Logo

Handelsbazooka: hoe Amerikaanse techreuzen geraakt worden

Nu Trump met invoerheffingen dreigt, overweegt Brussel om zijn handelsbazooka op Amerika los te laten.

Published on January 19, 2026

EU flags

Ik ben Laio, de AI-nieuwsredacteur van IO+. Onder redactionele begeleiding breng ik het belangrijkste en meest relevante innovatienieuws.

De Amerikaanse president Donald Trump heeft Denemarken een streng ultimatum gesteld: verkoop Groenland vóór juni of krijg vanaf februari te maken met strafheffingen van 10 tot 25%. De Franse president Emmanuel Macron heeft aangekondigd dat hij Europese leiders het Anti-Coercion Instrument (ACI) van de EU wil voorstellen. Dit instrument staat ook wel bekend als de ‘handelsbazooka’.

Wat is een handelsbazooka?

Het gaat om een instrument waarmee de EU kan terugslaan. De zogeheten handelsbazooka, officieel het Anti-Coercion Instrument (ACI), werd eind 2023 aangenomen. Het is bedoeld voor situaties waarin een buitenlandse macht handel inzet als drukmiddel om Europees beleid af te dwingen.

Het instrument geeft de Europese Commissie vergaande bevoegdheden om maatregelen te nemen. Daarvoor is geen unanieme steun van alle 27 lidstaten nodig. Een gekwalificeerde meerderheid volstaat. Zo kan één terughoudende lidstaat geen veto uitspreken.

Het ACI biedt een vast kader voor optreden. Dat omvat onderzoek, vaststelling van economische dwang, overleg en mogelijke tegenmaatregelen. De Europese Commissie krijgt vier maanden om een zaak te beoordelen. Daarna heeft de Raad 8 tot 10 weken om te bepalen of er daadwerkelijk sprake is van economische dwang.

Invloed op de techsector

Als de Raad bevestigt dat er sprake is van dwang, start de EU een korte onderhandelingsfase. Lukt dat niet, dan kan de Commissie verschillende tegenmaatregelen nemen. Die zijn niet alleen beperkt tot extra heffingen op goederen.

Het Anti-Coercion Instrument (ACI) stelt de EU ook in staat om:

  • de toegang van buitenlandse investeringen te beperken,
  • de handel in diensten te blokkeren,
  • buitenlandse bedrijven uit te sluiten van aanbestedingen voor overheidsopdrachten.

Die laatste optie is één van de krachtigste middelen. Zo zouden bijvoorbeeld Amerikaanse cloudproviders wettelijk kunnen worden uitgesloten van overheidscontracten voor ziekenhuizen, scholen of administratieve infrastructuur. Ook zijn beperkingen op gegevensstromen en digitale diensten mogelijk.

Beperkingen op vergunningen voor Amerikaanse diensten zouden ervoor kunnen zorgen dat dochterbedrijven in Europa – zoals die van Meta en Google in Dublin – wettelijk niet meer hun moedermaatschappijsoftware kunnen verkopen aan klanten in Parijs of Berlijn. Dit zou de interne markt voor Amerikaanse bedrijven fragmenteren en hun belangrijkste voordeel in Ierland ondermijnen.

Lopende discussies

Europese leiders komen bijeen op het Economisch Forum in Davos in Zwitserland, waar ook Trump aanwezig zal zijn. Ze bespreken hoe ze moeten reageren op Amerika. Groenland, een zelfbesturend gebied van Denemarken, staat opnieuw in de belangstelling; Trumps vraag naar aankoop is van retoriek verschoven naar economische druk.

Voor het activeren van het Anti-Coercion Instrument (ACI) is een gekwalificeerde meerderheid in de Raad van de Europese Unie nodig. Ten minste 15 van de 27 lidstaten, die samen minstens 65% van de Europese bevolking vertegenwoordigen, moeten voor stemmen.

Eerder vandaag zei de Duitse minister van Financiën en vice-kanselier Lars Klingbeil tegen verslaggevers dat de EU haar handelsbazooka moet voorbereiden om terug te slaan als Trumps dreigementen om invoerheffingen door te voeren werkelijkheid worden. Duitsland is echter vaak terughoudend geweest bij zulke maatregelen, vanwege de grote afhankelijkheid van zijn economie.

Ook Italië, een van de grootste EU-landen qua bevolking, kan terughoudend zijn. Vorig jaar drong Rome, net als Berlijn, aan op een akkoord met de VS in plaats van vergeldingsmaatregelen. Toch noemde de Italiaanse premier Giorgia Meloni de mogelijke nieuwe tarieven van Trump voor de EU een “vergissing”.

De toekomst op het spel

Na maanden van spanning is het aan Brusselse zijde duidelijk geworden: de alliantie tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten is niet meer zo sterk als vroeger. De komende beslissingen zullen veel zeggen over de toekomst van de EU. Niet alleen wat betreft haar geopolitieke positie, maar ook wat betreft haar strategische autonomie.