Holland High Tech wil versnelling: van strategie naar uitvoering
Holland High Tech positioneerde zich in Den Haag als de orkestrator: plek waar alle hightechlijnen bij elkaar komen.
Published on June 18, 2026

Lukas M. Ziegler
Medeoprichter van Media52 en hoogleraar Journalistiek, bouwt aan IO+, events en Laio, met focus op commerciële kansen—en blijft schrijven voor IO+.
Op het jaarlijkse Networking Event van Holland High Tech kwamen hightech, overheid en defensie samen rond één centrale vraag: hoe zorgt Nederland dat innovatie niet blijft hangen in plannen, maar uitgroeit tot strategische kracht?
In de Fokker Terminal in Den Haag was de boodschap van het jaarlijkse Holland High Tech Networking Event 2026 al zichtbaar in de titel: Ignite Innovation: Accelerating Dutch High Tech. Technologie is niet langer een keuze, stelde Holland High Tech in de aanloop naar het event, maar een fundament onder weerbaarheid, autonomie en duurzame groei. Het programma bracht daarom industrie, kennisinstellingen en overheid bij elkaar rond thema’s als cognitive robotics, future of compute, semicon, circulaire economie, de Nationale Technologie Strategie en defensie-innovatie.
.png&w=2048&q=75)
Die breedte was geen toevallige optelsom. In de woorden van Peter Stolk, voorzitter van Holland High Tech, staat de organisatie “op het snijvlak van overheidsbeleid en het hightech-ecosysteem”. Waar hij vorig jaar nog de hoop uitsprak dat een nieuw kabinet de kennis- en innovatie-economie zou omarmen, kon hij nu constateren dat “een grote stap” in die richting is gezet. De Nationale Technologie Strategie, de industriële beleidsagenda en de strategische markten geven volgens hem richting aan een landschap waarin Holland High Tech steeds nadrukkelijker de rol krijgt van verbinder, programmeur en adviseur.

Leo Warmerdam en Peter Stolk op het podium met Simone van Trier
Leo Warmerdam, executive director van Holland High Tech, maakte die rol concreet. In 2025 financierde Holland High Tech 168 projecten met een totale projectomvang van 87 miljoen euro, waarvan ongeveer de helft afkomstig was uit subsidie en de andere helft uit bijdragen van deelnemende bedrijven. Ook wees hij op de inmiddels draaiende programmaraad met elf innovatiedomeinen, nauw verbonden met de Nationale Technologie Strategie (NTS). De boodschap daarachter: publiek-private samenwerking is geen bijzaak meer, maar de manier waarop Nederland zijn technologische positie moet organiseren.
Robotica-evangelist
De urgentie werd meteen duidelijk in de keynote van Lukas M. Ziegler. De Europese robotica-evangelist, die naar eigen zeggen sinds 2018 meer dan 150 robotbedrijven van binnen zag, plaatste cognitive robotics in het hart van de volgende industriële golf. AI heeft volgens hem de digitale wereld al veranderd; nu krijgt AI een lichaam. “Physical AI”, zei hij, is niet langer een hobbythema voor nerds, maar wordt herkend door jonge ingenieurs, investeerders en instituten als een strategisch veld. Robots die kunnen waarnemen, redeneren en zich aanpassen, zijn volgens hem geen verre toekomst meer. “We zijn Robotics 2.0 niet langer aan het naderen,” zei hij, “we zijn een nieuw tijdperk binnengegaan.”
.jpg&w=2048&q=75)
Lukas M. Ziegler © Igor Vermeer
Ziegler verbond die technologische sprong aan drie harde ontwikkelingen: vergrijzing, arbeidsschaarste en de explosie van e-commerce. Volgens hem wordt arbeid voor het eerst in de geschiedenis een luxe. Tegelijk willen consumenten nog steeds dat hun pakket morgen wordt bezorgd. In dat spanningsveld is robotica geen gadget, maar een noodzakelijke motor voor productiviteit. Toch waarschuwde hij voor hype. De meest kansrijke humanoids beginnen volgens hem niet als alleskunners, maar met één taak: lassen, dozen verplaatsen, inspecteren, sorteren. Eerst excelleren in één toepassing, daarna pas horizontaal uitbreiden. En "in alle eerlijkheid", voegde hij daaraan toe: "Momenteel is er nog geen logisch businessmodel voorhanden dat de aanschaf van een partij humanoid robots zou rechtvaardigen."
Flexibele automatisering
Ton Peijnenburg, CTO van VDL Enabling Technologies Group en lid van de programmaraad, trok die lijn door naar de Nederlandse maakindustrie. De grote belofte van cognitive robotics ligt voor hem in flexibele automatisering. Waar klassieke automatisering vaak vastloopt op lage volumes, variatie en moeizame ROI, kunnen robots met herkenning en lerend vermogen breder inzetbaar worden. Daarmee kunnen ze productiviteit en concurrentiekracht versterken. Maar Peijnenburg maakte ook duidelijk waar de echte waarde zit: in data en vakmanschap. “Er zit enorm veel vakmanschap in onze industrieën,” zei hij. “Als we dat willen automatiseren, moeten we dat vakmanschap overbrengen op robots; daarmee wordt dat vakmanschap een asset.” Dat asset moet Nederland niet zomaar weggeven.
Daarmee werd robotics ook een vraagstuk van strategische autonomie. Peijnenburg zag drie routes: robots toepassen in de eigen industrie, onderdelen en productiecapaciteit leveren voor robotica, en automatiseringssystemen bouwen waarin nieuwe typen robots hun plek krijgen. Holland High Tech kan daarbij volgens hem de ontbrekende rol van orkestrator op zich nemen. Eerdere robotica-initiatieven mislukten mede doordat partijen langs elkaar heen bewogen. Nu is juist systeemontwikkeling nodig: technologie, applicatiekennis, chips, AI, sensoren, data en productie moeten samenkomen.
Blue Magic Netherlands
Lees hier ons dossier over startups in de defensie-industrie.
Scherper kiezen
Tjerk Opmeer, plaatsvervangend directeur-generaal Bedrijfsleven & Innovatie bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, plaatste die oproep in geopolitieke context. De wereld wordt complexer, zei hij, met de opkomst van Azië, de strategische positie van China en veranderende verhoudingen met de Verenigde Staten. Juist daarom moet Europa, en daarbinnen Nederland, scherper kiezen. De Nederlandse hightechpositie is sterk, van fundamenteel onderzoek tot systeemintegratie, van startups tot grote bedrijven. Maar de vraag is waar Nederland onmisbaar wil zijn. “We kunnen niet overal de beste in zijn,” was de onderliggende boodschap. Focus is noodzakelijk.
Die focus kreeg in het programma verschillende vormen. In de breakout Next Steps in Semicon stond de stap van roadmap naar uitvoering centraal, met Semicon Vision 2035 als vertrekpunt. In de sessie over de Nationale Technologie Strategie ging het over actieagenda’s en innovatiecoalities: hoe beleid wordt vertaald naar consortia, calls en projecten. De circulaire-economie-sessie richtte zich op schaalbare, gezamenlijke waardeketens voor hightechsystemen. En in de live podcastsessies van IO+ werd de discussie verbreed met stemmen uit het innovatie-ecosysteem, waaronder die van Ziegler, Opmeer en Neways-CEO Hans Büthker.
Dual Use
De meest urgente toon kwam uit de defensiehoek. In de breakout Innovation in Security & Defence draaide het om versnelde dual-use ecosystemen: hoe hightech-MKB’ers kunnen bijdragen aan defensie-innovatie en Europese strategische autonomie. Holland High Tech wees daarbij op een nieuw innovatiedomein: Hightech Security. Daarnaast is er een strategisch programma met 2,5 miljoen euro subsidie per jaar gedurende drie jaar en werd de MKB Defensie Call genoemd, waarvoor de belangstelling “ongekend” groot was.

