Europa hoeft de AI-race niet te verliezen, maar moet keuzes maken
Soevereiniteit gaat over balans, zo klinkt het bij event van AI Innovation Center: “het vermogen om vorm te geven aan wat uniek van jou is.”
Published on May 22, 2026

Bernardo Kastrup / Euclyd, Bram Verhoef / Axelera AI, Ralf Zoetekouw / Datacation © Floris van Bergen
Medeoprichter van Media52 en hoogleraar Journalistiek, bouwt aan IO+, events en Laio, met focus op commerciële kansen—en blijft schrijven voor IO+.
Op uitnodiging van het AI Innovation Center op de High Tech Campus in Eindhoven stelden oprichters van Euclyd, Axelera AI en Datacation dat AI-soevereiniteit geen abstract Brussels concept is. Het gaat over chips, datacenters, toepassingen, klanten, investeerders en de moed om een volledige Europese stack te bouwen.
In het Conference Center van de High Tech Campus ging de discussie over Europa’s rol in kunstmatige intelligentie al snel verder dan vertrouwde slogans. Niemand op het podium stelde dat “AI-soevereiniteit” zou moeten betekenen: isolatie, protectionisme of alles alleen bouwen. Maar de boodschap van Bernardo Kastrup van Euclyd, Bram Verhoef van Axelera AI en Ralf Zoetekouw van Datacation was onmiskenbaar: Europa kan niet slechts een gebruiker blijven van andermans modellen, chips, clouds en platforms. Als AI een strategische infrastructuur wordt, moet Europa beslissen welke delen van die infrastructuur het zelf wil controleren.
Een volledige AI-stack
Moderator Irene Rompa plaatste de middag in het teken van één centrale vraag: hoe kan Europa zijn eigen volledige AI-stack bouwen en controleren? De drie antwoorden vormden samen een gelaagd beeld. Kastrup keek naar het datacenter en de hardware die nodig is om geavanceerde modellen te trainen en te draaien. Verhoef verbreedde het perspectief van silicium naar systemen, met aandacht voor defensie, robotica en datacenters. Zoetekouw bracht de discussie terug naar bedrijven en organisaties: soevereiniteit, stelde hij, wordt pas betekenisvol wanneer AI verbonden is met wat een organisatie uniek maakt.
Kastrup, medeoprichter van Euclyd, beschreef het moment dat hem ervan overtuigde dat AI “de meest ingrijpende technologie is die de mensheid ooit heeft ontwikkeld”. Hij had een model de schema’s van een televisie uit de jaren zeventig gegeven en gevraagd om uit te leggen wat er te zien was. “I was floored”, zei hij, omdat het systeem een pdf van slechte kwaliteit kon lezen en de versterker, de tuner en andere componenten kon identificeren.
Maar toen hij naar Europa keek, zag hij dat de meeste activiteit plaatsvond aan de edge, terwijl “de echte doorbraken” volgens hem in het datacenter zouden plaatsvinden. “We hebben de vaardigheden, we hebben de capaciteiten in Europa, we hebben de mensen. Eerlijk gezegd hebben we ook het geld.”
Bernardo Kastrup / Euclyd © Floris van Bergen
Het antwoord van Euclyd is het ontwikkelen van technologie die GPU’s in datacenters kan vervangen. Kastrup was scherp over de huidige basis van AI-computing: “GPU is video game hardware. Dat is wat we vandaag gebruiken om neurale netwerken te draaien.” Het was handig dat het beschikbaar was toen AI explodeerde, zei hij, maar het was niet vanaf de grond af ontworpen voor de manier waarop neurale netwerken werken. Euclyd bouwt daarom systems on silicon en systems-in-package om AI-workloads te draaien met hogere efficiëntie, lager energiegebruik en lagere kosten. Het oorspronkelijke plan was om in 2026 een eerste chip te bouwen en rond 2028 de markt te betreden. In plaats daarvan tape-outte het bedrijf vorig jaar al een chip, in zes maanden, zonder ARM, RISC-V of externe communicatie-IP te gebruiken. “Als ik daaraan terugdenk, denk ik dat we gek waren om dat te doen”, zei Kastrup.
Zijn bredere punt was niet alleen technologisch, maar ook cultureel. Europa, stelde hij, gaat er te vaak van uit dat het de hardwarerace al heeft verloren en zich daarom beter op iets anders kan richten. Dat is volgens hem “niet gerechtvaardigd door enig bewijs”. Zijn advies aan de zaal was eenvoudig: “Denk groter. Stop met klein denken, stop met denken in termen van wat we niet kunnen en waarvoor het te laat is.”
Afhankelijkheid
Verhoef, medeoprichter van Axelera AI, benaderde soevereiniteit vanuit een andere hoek. Hij begon met de beroemde wetten van de robotica en liet zien hoe gemakkelijk de waarden die in een AI-systeem zijn ingebed, kunnen verschuiven door het woord “mensheid” te vervangen door de naam van een land of groep. Daarmee, betoogde hij, worden AI-modellen een kwestie van soevereiniteit. Europa is momenteel afhankelijk van buitenlandse grote taalmodellen, buitenlandse chipproductie en buitenlandse AI-systemen. Hij wees op de dominantie van TSMC in geavanceerde chipproductie en op NVIDIA-gebaseerde servers die veel van ’s werelds AI-fabrieken aandrijven. “Als er iets gebeurt met TSMC, zitten we in grote problemen”, zei hij. “Zeker hier in Europa.”
