Logo

“Gezonder oud worden begint met goed meten”

Lifelines bouwt vanuit Noord-Nederland aan een uniek langlopend onderzoekscohort, waarbij ook voor marktpartijen nog onbenutte kansen liggen

Published on January 16, 2026

Lifelines Groningen

© Lifelines Groningen

Medeoprichter van Media52 en hoogleraar Journalistiek, bouwt aan IO+, events en Laio, met focus op commerciële kansen—en blijft schrijven voor IO+.

Hoe kunnen we gezonder oud worden? Waarom blijft de één gezond en wordt een ander ziek in zijn leven? Een belangrijk deel van de vragen kan alleen met wetenschappelijk onderzoek worden beantwoord. En dat is precies waarom Lifelines bestaat: het mogelijk maken van wetenschappelijk onderzoek naar gezonder oud worden. Dit gebeurt door van 167.000 mensen uit Noord-Nederland gegevens en lichaamsmaterialen te verzamelen en deze beschikbaar te stellen aan onderzoekers en beleidsmakers.

Lifelines is een BV zonder winstoogmerk met een eenvoudige maar ambitieuze missie: mogelijk maken dat we gezonder oud worden. Dat doet de organisatie door al sinds 2006 gegevens en lichaamsmateriaal te verzamelen van zo’n 167.000 inwoners van Noord-Nederland en die zorgvuldig en onder voorwaarden beschikbaar te stellen aan onderzoekers en beleidsmakers. “Uiteindelijk willen we impact maken in de vorm van meer gezonde levensjaren voor de populatie,” zegt directeur Debbie van Baarle. “Dat is het hogere doel.”

Lifelines wil daarbij een brug slaan tusen publiek an privaat. “We hebben een publieke opdracht en ondernemende energie. In dat spanningsveld ligt juist onze kracht: we brengen wetenschap en samenleving samen, bouwen partnerschappen en zorgen dat kennis/wetenschap sneller zijn weg naar de praktijk vindt.”

Wat Lifelines uniek maakt

Nederland kent meer cohorten en biobanken - denk daarbij aan de Rotterdam- en Maastrichtstudie of verouderingscohorten in Leiden - maar Lifelines onderscheidt zich door schaal en duur. “We bedienen een grote regio én volgen deelnemers longitudinaal,” zegt Van Baarle. “Elke vijf jaar komen ze op een Lifelines-locatie voor een uitgebreid gezondheidsonderzoek.” Inmiddels draait de vierde onderzoeksronde. Ongeveer de helft van de circa 70 medewerkers is bezig met verzamelen (vragenlijsten, cognitietesten, bloedafname en het beheer van de biobank), de andere helft met het beschikbaar stellen van data en samples. “We analyseren niet zelf,” benadrukt de directeur. “Wel zorgen we dat onderzoekers maximale waarde uit de data kunnen halen, bijvoorbeeld met datakoppelingen, ondersteuning bij extra vragenlijsten of de uitvoering van aanvullende metingen.”

Van data naar besluitvorming

De kracht van Lifelines blijkt wanneer lange-termijngegevens kunnen worden gekoppeld aan actuele vragen. Onderzoekers vonden op die manier bijvoorbeeld een relatie tussen BMI en de dichtheid van fastfoodketens in de buurt. Dat is informatie waar lokale beleidsmakers iets mee kunnen: van vergunningbeleid tot gezondheidsinterventies.

Tijdens de coronapandemie bleek de maatschappelijke waarde nog directer. Van Baarle: “We hadden al vijftien jaar data en voegden daar actuele vragenlijsten aan toe. Daaruit bleek dat vooral lagere sociaaleconomische groepen hard geraakt werden door sluitingen, onder meer omdat ze minder gingen bewegen. Zulke inzichten hielpen mee om sportscholen eerder te heropenen.”

Deelnemers betrekken én behouden

Een langlopend cohort vraagt blijvende aandacht voor representativiteit. “Het is niet makkelijk om mensen twintig jaar betrokken te houden,” zegt Van Baarle. “Bepaalde groepen haken sneller af: minder mobiele mensen, of mensen met een lagere sociaaleconomische status. Die wil je juist behouden.” Daarom werkt Lifelines met persoonlijke opvolging: brieven, telefoontjes, en steeds vaker gerichte communicatie. “We ontwikkelen ook een app waarmee we deelnemers meer kunnen teruggeven, van uitslagen tot persoonlijke tips. Dat kan een belangrijke motivatie zijn om mee te blijven doen: mensen willen weten hoe het met hun gezondheid gaat én wat ze ermee kunnen.”

