Logo

“Je begint met een stuk metaal, en eindigt met iets dat werkt”

In de serie 'Maakkracht' vertelt Anne Berg over haar keuze voor de Leidse Instrumentenmakers School (LiS)

Published on January 26, 2026

Anne Berg, Leidse Instrumentenmakers School (LiS)

Anne Berg, Leidse Instrumentenmakers School (LiS)

Medeoprichter van Media52 en hoogleraar Journalistiek, bouwt aan IO+, events en Laio, met focus op commerciële kansen—en blijft schrijven voor IO+.

Met een serie podcasts onder de titel Maakkracht geeft de Leidse Instrumentenmakers School (LiS) inzicht in wat er nodig is om aan de slag te gaan in de high tech maakindustrie. De highlights van deze gesprekken vind je terug in deze serie artikelen.

Soms is een studiekeuze het resultaat van jarenlange planning. Soms ontstaat hij in één zomer, in een moment van onrust, nieuwsgierigheid – en een verrassend bezoek aan de instrumentmakerij van een ziekenhuis. Voor Anne Berg, vierdejaarsstudent aan de Leidse Instrumentenmakers School, was het precies dat laatste. Ze begon met een overtuiging (“ik ga naar de universiteit”), belandde in Groningen bij Bewegingswetenschappen, en ontdekte daar dat er iets ontbrak: haar handen. “Op de universiteit merkte ik hoe graag iets met mijn handen wilde doen. Daar werd ik onrustig van.”

External Content

This content is from youtube. To protect your privacy, it'ts not loaded until you accept.

Van universiteit naar werkplaats

Anne’s route is allesbehalve rechtlijnig. Havo, daarna vwo, met het vanzelfsprekende doel om door te stromen naar de universiteit. In Groningen belandde ze bij Bewegingswetenschappen, een opleiding die ze inhoudelijk best interessant vond, maar die op dat moment niet bij haar paste. Het kwartje viel in het UMCG, waar ze op een dag de instrumentmakerij binnenstapte.

Dat bezoek was niet helemaal toevallig. “De vader van een vriend had ooit tegen mij gezegd dat ik iets met instrumentmaken moest doen.” Anne moest er eerst om lachen - en begreep het ook verkeerd. Ze dacht aan muziekinstrumenten. “Toen kwam ik erachter wat het wel was en dacht ik: ah, dit is eigenlijk best interessant.”

Ze keek rond, zag van dichtbij hoe techniek en praktijk daar samenkomen – en werd enthousiast. Niet veel later volgden gesprekken, een meeloopdag en een beslissing die ze zelf bijna terloops omschrijft: “Het is eigenlijk toeval.”

Maakkracht
Serie

Maakkracht

Lees en bekijk hier de hele serie interviews

Eén school, heel Nederland

Voor instrumentmakers is er in Nederland maar één vakopleiding: de LiS in Leiden. En dat merk je. In tegenstelling tot veel mbo-opleidingen is de instroom niet alleen regionaal. Anne herinnert zich klasgenoten uit Friesland, maar ook uit Lelystad en Almere. “Mensen reizen echt naar deze opleiding toe. Daardoor krijg je ook gemotiveerde mensen.”

Wat ze aantrof bij haar instroom – bovendien in oktober, een maand na het reguliere begin – was vooral iets wat je niet snel in een technische opleiding verwacht: gezelligheid. “Het klinkt heel stom, maar het is gewoon heel gezellig. Het is een kleine opleiding, iedereen is toegankelijk, en de klassen zijn supergemengd.”

In haar groep zat de jongste student van 15 en de oudste – “dat is Bart, die je eerder al sprak” – rond de 30. Vmbo, havo, vwo: alles door elkaar. “Omdat het zo’n mengelmoes was, was het ook supergezellig.”

Handen, hoofd en protheses

Anne kwam niet met één uitgekristalliseerd plan binnen. Wel met twee duidelijke gevoelens: ze wilde iets maken, en ze voelde zich aangetrokken tot medische technologie. Protheses fascineren haar al jaren: hoe mensen bewegen, en wat er gebeurt als daar beperkingen in zitten. Het is een lijn die terugloopt naar haar studie in Groningen, maar nu ineens tastbaar wordt.

Toch benadrukt ze dat haar ambitie gaandeweg vorm kreeg. “Ik had niet zo’n duidelijk beeld als sommige andere mensen. Tijdens de opleiding denk ik steeds vaker: oh, nu vind ik dit interessant. Dit sluit er goed bij aan.” Misschien is dat wel precies wat de opleiding doet: niet alleen een vak leren, maar ook een richting zichtbaar maken.

Glasblazen als verdieping

Anne deed iets wat niet veel studenten doen: ze verdiepte zich in glasblazen, een extra traject dat de opleiding meestal met ongeveer een jaar verlengt. Het kwam niet voort uit prestatiedrang, maar uit een praktische keuze: de school zag ruimte om haar opleiding te verdiepen. “Ze hebben met mij meegedacht: hoe kan ik verder de diepte in? Veel theorie ging me relatief makkelijk af, dus die tijd kon ik vullen met glasblazen.”

