Logo

‘Geen wonen zonder werken’: zware focus op woningbouw is risico

Tijdens een sessie op Brainport Industries Campus pleitte Cees-Jan Pen voor meer balans tussen nieuwe woningen en ruimte voor economie.

Published on March 13, 2026

Cees-Jan Pen op Brainport Industries Campus © Bram Saeys

Cees-Jan Pen op Brainport Industries Campus © Bram Saeys

Medeoprichter van Media52 en hoogleraar Journalistiek, bouwt aan IO+, events en Laio, met focus op commerciële kansen—en blijft schrijven voor IO+.

De snelle groei van Brainport Eindhoven leidt tot een steeds urgenter ruimtelijk vraagstuk: waar moeten al die nieuwe bewoners straks werken? Volgens lector duurzame stedelijke transformatie Cees‑Jan Pen dreigt het debat over de regio te eenzijdig te draaien om woningbouw, terwijl ruimte voor bedrijvigheid onder druk staat.

Tijdens een ondernemersontbijt op Brainport Industries Campus stelde Pen dat de discussie over de toekomst van de regio te vaak wordt teruggebracht tot aantallen nieuwe woningen. “Wonen kan niet zonder werken,” benadrukte hij. Het bouwen van huizen zonder tegelijkertijd voldoende ruimte voor economische activiteiten te reserveren, leidt volgens hem uiteindelijk tot structurele problemen.

Groei vraagt om ruimtelijke keuzes

De Brainportregio staat voor een enorme schaalsprong. De ambitie om honderdduizenden extra inwoners en werknemers te huisvesten vraagt om nieuwe woningen, infrastructuur en voorzieningen. Maar volgens Pen moet die groei ook worden vertaald naar ruimte voor bedrijven, werkplekken en productie.

Het publieke debat gaat volgens Pen vooral over “honderden of liefst duizenden woningen bouwen”. Tegelijk stelt hij een simpele vraag: waar gaan de bewoners van al die nieuwe woningen werken?

Volgens Pen blijft het daar vaak opvallend stil over.

Dat probleem ziet hij niet alleen in Brainport, maar in heel Nederland. De woningnood domineert het politieke debat, terwijl de beschikbaarheid van bedrijfsruimte steeds minder aandacht krijgt. Die scheve verhouding kan volgens hem uiteindelijk leiden tot economische knelpunten en een overbelast mobiliteitssysteem.

Wonen en werken beter integreren

Pen verwijst naar recente ruimtelijke studies over de zogenoemde “netwerkstad” en “nevelstad”. Die onderzoeken benadrukken volgens hem dat wonen en werken veel sterker geïntegreerd moeten worden in regionale planning. Gebeurt dat niet, dan dreigt een mobiliteitsinfarct doordat grote aantallen bewoners dagelijks naar andere regio’s moeten reizen voor werk.

De kern van zijn boodschap is dat economische ontwikkeling en woningbouw altijd samen moeten worden gepland. Eerst bepalen waar de economie zich ontwikkelt en waar werkgelegenheid ontstaat, en pas daarna grootschalige woningbouw daar logisch omheen organiseren.

Brainport-Oost als onderdeel van de oplossing

Voor de Brainportregio zelf ziet Pen concrete opties. Zo pleitte hij opnieuw voor het ontwikkelen van een nieuw werkgebied, vaak aangeduid als Brainport-Oost. Zo’n locatie zou volgens hem ruimte kunnen bieden aan bedrijven die nu moeilijk kunnen uitbreiden.

Maar hij benadrukt dat nieuwe terreinen slechts een deel van het antwoord zijn. De grootste winst ligt volgens hem in het beter benutten van bestaande bedrijventerreinen. Veel van die locaties zijn economisch cruciaal, maar kampen met veroudering, versnippering of inefficiënt ruimtegebruik.

Daarom pleit Pen voor meer investeringen in herstructurering, verduurzaming en intensiever gebruik van bestaande werklocaties. Een groot deel van het nationale inkomen wordt immers juist op zulke terreinen verdiend, terwijl beleid en investeringen zich vaak op woningbouw richten.

Van woningbouwpolitiek naar ruimtelijk-economische strategie

De waarschuwing van Pen past in een bredere discussie over de grenzen van groei in Brainport. De regio geldt als een economische motor van Nederland, maar die groei zet druk op ruimte, infrastructuur en leefbaarheid.

Volgens Pen vraagt dat om een andere manier van denken. Niet langer woningbouw als op zichzelf staande politieke scorekaart, maar een integrale ruimtelijk-economische strategie waarin wonen, werken en mobiliteit samen worden ontworpen.

Of zoals hij het zelf samenvatte: de uitdaging is niet alleen hoeveel huizen er worden gebouwd, maar hoe de regio ervoor zorgt dat de mensen die er straks wonen ook dichtbij kunnen werken. Zonder die balans, waarschuwt hij, dreigt de economische kracht van Brainport uiteindelijk het slachtoffer te worden van zijn eigen succes.