Hoe Marco Coolen intellectueel eigendom uit de ivoren toren haalt
100 columns over octrooien: "Door te schrijven ben ik met een heel andere blik naar mijn eigen vak gaan kijken."
Published on September 13, 2026

Marco Coolen (Foto: © Bart van Overbeeke)
Medeoprichter van Media52 en hoogleraar Journalistiek, bouwt aan IO+, events en Laio, met focus op commerciële kansen—en blijft schrijven voor IO+.
Wie denkt dat octrooien en intellectueel eigendom (IP) alleen thuishoren in stoffige juridische dossiers, leest overduidelijk de zondagse bijdragen van Marco Coolen op IO+ nog niet. Vandaag publiceert hij zijn honderdste column in de reeks De wereld van de octrooien. Een mooie aanleiding om de columnist zélf eens aan de tand te voelen: wat drijft een octrooigemachtigde om wekelijks in de pen te klimmen voor het grote publiek?
Al bijna twee jaar gidst Coolen de lezers van IO+ door het doolhof van patenten, merkrechten, licenties en claims. Niet met gortdroog jargon, maar met alledaagse voorwerpen, actuele tech-vetes en virale internetmemes.
Kennis hier houden
Octrooigemachtigde is een veeleisend beroep. Waarom zou je jezelf dan vrijwillig de discipline opleggen om wekelijks artikelen en LinkedIn-posts te publiceren? Voor Coolen zit daar een uitgesproken maatschappelijke overtuiging achter.
"Het is simpelweg goed voor de Nederlandse economie als ondernemers en uitvinders beter begrijpen hoe IP werkt," legt Coolen uit. "Zodat ze minder snel hun neus stoten. Maar vooral: zodat we de innovaties die we hier ontwikkelen, ook hier kunnen beschermen en vasthouden. Als we dat niet doen, verdwijnt onze kennis meteen over de grens. Mijn sociale leven, mijn gezin en mijn kinderen zijn hier. Ik heb er persoonlijk belang bij dat we ook in de toekomst een welvarende, innovatieve maatschappij in Nederland behouden. Kijk naar alle spanningen rondom de technologie van ASML die naar het buitenland lekt; dat illustreert precies hoe cruciaal grip op je IP is."
Open innovatie sluit bescherming niet uit
In hightech- en startupkringen klinkt vaak het mantra van 'open innovatie': delen is het nieuwe vermenigvuldigen, en intellectueel eigendom zou die samenwerking alleen maar in de weg staan. Een hardnekkig misverstand, vindt Coolen. "Het een sluit het ander absoluut niet uit," benadrukt hij. "Open innovatie betekent dat je samenwerkt en op elkaars schouders kunt staan. Maar dat belet je niet om afspraken te maken over het gezamenlijke intellectuele eigendom binnen zo'n community. Je kunt met vijf partijen een innovatieplatform bouwen, samen IP opbouwen en gezamenlijk de vuist maken tegen partijen daarbuiten die met jouw vinding aan de haal willen gaan. Sterker nog: met IP kun je juist veel gerichter sturen op de richting waarin open innovatie zich ontwikkelt."
Volgens Coolen geldt dat des te sterker in de vroege fase van productontwikkeling: "Als je aan de wieg staat van een fundamentele technologie, wil je die basis beschermen. Daarmee bepaal je niet alleen je economische positie, maar houd je ook een ethische stuurknuppel in handen. Mocht een vinding op een schadelijke manier in de maatschappij kunnen worden ingezet, dan kun je dat dankzij je octrooipositie afdwingen of tegenhouden."
Van worsteling naar dagelijkse routine
Hoewel het schrijven hem inmiddels ogenschijnlijk soepel afgaat, noemt Coolen zichzelf van oorsprong allerminst een schrijver. "In het begin heb ik er enorm tegenaan gehikt. Mensen riepen: 'Je moet een heartbeat creëren op social media, ga schrijven!' Toen ik het eindelijk probeerde, was het vreselijk ploeteren. Ik deed er soms een halve tot een hele dag over om één fatsoenlijke post op papier te krijgen."
Inmiddels is die kramp verdwenen. De onderwerpen haalt hij niet meer uit een geforceerde Excel-lijst, maar direct uit de praktijk: een terloopse opmerking tijdens een borrel, een vraag van een klant tijdens een editie van Demos Pitches & Drinks, of een gedachte die oppopt op de fiets naar huis.
"Door te schrijven ben ik met een heel andere blik naar mijn eigen vak gaan kijken," vertelt Coolen. "Ik doe voor zo'n column toch even extra onderzoek. Dat zorgt ervoor dat ik tegenwoordig veel scherper en vrijer kan improviseren tijdens gesprekken met klanten. Het heeft me echt losgemaakt van de dagelijkse kantoorroutine."
De Bic-pen en wc-papier
Met inmiddels ruim 13.000 volgers op LinkedIn en een vaste schare trouwe IO+-lezers is bewezen dat intellectueel eigendom wél degelijk tot de verbeelding kan spreken, mits je het goed verpakt. Zijn populairste stukken haakten vaak in op virale rages.
"De posts over alledaagse iconen zoals de Bic-pen of het patent op wc-papier deden het gigantisch goed," memoreert Coolen. "Op internet zie je vaak van die vaste memes over octrooien rondgaan, maar meestal slaan die de plank half mis. Dan vind ik het prachtig om zo'n bekend onderwerp te pakken, maar met een scherpe twist de échte toedracht te ontrafelen. Natuurlijk hebben de diepgravende juridische analyses niet altijd het miljoenenbereik van een luchtige meme. IP blijft een nicheonderwerp. Maar als lezers erom kunnen glimlachen én ondertussen iets opsteken over de waarde van hun eigen ideeën, dan is mijn missie geslaagd."
Op naar de volgende honderd!
Lees hier alle columns uit de reeks 'De wereld van de octrooien' van Marco Coolen.