Publiek geld én ondernemend denken

Lifelines wordt gefinancierd door aandeelhouders UMCG en RUG en met grote subsidies, momenteel vooral van VWS. Maar alleen op publiek geld leunen is risicovol. Bovendien neemt de bijdrage van VWS af terwijl de interne kosten toenemen. Er zijn dus nieuwe bronnen nodig. Het doel is een gezonde balans: publieke financiering waar dat nodig is, aangevuld met partnerschappen die de onafhankelijkheid én maatschappelijke waarde versterken. “Onderzoekers betalen nu al een bijdrage voor data of samples; we verkennen daarnaast samenwerkingen met bijvoorbeeld biotech en farma, maar altijd binnen duidelijke maatschappelijke kaders”, zegt Van Baarle. “We hanteren als toets: draagt het bij aan meer gezonde levensjaren, en vloeit kennis terug in onze database? Als het antwoord ‘nee’ of ‘grijs’ is, doen we het in principe niet. We werken los daarvan ook aan een set standaardrandvoorwaarden zodat dit naar de markt toe helder is.”

Dat is precies ook waar de Investerings- en Ontwikkelingsmaatschappij voor Noord-Nederland (NOM) in beeld komt. “We zijn al vanaf de start een groot fan van Lifelines, maar onze betrokkenheid is de afgelopen tijd nog concreter geworden”, legt projectmanager Gerard Lenstra uit. Dat wordt onder meer zichtbaar in de aanstelling van een ‘dealmaker’: iemand die samenwerkingen met industriële en andere externe partners gaat verkennen. “Lifelines is een geweldige activiteit waarmee we als Noord-Nederland echt onderscheidend zijn. Met een sterkere lijn richting markt kunnen we dat fundament alleen maar verder verstevigen, zowel om de database nog beter te benutten als om hiermee een extra financiële bron voor Lifelines te creëren.”

Gerard Lenstra, Lifelines

Gerard Lenstra, Lifelines

De dealmaker, die in elk geval voor een jaar door de NOM betaald wordt, kan er volgens Lenstra voor zorgen dat een concrete behoefte bij de industrie (farma en food op de eerste plaats) ingevuld wordt, zonder dat dat de positie van Lifelines in gevaar brengt. “Deze marktpartijen zijn de ontbrekende schakel in de keten tussen fundamenteel onderzoek en de individuele burger. We kunnen daarmee de impact van Lifelines verder versterken. Vanzelfsprekend blijft dit allemaal gebeuren volgens transparante en verantwoorde afspraken die we hebben met de deelnemers. Sterker nog, ik ben zelf ook deelnemer en zou het óók uit eigenbelang alleen maar toejuichen als de resultaten straks nog meer effect gaan hebben.”

Technologie als versneller

De toekomst is vaker en slimmer meten. Wearables en ‘swallowables’ bieden enorme kansen voor continue monitoring. Een eerste stap is al gezet met een grote beweegstudie samen met het Radboud UMC in Nijmegen, waarbij deelnemers gedurende een week een kleine beweegmeter op het bovenbeen dragen. “Dat levert een week aan continue data op in plaats van een ingevulde vragenlijst,” aldus Van Baarle. 

Hoewel de focus op Noord-Nederland ligt, werkt Lifelines regelmatig samen met partijen elders in het land. Nationale afstemming en harmonisatie tussen cohorten staat hoog op de agenda. Cruciaal blijft dat het netwerk werkt, met RIVM en GGD’s voor publieke gezondheid, met academische groepen voor wetenschap, en met bedrijven voor vertaling naar toepassingen. “Onderzoekspublicaties zijn stap één; echte impact vraagt doorvertaling naar praktijk en beleid,” zegt Van Baarle.

Oproep aan ondernemers

Voor de buitenwereld heeft Lifelines een heldere boodschap: “We zoeken samenwerking en verkennen nieuwe markten. Organisaties die met onze unieke combinatie van schaal, duur en diepte waarde kunnen creëren - van preventieve zorg tot datagedreven beleid - nodig ik uit om contact op te nemen. Lifelines is er om wetenschap en samenleving dichter bij elkaar te brengen.”

Deelname aan Lifelines wordt niet financieel beloond; deelnemers ontvangen hun uitslagen en een feitelijke ‘health check’. Die wederkerigheid - meten, teruggeven, verbeteren - maakt het programma tot wat het is: een motor achter gezonder oud worden.