LKOL Jasper Heeren PhD MSc, Defence Innovation & Production Orchestrator (Smart Materials), Charlotte Rugers, Senior Innovation Manager COMMIT (Quantum), Ministry of Defence, Derk Boswijk, State Secretary for Defence, Ministry of Defence, Carla Andela, Policy Officer for Knowledge and Innovation (Space), Ministry of Defence.
Carla Andela, vanuit Defensie verantwoordelijk voor ruimtetechnologie, liet zien hoe concreet die samenwerking wordt. Ruimtevaart is allang geen niche meer, maar onderdeel van militaire en civiele weerbaarheid, zo zei ze. Een diversiteit aan aspecten speelt daarbij een rol: GPS-storingen, space weather, ruimtepuin en de bescherming van satellieten vragen om sensoren, cybertechnologie, kwantumtechnologie en lanceercapaciteit. Europa lanceert volgens haar nog veel te weinig in vergelijking met SpaceX. De boodschap aan de zaal was helder: Defensie kan veel willen, maar heeft industrie en kennisinstellingen nodig om de krijgsmacht van de toekomst te ontwikkelen.
Charlotte Rugers, senior innovation manager COMMIT voor kwantum, bracht een nuchtere toets aan in een domein dat snel wordt omgeven door grote beloften. Voor Defensie geldt volgens haar: “Alleen kwantum als het echt een verschil maakt.” Kwantum kan relevant zijn voor sensoren, computing, netwerken en het begrijpen van nieuwe dreigingen, maar de militair in het veld heeft niets aan technologie om de technologie. Het moet werken, geïntegreerd worden in systemen en bijdragen aan een succesvolle missie.
Jasper Heeren, Defence Innovation & Production Orchestrator voor smart materials, zoomde in op materialen. "Composieten kunnen gewicht besparen en bescherming bieden; additive manufacturing kan lokale productie en minder afhankelijkheid van logistieke ketens mogelijk maken; metamaterialen kunnen helpen om minder zichtbaar te worden op radar, infrarood of akoestisch niveau." Maar zijn belangrijkste punt was misschien wel dat materialen zonder maakindustrie weinig waard zijn. “Uiteindelijk hebben we niets aan die materialen als we ze ook niet kunnen maken,” zei hij.
Innovatie kan misgaan
Die gedachte sloot aan bij de plenaire toespraak van staatssecretaris Derk Boswijk. Hij begon met een verhaal uit 1888, toen een dodelijk ongeluk met elektriciteit door de olie- en petroleumindustrie werd aangegrepen om elektrische innovatie als gevaarlijk neer te zetten. Ja, innovatie kan misgaan, zei Boswijk. Maar dat mag geen excuus zijn om te stoppen. “Als het om defensie gaat, is op safe spelen het gevaarlijkste wat je kunt doen.” De oorlog in Oekraïne laat volgens hem zien dat veilig spelen geen optie is: wie achterloopt, verliest.