Bram Verhoef / Axelera AI
Voor Verhoef is soevereiniteit het belangrijkst in drie verticale domeinen: defensie, robotica en datacenters. De vereisten verschillen sterk. Interceptordrones hebben goedkope en energie-efficiënte AI nodig; robotica, inclusief automotive en industriële systemen, vraagt om controle over toeleveringsketens; datacenters vragen om hoge prestaties om miljarden modelverzoeken te bedienen. Axelera AI probeert dat spectrum te bestrijken met een platform dat hardware en software combineert. De huidige Metis-chip richt zich op computer vision-toepassingen zoals slimme camera’s, retail, beveiliging en drones. De komende Europa-chip is meer gericht op generatieve AI en robotica, terwijl Titania wordt ontwikkeld voor datacenterprestaties.
Het belangrijkste, benadrukte Verhoef, is dat Europa kan concurreren. Axelera heeft zijn eigen technologie ontwikkeld door geheugen en verwerking dichter bij elkaar te brengen, waardoor de kostbare en energie-intensieve verplaatsing van data tussen gescheiden geheugen- en processoreenheden wordt verminderd. “Dit laat echt zien dat we dit in Europa kunnen doen”, zei hij, verwijzend naar meer dan 500 klanten en een platform dat chips, M.2-kaarten, PCIe-kaarten, single-board computers, systemen met partners als Dell en Lenovo, en een open-source SDK omvat.
Wat een organisatie uniek maakt
Zoetekouw, oprichter en CEO van Datacation, verplaatste het debat vervolgens van de basis van AI naar het gebruik ervan binnen organisaties. Hij opende met een verhaal over een bedrijf dat weigerde een computer vision-model in zijn eigen Microsoft Azure-omgeving te implementeren, omdat de beelden “veel te belangrijk” waren om in de cloud op te slaan. Na verder doorvragen ontdekte Zoetekouw dat diezelfde beelden al tien jaar in Microsoft SharePoint stonden. Voor hem was de les dat AI-soevereiniteit zelden zwart-wit is. “Het is niet altijd Europees of niet-Europees, open of gesloten, on-premise of in de cloud.”
Zijn centrale boodschap was dat organisaties niet alleen moeten vragen of zij AI consumeren, maar of zij AI vormgeven rond hun eigen intelligentie. “AI wordt strategisch het meest waardevol wanneer het echt verbonden is met wat uniek van jou is”, zei hij: data, domeinkennis, processen en eigen expertise. Hij illustreerde dit met voorbeelden van KLM Catering Services, waar AI helpt voorspellen hoeveel eten en drinken op vluchten nodig is, en Van der Valk + De Groot, waar computer vision wordt gebruikt om defecten te detecteren in beelden van rioolinspecties. In dat laatste geval werden meer dan twintig jaar gelabelde riooldata de basis voor een oplossing die handmatig inspectiewerk kan verminderen en nieuwe adviesdiensten voor gemeenten kan openen.
Een ondernemersvraagstuk
De paneldiscussie maakte duidelijk dat soevereiniteit ook een ondernemersvraagstuk is. Verhoef herinnerde zich de vroege onzekerheid bij Axelera: zelfs met een sterk eerste product vonden klanten het aanvankelijk te riskant om een nieuwe chip te adopteren. Het bedrijf had één eerste klant nodig die bereid was de sprong te wagen. Kastrup beschreef Euclyds snelle chip-tape-out als “downright bonkers”, maar ook als doorslaggevend, omdat het bewijs, vertrouwen en een roadmap opleverde. Zoetekouw zei dat Datacation de markt eerst moest opvoeden voordat ChatGPT AI tot een onderwerp in de bestuurskamer maakte.
Ralf Zoetekouw / Datacation © Floris van Bergen
Alle drie de sprekers gingen ook in op de risicomijdende cultuur in Europa. Verhoef stelde dat innovatie vóór regulering moet komen: regels zijn noodzakelijk, maar niet als eerste reflex. Zoetekouw zei dat hij in Denver en Dubai organisaties zag die veel meer bereid waren AI te adopteren, terwijl mensen in Nederland vaak banger zijn. Kastrup bracht nuance aan: Europese klanten zijn misschien trager en minder agressief, maar zodra vertrouwen is opgebouwd, kunnen ze ook loyaler zijn.
Irene Rompa, Bernardo Kastrup / Euclyd, Bram Verhoef / Axelera AI, Ralf Zoetekouw / Datacation © Floris van Bergen
Nabijheid
Misschien kwam het meest Eindhovense moment toen het panel sprak over nabijheid. Axelera’s CEO noemt de High Tech Campus “de slimste vierkante kilometer van Nederland”, zei Verhoef. Kastrup, wiens bedrijf “aan de overkant van het meer” zit, voegde daaraan toe dat de campusinfrastructuur helpt bij werving, klantonboarding en zelfs bij fysieke beveiliging. In één geval, zei hij, werd de security-onboarding van een klant in drie dagen afgerond, inclusief een weekend, vooral omdat de campus de noodzakelijke infrastructuur al had.
De middag eindigde niet met één definitie van AI-soevereiniteit. In plaats daarvan bood zij een stack van verantwoordelijkheden. Europa heeft hardware-ambitie nodig, maar niet alleen hardware. Het heeft modellen, chips, servers, energie, koeling, toepassingen, klanten, kapitaal en snelheid nodig. Het heeft ook organisaties nodig die begrijpen wat werkelijk van henzelf is. Zoals Zoetekouw het aan het einde van zijn verhaal formuleerde: soevereiniteit gaat over balans: “het vermogen om te begrijpen, te beschermen en vorm te geven aan wat uniek van jou is.”
