEN+ expert de energietransitie. Hij vertelt data-gedreven verhalen en maakt series over duurzaamheid.
De intentie is duidelijk: kernenergie krijgt een rol in de toekomstige energiemix van Nederland. De Borssele-centrale – de enige operationele kerncentrale van het land — zal langer dan 2033 in bedrijf blijven, en er komen twee grote nieuwe kerncentrales bij.
Terwijl de discussie over de locaties van de nieuwe centrales nog voortduurt, is één ding al duidelijk: voor een nucleaire toekomst zijn niet alleen centrales nodig, maar ook mensen die ze kunnen bouwen en bedienen. Talent is daarbij een sleutelfactor. Met dat doel vond vorige week de Nederlands-Belgische Nucleaire Zomerschool plaats, waar een groep studenten kennismaakte met de sector. Op 28 augustus kwam de groep samen aan de Technische Universiteit Delft voor een dag bij het TU Delft Reactor Institute, het universitaire onderzoekscentrum voor kernenergie.
"Op onderwijsgebied moet het kennisnetwerk worden uitgebreid, want onze academische groep in Delft is de enige die in het land actief is", zegt Martin Rohde, universitair hoofddocent aan de TU Delft. "En er is meer nodig: om twee grote kerncentrales te laten draaien, hebben we lassers, bouwvakkers en professionals nodig die een reactor kunnen bedienen."
De Zomerschool liet studenten een week lang kennismaken met de sector, met lezingen, bezoeken en workshops bij Belgische en Nederlandse instellingen. Die samenwerking tussen beide landen is niet alleen belangrijk voor het nieuw leven inblazen van de Nederlandse kernenergiesector, maar ook voor het opleiden van een nieuwe generatie nucleair talent.
Nieuw talent opleiden
Volgens Rohde begint Nederland zijn nucleaire renaissance bijna vanaf nul. Om de benodigde kennis op te bouwen en nieuwe mensen op te leiden, gaan de TU Delft, de Technische Universiteit Eindhoven en de Universiteit Twente nieuwe studietrajecten aanbieden, op zowel bachelor- als masterniveau, zo vertelde de wetenschapper tijdens een presentatie. Ook het beroepsonderwijs wordt daarbij betrokken.
Het talentprobleem draait bovendien niet alleen om het snel genoeg opleiden van nieuwe mensen. Minstens zo belangrijk is het om de kennis van de huidige generatie niet verloren te laten gaan. "Wij noemen dit de zilveren tsunami", zegt Tom Clarijs van de SCK CEN Academy in België. Hij doelt op de golf van pensioneringen die momenteel door de sector trekt.
Reactoren die vandaag worden gebouwd, moeten naar verwachting zestig tot tachtig jaar meegaan. "Dat zijn niet één, maar drie carrières", zegt Clarijs. Bedrijven zullen daarom manieren moeten vinden om hun kennis structureel over te dragen voordat die met pensionerende werknemers verdwijnt.
Dat is ook de reden waarom initiatieven als de zomerschool belangrijk zijn, ook al zal het merendeel van de deelnemers uiteindelijk niet in de kernenergiesector terechtkomen. "Het is een beetje als een lekkende pijpleiding: je vangt maar een fractie van de mensen die je bereikt. En dat is normaal."
De Nederlandse nucleaire renaissance
Nederland wil in 2050 klimaatneutraal zijn. De kerncentrale in Borssele blijft daarom langer open. Het is momenteel de enige operationele kerncentrale van het land en levert 3 procent van de totale elektriciteitsproductie.
Ferry Roelofs is accountmanager Research bij NRG Pallas, een nucleaire onderzoeksorganisatie. Volgens hem vormt de technologie geen probleem. "De echte hindernissen liggen in het regelgevend kader, de financiering en het opzetten van een lokale toeleveringsketen."
De experts zijn het erover eens dat de twee nieuwe centrales gebruik moeten maken van drukwater- of kokendwaterreactoren. "Deze technologie kan bogen op zeventig jaar ervaring. Dat heeft ervoor gezorgd dat het huidige nucleaire park veilig is. Bovendien is de Europese splijtstofcyclus al ingericht op uranium", benadrukt Rohde.
Volgens Roelofs moet de Nederlandse nucleaire opleving langs drie sporen tegelijk verlopen. "Ten eerste moeten we zo snel mogelijk de benodigde energie opwekken door reactoren te bouwen met bewezen technologie. Ten tweede moeten we doorgaan met lichtwater-SMR's, die gebruikmaken van technologie die vergelijkbaar is met wat al op de markt is. Dat maakt het vergunningsproces voor toezichthouders eenvoudiger. Ten derde moeten we geavanceerde reactortechnologieën meenemen, zoals gesmoltenzout-, hogetemperatuurgas- en vloeibaarmetaalgekoelde reactoren. Die vragen meer onderzoek en ontwikkeling, maar kunnen op langere termijn echte voordelen bieden."
Draagvlak
Het Nederlandse kabinet heeft de shortlist teruggebracht tot Eemshaven, in Groningen, en Terneuzen, in Zeeland. Netbeheerder TenneT liet de regering weten dat Eemshaven het beste zou werken, omdat er meer capaciteit beschikbaar is in het elektriciteitsnet.
Volgens Rohde is geen van beide locaties een vanzelfsprekende keuze. "Groningen heeft voldoende ruimte en water voor koeling – op papier zijn dat goede omstandigheden", zegt hij. Zeeland heeft daarentegen meer maatschappelijk draagvlak, maar minder ruimte voor de centrales.
Voor Clarijs is die afweging precies de reden waarom publieke betrokkenheid geen formaliteit mag zijn die pas na het technische besluit volgt. "Het kan niet alleen eenrichtingscommunicatie zijn vanuit de overheid die zegt: 'Dit is de beste optie, laten we doorgaan'." Vertrouwen opbouwen betekent volgens hem dat relevante informatie transparant wordt gedeeld, de dialoog zo vroeg mogelijk begint én dat de uitkomst daarvan wordt geaccepteerd. "En als dat betekent dat het antwoord van een gemeenschap nee is, dan is het nee."
Roelofs wijst op Zweden, waar gemeenschappen uiteindelijk met elkaar concurreerden om een faciliteit voor kernafval te mogen huisvesten. Dat kwam volgens hem doordat duidelijk was welke concrete voordelen de komst van de faciliteit zou opleveren. Zonder daar iets tegenover te stellen, draait die dynamiek om. Dan verzetten mensen zich niet zozeer tegen de technologie zelf, maar omdat "ze geen enkel voordeel zien voor hun gemeenschap, alleen de nadelen."
Een ondersteunend ecosysteem
Over wat er nu moet gebeuren, zijn de experts het grotendeels eens. "Betrek belanghebbenden, en doe dat zo snel mogelijk", zegt Clarijs. Roelofs onderschrijft dat, maar noemt nog een tweede voorwaarde: solide en voorspelbare financiering. "Dingen gaan sneller zodra je er meer budget achter zet."
Rohdes boodschap draait minder om geld dan om tijd. "Als we over twintig jaar ontdekken dat we nu niet de moeite hebben genomen om nieuwe technologieën te ontwikkelen, is het te laat. Dus zet in op alle paarden – niet slechts op één."
De technologie hoeft daarmee niet het grootste obstakel te zijn. Om de ambities van Nederland waar te maken, zal uiteindelijk vooral bepalend zijn wat er om de reactoren heen wordt gebouwd: betrouwbare toeleveringsketens, voldoende financiering en vooral genoeg goed opgeleid talent.
