Logo

Nederland een eigen maakindustrie? ‘10 jaar om het tij te keren’

Zonder robotisering verdwijnt de maakindustrie in Nederland.

Published on April 7, 2026

AWL

Een machine bij AWL in Harderwijk

Onze DATA+ expert en hoofdredacteur Elcke Vels duikt in AI, cyber security en innovatie. In haar ‘What if…’ column verkent ze gedurfde scenario’s buiten de status quo.

Bij machinebouwer AWL in Harderwijk klonk vorige week een alarmsignaal. IO+ was aanwezig bij een perssessie in het hart van de roboticawereld. Journalisten kregen daar een rondleiding langs geavanceerde robots voor de maakindustrie, maar de bijeenkomst had een serieuze ondertoon. TNO presenteerde een nieuw rapport met een harde, heldere boodschap. Zonder robotisering verdwijnt de maakindustrie in Nederland. 

De maakindustrie is goed voor zeven procent van ons bruto binnenlands product. De sector is essentieel om allerlei maatschappelijke transities te financieren, van energie tot gezondheidszorg. Mark Courage en Claire Stolwijk van TNO schetsten tijdens de bijeenkomst echter een Nederlandse maaksector met grote uitdagingen. Vergrijzing, aanhoudende personeelstekorten en hoge loonkosten zetten de sector zwaar onder druk, terwijl de productiviteitsgroei stagneert. 

De productiviteit moet drastisch omhoog om relevant te blijven op het wereldtoneel. Hoe we dat kunnen aanpakken? Door middel van robots, zo luidt de boodschap. Wereldwijd staat Nederland op plek twaalf als het gaat om robotisering per 10.000 werknemers, licht Stolwijk toe. Dat klinkt misschien goed, maar wat opvalt: “Azië loopt duidelijk voorop en vergroot die voorsprong bovendien snel.”

Absolute noodzaak

De waarschuwing van TNO is dan ook glashelder. We hebben nog maximaal tien jaar om het tij te keren. De gevolgen van stilstand zullen anders snel voelbaar zijn, vervolgt Stolwijk. Binnen twee jaar zorgen personeelstekorten al voor hogere kosten en minder efficiënte productie. Binnen vijf jaar loopt Nederland productiviteitsgroei mis en worden verouderde productielijnen een serieus nadeel. “En op de lange termijn dreigt onomkeerbare schade: volledige fabrieken die moeten sluiten.”

Kansen in Nederland

Er liggen kansen binnen de landsgrenzen. Nederland blinkt vooral uit in het maken van ingewikkelde producten in relatief kleine series. Deze specialisatie geeft ons strategische controlepunten in de wereldwijde economie. Voorbeelden hiervan zijn de chipmachines van ASML en geavanceerde satellietcommunicatie. De productie moet fysiek in Nederland en Europa blijven om deze controle te behouden. “Dit lukt alleen als we kosteneffectiever produceren dan de rest van de wereld”, aldus Courage. Robotisering is daarmee het enige antwoord.

De theorie klinkt logisch; de praktijk bevestigt het. Naast de bekende successen van giganten als ASML benoemde Stolwijk een aantal indrukwekkende voorbeelden van andere Nederlandse bedrijven.

“Beddenfabrikant Auping zag zijn productiecapaciteit met 48 procent stijgen door de inzet van robots. Fluidics Instruments maakte in het verleden 300 spuitmonden per week. Dankzij robotisering zijn dat er nu 20.000 per week.”

AI: een unieke kans

Het toepassen van robotisering gaat relatief soepel bij een multinational. Voor het MKB, dat veel tijd kwijt is aan alleen al overeind blijven staan, is het een heel ander verhaal. Hoe zorgen we ervoor dat startups robotica implementeren? Volgens de TNO’ers kan AI de adoptie bij bedrijven van elke omvang aanzienlijk versnellen. Vroeger was het programmeren van een robotarm een tijdrovend proces. Een gespecialiseerde programmeur was vaak weken bezig met het schrijven van ingewikkelde code. Dat is nu verleden tijd. “De integratie van grote taalmodellen maakt robots veel toegankelijker. Moderne systemen maken gebruik van platforms die weinig tot geen code vereisen. Een operator op de fabrieksvloer kan nu instructies geven aan een robot via natuurlijke spraak”, aldus Courage. 

Robotisering in het onderwijs

Nieuwe technologie is echter niet genoeg om de maakindustrie te redden. We hebben hard mensen nodig die begrijpen hoe ze met robots kunnen werken. Het onderwijs speelt hierin een absolute sleutelrol. Robotica is inmiddels een structureel en verplicht onderdeel geworden van diverse niet-technische opleidingen. Denk hierbij aan het VMBO Zorg en Welzijn en verschillende medische vervolgopleidingen. Ook AWL werkt nauw samen met diverse onderwijsinstellingen en begeleidt tientallen stagiairs, laat de machinebouwer weten tijdens de perssessie.

De regie pakken

Hoe nu verder? TNO pleit voor een nationale robotiseringsagenda met heldere, lange termijndoelen. Deze agenda moet de centrale regie pakken en standaardisatie afdwingen. Courage: “Een nationale agenda geeft richting, versnelt adoptie en zorgt dat bedrijven – groot én klein – toegang krijgen tot technologie die hun toekomst bepaalt. Alleen zo blijft Nederland maker, in plaats van afhankelijk afnemer.”

Zo’n agenda houdt bijvoorbeeld in dat er wordt gekeken naar robotisering in het onderwijs, zodat toekomstige werknemers met robotica kunnen werken. Nederland moet daarnaast dé proeftuin van Europa worden voor slimme, flexibele robotisering. “En”, voegt Stolwijk toe, “het mkb krijgt een zetje met fieldlabs, vouchers en betaalbare modellen zoals Robotics-as-a-Service.”

Wat er moet gebeuren, is helder. Nu nog de uitvoering. Courage besluit: “Nederland moet transformeren van een trage stadsfiets naar een snelle racefiets. Dat vraagt focus en samenwerking: overheid, industrie en onderwijs moeten hun krachten bundelen. We moeten stoppen met overal hetzelfde wiel uit te vinden en juist zorgen dat het wiel op de ene plek ontstaat, het frame op de andere, en we er samen één krachtige racefiets van maken om internationaal te winnen.”

De komende tien jaar zullen onze wereldpositie bepalen.