Nederland bouwt eerste commerciële gesmoltenzoutreactor
Thorizon en partners streven ernaar om tegen 2034 een innovatieve kernreactor in Zeeland te realiseren die draait op kernafval.
Published on April 20, 2026

Thorizon Artist Impression © Thorizon
Masterstudente journalistiek aan de RUG, stagiair bij IO+, schrijft graag over de integratie van AI in het dagelijks leven
Nederland zet een belangrijke stap in nucleaire innovatie met plannen voor de eerste commerciële gesmoltenzoutreactor (MSR) van Europa. De Frans-Nederlandse start-up Thorizon werkt hiervoor samen met EPZ, NRG PALLAS, de provincies Zeeland en Noord-Holland en diverse investeerders om dit project te realiseren.
De technologie van gesmoltenzoutreactoren verschilt fundamenteel van traditionele kerncentrales. In plaats van vaste splijtstofstaven wordt vloeibaar zout gebruikt, wat leidt tot een stabieler en intrinsiek veiliger systeem. Daarnaast kan de reactor draaien op bestaand kernafval, waardoor de nucleaire cyclus circulairder wordt en de afhankelijkheid van nieuw gewonnen uranium afneemt. Sommige ontwerpen kunnen ook thorium gebruiken, een relatief overvloedige grondstof die mogelijk langdurige CO₂-vrije energieproductie kan ondersteunen.
De ontwikkeling verloopt in fasen: een testfaciliteit in 2027, een demonstratiereactor in 2030 en vervolgens de bouw van de commerciële centrale, die naar verwachting in 2034 voltooid is. Met een investering van meer dan €1 miljard en steun van zowel publieke als private partijen wil Nederland hiermee ook de Europese energieonafhankelijkheid versterken.
Veilig en duurzaam
Waar traditionele kernreactoren afhankelijk zijn van vaste splijtstof die continu gekoeld moet worden en niet mag vervormen, gebruikt een MSR vloeibaar zout waarin de splijtstof is opgelost. Dit zout kan veilig uitzetten bij stijgende temperaturen en stroomt bij oververhitting automatisch naar een opvangsysteem onderin het gebouw. Dit resulteert in een inherent veiliger ontwerp en vermindert het risico op een kernsmelting aanzienlijk. Bij een kernsmelting wordt de reactor zo heet dat deze kan doorbreken, waardoor radioactief materiaal kan vrijkomen, zoals gebeurde in Fukushima.
Een belangrijk voordeel is het gebruik van bestaand kernafval als brandstof. Hierdoor wordt een langdurig opslagprobleem omgezet in een energiebron, terwijl de behoefte aan nieuw uranium afneemt. Europa beschikt bovendien over voldoende nucleair afval om MSR’s gedurende decennia van brandstof te voorzien.
De technologie is daarnaast zeer efficiënt en produceert zowel elektriciteit als hoogwaardige industriële warmte tot circa 550°C, aldus Thorizon. Hierdoor is de reactor geschikt voor het leveren van proceswarmte aan onder meer de chemische industrie en staalproductie.
Nadelen: emissies, kosten, afval en kennis
Hoewel een MSR weinig CO₂ uitstoot tijdens gebruik en onder lage druk werkt, geldt dat de bouw van de reactor zelf wel degelijk broeikasgassen veroorzaakt.
De investeringskosten zijn hoog en afhankelijk van subsidies en langetermijnplanning. Volgens CEO Kiki Lauwers kost de bouw van een commerciële reactor naar verwachting meer dan €500 miljoen. Thorizon streeft naar een operationele reactor op het Europese elektriciteitsnet in 2034, maar nucleair fysicus Martin Rohde van de Technische Universiteit Delft, die ook contact heeft met Thorizon, acht 2040–2050 een realistischer tijdspad voor volledige commerciële inzet in Europa.
Daarnaast blijft maatschappelijke acceptatie een aandachtspunt, vooral rond kernenergie en radioactief afval. Hoewel afval uit een MSR korter radioactief blijft dan dat van traditionele uraniumreactoren, blijft het nog circa 300 jaar gevaarlijk.
Ook vormt corrosie door het hete, chemisch agressieve zout een technische uitdaging. Rohde benadrukt dat er nog beperkt onderzoek is naar de vraag hoe reactorstructuren zich over tientallen jaren onder deze omstandigheden gedragen.
De eerste inzichten dateren uit 1965 en zijn afkomstig van het Oak Ridge Laboratory, waar de eerste test met een reactor op basis van gesmolten zout plaatsvond; deze reactor was vier jaar lang in bedrijf in de Verenigde Staten. Gedurende deze periode werd slechts minimale schade waargenomen aan de grafietstaven die in de reactorkern als moderatoren werden gebruikt. Hoewel de resultaten op korte termijn veelbelovend waren, maakte het experiment ook duidelijk dat er verder onderzoek nodig was naar de langetermijneffecten van langdurige blootstelling aan gesmolten zout gedurende meerdere decennia.
Oude technieken komen opnieuw in beeld
Hoewel de technologie modern lijkt, gaat het concept van gesmoltenzoutreactoren terug tot vóór de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog werd kernreactoronderzoek vooral geconcentreerd bij het Argonne National Laboratory in Chicago. De Amerikaanse kernfysicus Alvin Weinberg wist echter ook het Oak Ridge National Laboratory in Tennessee een rol te geven in de ontwikkeling van nieuwe reactorconcepten, na overleg met Argonne-directeur Walter Zinn. Dit leidde in de jaren vijftig tot onder meer het Homogeneous Reactor Experiment en het Aircraft Reactor Experiment, beide gebaseerd op vloeibare brandstof.
In de jaren zestig werd dit verder ontwikkeld in het Molten Salt Reactor Experiment (MSRE), onder leiding van Weinberg. Deze experimentele reactor draaide succesvol van 1965 tot 1969 en bewees dat vloeibare splijtstof technisch haalbaar is. De reactor draaide stabiel gedurende circa 13.000 uur over vier jaar en toonde aan dat gesmolten zout zowel als brandstofdrager als koelmiddel kan functioneren — een principe dat nog steeds de basis vormt van moderne ontwerpen.
Na de jaren zeventig verschoof de aandacht naar andere nucleaire technologieën en verdween onderzoek naar gesmoltenzoutreactoren grotendeels naar de achtergrond. Meer dan vijftig jaar later wordt deze technologie opnieuw onderzocht als mogelijke oplossing voor de huidige energie- en klimaatuitdagingen.