Logo

Nederlandse doodskist van paddenstoelen gaat de wereld over

Wat begon als een idee in Delft heeft inmiddels zijn weg gevonden naar de andere kant van de wereld.

Published on September 10, 2026

De Living Cocoon van Bob Hendrikx

De Living Cocoon van Bob Hendrikx

Onze DATA+ expert en hoofdredacteur Elcke Vels duikt in AI, cyber security en innovatie. In haar ‘What if…’ column verkent ze gedurfde scenario’s buiten de status quo.

Een vrouw is in New South Wales, Australië, begraven in een kist gemaakt van mycelium. De paddenstoelenkist, de Living Cocoon, is gemaakt door het Nederlandse bedrijf Loop Biotech. "Het voelt heel bijzonder dat iets wat ik een aantal jaar geleden heb bedacht, nu families aan de andere kant van de wereld kan helpen”, zegt Bob Hendrikx, CEO van het bedrijf. 

Carolyn, van wie de achternaam om privacyredenen niet is bekendgemaakt, werd vrijdag door vrienden en familie begraven op Springwood Cemetery in de Blue Mountains. Ze was in de zeventig. Hendrikx was bij de begrafenis aanwezig. “Het blijft natuurlijk een verdrietig moment als iemand overlijdt. Tegelijkertijd is het bijzonder om te zien hoe je met zo'n product de dood een stuk luchtiger kunt maken”, merkt hij op. Want ondanks het verdrietige moment reageerden sommige aanwezigen positief op de duurzame kist. 

Loop BioTech

Begrafenis met de Living Cocoon

Samenwerking aan de andere kant van de wereld

Hendrikx en zijn collega’s kregen vanaf het begin veel aanvragen uit Australië en Nieuw-Zeeland. “Het zijn landen met prachtige natuur, waar duurzaamheid een belangrijke rol speelt."

De introductie in Australië komt tot stand via een exclusief partnerschap met Arrow Bronze, dat verantwoordelijk is voor de distributie van de Living Cocoon binnen de Australische uitvaartbranche. "Onze partner is actief in zowel Australië als Nieuw-Zeeland en al 85 jaar actief in de uitvaartbranche. Zij zijn fan van ons product en het is super om zo'n samenwerking aan de andere kant van de wereld te hebben." 

Made in Delft

De kist is gemaakt van mycelium en hennepvezels en wordt in Delft in een mal gekweekt in een klimaatgeregelde ruimte. Het proces lijkt op composteren: de kist en het lichaam vergaan langzaam en veranderen in voedselrijke grond. Dat gebeurt veel sneller dan bij een traditionele houten kist, die er tot wel 50 jaar over kan doen om af te breken. De duurzame kist breekt binnen 45 dagen af en verrijkt daarbij de bodem.  

De kisten kunnen gewoon worden gebruikt zoals traditionele uitvaartkisten. "Ze kunnen 200 kilo dragen en je kunt ermee cremeren of begraven. Ook koeling is geen probleem. Eigenlijk kan alles wat een uitvaartondernemer normaal gesproken met een traditionele kist doet, ook met die van ons." 

Houten kisten, rieten manden

Veel mensen denken dat houten doodskisten een duurzame optie zijn. “Maar”, zo licht Hendrix toe, “hout wil je juist gebruiken voor producten die lang meegaan.” Bovendien voegt hout tijdens het vergaan weinig toe aan de bodem. “De positieve impact is minimaal. Met onze kist willen we juist een positieve impact hebben, door voedingsstoffen terug te geven aan de bodem.”

Dan zijn er nog de rieten manden die de laatste tijd populairder lijken te worden. Die populariteit begrijpt Hendrikx ergens wel. "Ik snap dat je voor iets kiest wat er ecologisch uitziet. Maar zo'n 90 procent van de rieten manden komt uit Azië. Ze worden niet duurzaam geproduceerd en komen met het vliegtuig hier heen.”

Voor sommige mensen is het idee van een doodskist gemaakt van mycelium even wennen. Maar als we naar een duurzame toekomst willen, moeten we volgens Hendrikx anders omgaan met de dood. “We vinden het nu heel normaal om organisch materiaal op te sluiten in een doosje. Dat is eigenlijk niet meer van deze tijd. Je lichaam wil vergaan. Waarom zou je daar een omhulsel omheen doen dat dat proces juist tegenwerkt?" 

Lokale afvalstromen

Op dit moment worden alle kisten nog in Nederland gekweekt en vervolgens per container naar het buitenland verscheept. "Dat is natuurlijk niet ideaal als je kijkt naar de uitstoot. Daarom proberen we die emissies te compenseren door te investeren in bijvoorbeeld windenergie." Maar uiteindelijk wil Hendrikx af van die manier van werken. "Het doel is om genoeg tractie te krijgen om lokaal een faciliteit op te kunnen zetten, waarbij we gebruikmaken van lokale afvalstromen. Daar moet je wel eerst de juiste stappen voor zetten, ook financieel. Maar als het aan mij ligt, staat die fabriek er morgen.”