Zo werkte ze toe naar een volwaardig glasdiploma, naast haar metaaldiploma. “Je bent eigenlijk dubbel gecertificeerd.” In de praktijk maakt dat je breder inzetbaar en laat het ook iets zien over de LiS: wie gemotiveerd is, krijgt ruimte. Zeker in de nieuwe onderwijsvorm, zegt Anne, waar studenten hun route meer kunnen vormgeven. “Maar dat vereist wel assertiviteit en extra motivatie. Dan is er echt heel veel mogelijk.”

Tien weken Calgary

Haar meest avontuurlijke episode: een buitenlandse glasstage van tien weken aan de University of Calgary, in Canada. Via connecties van de school – een glasblazer daar had zelf de LiS gedaan – kon Anne meedraaien in een universitaire glasblazerij, zoals je die ook in Nederland soms nog vindt.

Het werk was anders dan in Leiden. In Nederland werk je veel met een brander en beweeg je het glas met de hand. In Canada gebruikte ze glasdraaibanken: “Hetzelfde idee als een metaaldraaibank, maar dan met glas. Je klemt het in, en bewerkt het met een brander eromheen.”

Ze moest opnieuw leren kijken. “Je moet nog steeds naar het medium zelf kijken, naar het glas. Maar omdat het glas voor je gedraaid wordt, heb je veel tijd om echt te kijken. Dat vond ik heel leuk.” En er was iets anders dat bleef hangen: de aanstekelijke passie van haar begeleider. “Dat was gewoon heel motiverend.”

Het mooiste aan maken

Als Anne één hardnekkig beeld wil ontkrachten, is het wel dat techniek “vuile handen” en “stinkende ruimtes” zou betekenen. Ze zegt het zonder romantiek, maar met overtuiging: het mooie is dat je iets maakt dat er eerst niet was. “Je begint ’s ochtends en dan is er nog niks. En met een beetje geluk eindig je ’s middags de dag en dan heb je iets gemaakt.”

Ze beschrijft hoe een werkplaatsdag eruit kan zien: om acht uur beginnen, werktekeningen pakken, achter de draaibank of freesbank staan, onderdelen maken. In projecten ontwerp je soms ook zelf, zeker later in de opleiding , en dan maak je letterlijk wat je zelf getekend hebt. “Dat is wel echt heel gaaf.”

Maar het echte moment komt bij het assembleren. “Als je al je onderdeeltjes hebt en je zet het in elkaar… en het werkt. Je ziet het vorm krijgen. Je ziet dat het werkt. De gedachte erachter wordt ineens echt.” Haar favoriete werk? Verrassend genoeg: haar examenopdracht. “Ik vond mijn examen oprecht leuk om te doen. Het was strak, duidelijk, er zat tijdsdruk achter – en ik wist precies wat ik moest doen.”

Anne Berg, Leidse Instrumentenmakers School (LiS)

Anne Berg, Leidse Instrumentenmakers School (LiS)

Beta én gamma

Anne kijkt ondertussen verder dan de klassieke route van instrumentmaker of ontwerper. Wat haar intrigeert is juist de brug tussen techniek en mens: het ethische en sociale aspect van maken. “Hoe communiceer je? Wanneer doe je wat als je iets produceert? Wat zijn de gevolgen?”

Ze onderzoekt opleidingen die bèta en gamma combineren: techniek met sociologie en psychologie. Niet omdat ze weg wil uit de werkplaats, maar omdat ze die extra laag mist: meer theoretische verdieping, meer context. “Ik vind het heel fijn dat ik hier veel met mijn handen kan doen. Maar ik mis af en toe dat stuk verdieping ook.”

Tegelijkertijd is ze helder over de rol van mbo. “Het is belangrijk dat mbo-opleidingen mbo-opleidingen blijven, en geen verkapt hbo worden.” Verdieping kan, maar moet haalbaar blijven voor iedereen.

Vrouwen in techniek: “Doe normaal”

Over vrouwen in de maakindustrie is ze genuanceerd. Ja, meer vrouwen zou goed zijn. Maar nee, niet via het gevoel dat je er “om het quotum” zit. “Ik wil aangenomen worden omdat ze mij willen hebben. Niet omdat er een vrouwenquotum behaald moet worden.”

Ze ziet twee uitersten: extra blokkades, of juist extra aandacht die óók weer uitsluit. Haar wens is eenvoudig en misschien daarom zo krachtig: “Dat iedereen gewoon op de plek terechtkomt waar die zou moeten zitten. Zonder beperking, zonder onderscheid.” En dan, met een glimlach, de zin die in de werkplaats waarschijnlijk als motto kan dienen: “We moeten wel normaal blijven doen.”

Kom kijken

Als Anne één advies heeft voor twijfelaars, is het niet: “kies techniek.” Het is: kom kijken. “Je hebt een beeld in je hoofd, maar je ziet pas echt hoe de opleiding is als je hier rondloopt. Dan zie je pas wat er allemaal mogelijk is, hoe de sfeer is.” Een meeloopdag. Een gesprek met iemand die het gedaan heeft. Het echte werk zien.

Want pas dan, zegt ze, begrijp je wat zij bedoelt met dat simpele maar zeldzame gevoel: dat je aan het einde van de dag kunt aanwijzen wat je hebt gedaan. Ofwel: je begint met een stuk metaal. En je eindigt met iets dat werkt. "Geweldig toch?"