Derk Boswijk © Igor Vermeer
Boswijk legde de grootste innovatieopgave niet bij een nieuw type drone of tank, maar bij samenwerking. “De grootste innovatie die we moeten realiseren, is nauwere samenwerking tussen kennisinstellingen, scholen, universiteiten en bedrijven.” De overheid moet daarbij leren accepteren dat niet alles vooraf in Excel past. Defensie zal vaker effecten formuleren en het ecosysteem vragen mee te denken over oplossingen. Dat vraagt om vertrouwen, risicoacceptatie en de bereidheid om fouten te maken.
Vraag naar rekenkracht
Freeke Heijman-te Paske, vice president QuIC for Qblox en strategisch adviseur van Holland High Tech, trok de blik vervolgens naar de toekomst van compute. De vraag naar rekenkracht groeit explosief, terwijl energieverbruik en geopolitieke afhankelijkheden toenemen. "Nederland heeft met ASML een uitzonderlijk sterk control point, maar heeft meer van zulke strategische posities nodig in de waardeketen." In advanced semiconductors, kwantum, geïntegreerde fotonica, neuromorphic computing en high-performance computing ziet zij een ecosysteem dat al veel sterker is dan vaak wordt verteld. Uit onderzoek blijkt volgens haar dat er 65 snelgroeiende bedrijven in dit domein actief zijn, goed voor een fors aandeel in het techkapitaal. Maar de bottleneck zit in opschaling: van lab naar fab moet Nederland “step up our game”.
Haar oproep was pragmatisch. Stop met steeds nieuwe structuren te bedenken; breek muren af tussen initiatieven en verbind wat er al is. “We hebben de kabels nodig, we hebben de sensoren nodig, AI, de hele stack”, zei ze. De future of compute is daarmee geen los technologiedossier, maar de digitale ruggengraat van de economie, de industrie en defensie.
Aan het einde van het programma kwam die lijn samen in de presentatie van de SME High-Tech en SME Defence call-projecten, met Esther Kersten namens Holland High Tech en Derk Boswijk namens Defensie werd het belang van het MKB verder benadrukt. Kersten benoemde de rol van MKB-bedrijven als motor van de economie: teams die dagelijks de grenzen verleggen van wat mogelijk en maakbaar is. Boswijk prees de kwaliteit van de voorstellen en zag daarin precies de verbinding die nodig is: het innovatie-ecosysteem koppelen aan de behoeften van Defensie.

Tastbare onderlaag
Zo werd het Networking Event meer dan een jaarlijkse ontmoeting met lunch, innovatiemarkt en diner. De stands met innovatiebrokers, KIEM Hightech-projecten, studententeams, SME Call-projecten en Groeifondsprogramma’s gaven het programma een tastbare onderlaag: dit gaat om bedrijven, consortia en mensen die technologie naar toepassing brengen. De afsluitende netwerkborrel was daarmee geen bijzaak, maar onderdeel van de methode.
De relevantie van de dag zat precies daarin. Nederland heeft strategieën, agenda’s en sterke ecosystemen. Maar de sprekers legden telkens dezelfde lat hoger: versnellen, kiezen, opschalen en durven. Cognitive robotics vraagt om industriële data en systeemintegratie. Future of compute vraagt om nieuwe control points. Defensie vraagt om dual-use innovatie die niet stopt bij R&D, maar doorpakt naar implementatie. Semicon, circulariteit en de Nationale Technologie Strategie vragen om uitvoering.
Holland High Tech positioneerde zich in Den Haag als de plek waar die lijnen bij elkaar komen. Niet omdat één organisatie alle antwoorden heeft, maar omdat niemand ze alleen kan leveren. Of, zoals Stolk en Warmerdam aan het begin al lieten zien: het hightech-ecosysteem staat op een kruispunt. De vraag is niet meer óf Nederland moet versnellen. De vraag is of het lukt om de energie van deze dag om te zetten in productie, samenwerking en strategische slagkracht.

© Igor Vermeer
