‘Kiezen brengt focus, het beste fundament voor samenwerking’
Hans de Jong over Operatie Beethoven: "Niemand vraagt of we dit gaan realiseren - iedereen vraagt alleen: hóe gaan we dit met elkaar doen?"
Published on October 10, 2026
.jpg&w=2048&q=75)
Hans de Jong, © Robèrt Kroonen
Medeoprichter van Media52 en hoogleraar Journalistiek, bouwt aan IO+, events en Laio, met focus op commerciële kansen—en blijft schrijven voor IO+.
Wie vijftig jaar geleden de collegebanken van de TU Delft binnenstapte, kreeg bij de opening van het academisch jaar een ijskoud welkom van de rector magnificus: “Kijk links van u, kijk rechts van u: slechts één van u drieën gaat het halen.” Hans de Jong, voormalig topman van Philips Nederland en tegenwoordig landelijk boegbeeld van het microchip-talentprogramma onder Project Beethoven, herinnert het zich met een brede glimlach. Tijden veranderen. Vandaag de dag is de boodschap precies omgekeerd: we hebben iedereen keihard nodig, en we willen iedereen behouden.
Tijdens de nationale microchiptalent-conferentie in Delft – waar onderwijsinstellingen, regionale clusters en de hightechindustrie bijeenkwamen – straalt De Jong een nuchter optimisme uit. Waar elders in het land politieke twijfel of systeemvermoeidheid soms de overhand neemt, bruist het rondom Beethoven van de energie. “Je voelt het zelfs bij het koffiezetapparaat: mensen hebben er simpelweg ontzettend veel lol in,” vertelt hij. “En dat terwijl het echt geen eenvoudige opgave is.”
Geen Haags dictaat, maar bottom-up eigenaarschap
Het nationale plan om de halfgeleider- en hightechketen van voldoende talent te voorzien – met ASML als aanjager, maar nadrukkelijk voor de hele toeleveringsketen – rust volgens De Jong op drie heldere leidende principes: een integrale publiek-private samenwerking, ruimte om al lerend te experimenteren, en bovenal een strikte ‘bottom-up’ sturing.
“We hebben een regiegroep die kaders stelt en ondersteunt, maar we gaan dit absoluut niet top-down dicteren,” benadrukt De Jong. “Regio’s moeten zelf eigenaarschap nemen, samen plannen smeden en over hun eigen grenzen heen kijken. En dat gebeurt volop. Kiezen brengt focus, focus brengt duidelijkheid, en die duidelijkheid blijkt het beste fundament voor samenwerking.”
Die samenwerking uit zich inmiddels in bewegingen die jarenlang voor onmogelijk werden gehouden. Er ontstaan horizontale allianties – onderwijsinstellingen die gezamenlijk internationaal werven in plaats van elkaars netwerken af te schermen – en baanbrekende verticale verbindingen. Mbo-, hbo- en wo-instellingen delen in Delft, Twente en Eindhoven faciliteiten zoals cleanrooms en ontwikkelen doorlopende leerlijnen.
De brug tussen theorie en werkelijkheid
Juist op het grensvlak tussen theorie en praktijk ligt een van de meest cruciale sleutels van het Beethoven-succes: de samenwerking tussen het beroepsonderwijs en het hightechbedrijfsleven, zegt De Jong. Nederland blinkt uit in hightechconcepten, maar innovatie blijft steken in abstractie zonder de mensen die het daadwerkelijk kunnen maken, meten en assembleren. Zoals ook in het recente rapport-Wennink werd onderstreept: technologische soevereiniteit en productiviteitsgroei beginnen bij talent. De landelijke opschaling van het precisievakmanschap – waarbij de Leidse Instrumentmakers School (LiS) haar beproefde praktijkstandaard deelt met regionale mbo-partners als Summa College in Brainport, Firda, ROC van Twente en Vista College – vormt daarvan een sprekend voorbeeld.
In die ecosystemen is de industrie geen passieve afnemer meer aan het einde van de rit, maar volwaardig mede-ontwikkelaar. Bedrijven leveren praktijkcasussen, stellen hybride docenten en apparatuur beschikbaar, en bieden werkplekken waar theorie direct getoetst wordt aan sub-micron toleranties.
De volgende fase: van opleiden naar verleiden
Tot nu toe lag de nadruk van het programma vooral op de onderwijskant: het inrichten van capaciteit en het opzetten van gezamenlijke curricula. Maar de komende fase eist een veel intensievere publiek-private verstrengeling, waarschuwt De Jong. “De getallen zitten helder in ons hoofd: we zoeken 38.000 nieuw opgeleide technici, waarvan 26.000 onder de Beethoven-paraplu vallen met publieke en cofinanciering. Die moeten er in 2030 staan. Maar we zijn geen Japan, waar een hoogleraar een student simpelweg toewijst aan een bedrijf. Mensen hebben hier een vrije keuze. De volgende grote uitdaging is dus niet alleen opleiden, maar mensen verleiden: eerst om voor een technische studie te kiezen, en vervolgens om ook daadwerkelijk in de industrie te gaan én te blijven werken.”
Dat vraagt om aantrekkelijke stageplekken, een stimulerende werkomgeving en een bredere blik op de arbeidsmarkt. Zeker gezien de demografische krimp waar Nederland mee te maken krijgt.
.jpg&w=2048&q=75)
Twee cruciale hefbomen: LLO en internationals
Om die volumes te halen, wijst De Jong op twee onderwerpen waar onderwijs en bedrijfsleven elkaar snel moeten vinden:
- Een nationaal antwoord op Leven Lang Ontwikkelen (LLO): Waar initiële instroom goed is ingeregeld, hangt om- en bijscholing volgens De Jong nog te vaak af van gefragmenteerde initiatieven in de private sector. Door de snelle opkomst van AI en automatisering zullen banen in sommige sectoren verschuiven, wat kansen biedt om mensen naar hightech om te scholen. “LLO moet een nationaal gedragen opdracht worden, waarin onderwijsinstellingen en bedrijven samen een structureel antwoord formuleren.”
- Koester het internationale talent: Op masteropleidingen aan de technische universiteiten is tegenwoordig 40 tot 50 procent van de studenten internationaal. “We kunnen eenvoudigweg niet zonder hen,” stelt De Jong nuchter vast. “Het CPB heeft berekend dat ze netto geld opleveren voor de schatkist, wat hopelijk helpt in het politieke debat. Maar het gaat om meer dan cijfers: we moeten de randvoorwaarden scheppen – van passende huisvesting tot een warm welkom voor partners en gezinnen – zodat ze na hun afstuderen hier blijven en hun innovatiekracht behouden voor onze industrie.”
Geen vraag of, maar hoe
Wat beklijft na een gesprek met Hans de Jong, is het ontbreken van cynisme. In een landschap dat gewend is geraakt aan beren op de weg, ademt Beethoven dadendrang. Bovendien reikt de impact veel verder dan chips alleen. De netwerken, cleanrooms en onderwijsallianties die nu worden gesmeed, leggen het fundament voor andere sleuteltechnologieën waarin Nederland mondiaal wil meespelen: van geïntegreerde fotonica en kwantumtechnologie tot geavanceerde medische apparatuur.
“Het mooie van Beethoven is dat niemand vraagt of we dit gaan realiseren,” besluit De Jong. “Iedereen vraagt alleen: hóe gaan we dit met elkaar doen? We gaan het gewoon waarmaken. En we doen het samen.”
