Logo

Europa heeft 10% van de chipmarkt maar in Nederland zit het geld

Volgens Stefano Goeptar (Hezelburcht) heeft Nederland sterke posities in de delen van de chipketen waar de winstmarges het hoogst zijn.

Published on August 14, 2026

© ASML

© ASML

Medeoprichter van Media52 en hoogleraar Journalistiek, bouwt aan IO+, events en Laio, met focus op commerciële kansen—en blijft schrijven voor IO+.

Europa loopt ver achter op zijn ambitie om in 2030 twintig procent van de wereldwijde chipproductie voor zijn rekening te nemen. Maar wie alleen naar marktaandeel kijkt, mist volgens een analyse van Stefano Goeptar van Hezelburcht een belangrijk deel van het verhaal. Juist Nederland heeft uitzonderlijk sterke posities in de delen van de chipketen waar de winstmarges het hoogst zijn.

Dit artikel is gebaseerd op een marktanalyse van Stefano Goeptar, consultant bij Hezelburcht, gepubliceerd op 11 augustus 2026. De berekeningen van marktsegmenten en winstpools in dit artikel zijn afkomstig uit zijn analyse.

Watt Matters in AI 2026

De Europese chipindustrie heeft een probleem. Tenminste, wanneer je haar afrekent op het criterium dat Brussel zelf heeft gekozen. Europa was in 2024 goed voor ongeveer tien procent van de wereldwijde halfgeleidermarkt. Dat is ver verwijderd van de twintig procent die de Europese Unie in 2030 voor ogen heeft. De Europese Rekenkamer concludeerde vorig jaar al dat het zeer onwaarschijnlijk is dat die doelstelling wordt gehaald.

Dat klinkt als een weinig opbeurend verhaal over de Europese chipindustrie. Maar volgens Stefano Goeptar wordt daarmee naar de verkeerde cijfers gekeken. “De fout zit in de meetlat,” schrijft hij in zijn analyse voor subsidieadviesbureau Hezelburcht.

Want de halfgeleiderindustrie is geen homogene markt. Achter dat ene percentage gaan tientallen zeer verschillende technologieën en bedrijfsmodellen schuil. En zodra die afzonderlijk worden bekeken, verandert het beeld ingrijpend. Nederland blijkt dan niet zozeer een grote chipproducent, maar vooral eigenaar van enkele van de meest waardevolle schakels in de mondiale chipmachine.

Geen chips, maar de machines waarmee chips worden gemaakt

Het bekendste voorbeeld staat in Veldhoven. ASML heeft een unieke positie in EUV-lithografie, de technologie waarmee de fijnste patronen op de meest geavanceerde chips worden aangebracht. Zonder EUV-machines kunnen bedrijven als TSMC, Samsung en Intel hun modernste processoren niet produceren.

Daarmee heeft Europa in dit specifieke segment feitelijk 100% van de wereldmarkt in handen. Dat aandeel zit volledig bij één Nederlands bedrijf. Ook in de bredere markt voor lithografie, inclusief de oudere DUV-technologie, is ASML verreweg de belangrijkste speler.

Die positie vertaalt zich in enorme economische waarde. ASML boekte in 2025 een omzet van € 32,7 miljard en een brutomarge van 52,8 procent. Het bedrijf verkocht dat jaar 48 EUV-systemen en 279 nieuwe DUV-systemen.

Maar ASML staat niet alleen. ASM International heeft vanuit Nederland een leidende positie in atomic layer deposition, of ALD: een techniek waarmee extreem dunne materiaallagen atoomlaag voor atoomlaag op chips worden aangebracht. ASM rapporteerde onlangs zelf een wereldwijd marktaandeel van meer dan 55 procent in ALD.

En Besi uit Duiven behoort tot de belangrijkste leveranciers van apparatuur voor advanced packaging. Daarbij worden verschillende chips steeds verfijnder met elkaar verbonden. Vooral hybrid bonding wordt steeds belangrijker nu de prestaties van AI-systemen niet langer alleen afhankelijk zijn van één steeds kleinere transistor, maar ook van de manier waarop verschillende soorten chips en geheugens worden gecombineerd. Besi ziet die markt zelf als een belangrijke toekomstige groeimotor.

Het Nederlandse succes zit daarmee opvallend vaak niet in de chip zelf, maar in de apparatuur waarmee anderen chips kunnen produceren.

Daar zitten ook de marges

En precies daar wordt volgens Goeptar een belangrijk verschil zichtbaar. Op basis van zijn analyse bedroeg de totale operationele winstpool van de Europese halfgeleidersector in 2024 ongeveer € 21,2 miljard. Meer dan de helft daarvan kwam terecht bij producenten van chipapparatuur, zoals ASML, ASM International, Besi en het Duitse AIXTRON.

Samen zijn die bedrijven volgens zijn berekeningen verantwoordelijk voor ongeveer 34 procent van de Europese semiconductoromzet, maar voor 54 procent van de operationele winst. Gemiddeld liggen de EBIT-marges in dit segment rond de dertig procent.

Bij chipfabrieken ziet het beeld er heel anders uit. Front-end manufacturing – de daadwerkelijke productie van wafers – vertegenwoordigt in Goeptars analyse ongeveer zestien procent van de Europese omzet, maar slechts zeven procent van de winstpool. De gemiddelde operationele marge ligt er rond acht procent.

Daarmee ontstaat een interessante paradox. Europa investeert via de Chips Act miljarden in nieuwe chipfabrieken om zijn aandeel in de mondiale productie te vergroten. Maar een aanzienlijk deel van de economische waarde wordt juist verdiend door bedrijven die de machines en gespecialiseerde technologie voor die fabrieken leveren. Of zoals Goeptar het samenvat: “Driekwart van Europa’s halfgeleiderwinst zit in een kwart van de keten.” En een opmerkelijk groot deel van dat kwart bevindt zich in Nederland.

De Nederlandse chipindustrie is groter dan haar omzet doet vermoeden

Dat maakt ook duidelijk waarom nationale marktaandelen soms misleidend zijn. De vijf grote Nederlandse semiconductorbedrijven (ASML, NXP, ASM International, Nexperia en Besi) waren volgens Goeptars berekening in 2024 samen goed voor ruim € 45 miljard omzet. Binnen die groep springen vooral ASML, ASM en Besi eruit door hun hoge marges en sterke technologische posities.

© Hezelburcht

© Hezelburcht

Die bedrijven profiteren van iets wat moeilijk met geld alleen valt te kopiëren: tientallen jaren opgebouwde kennis. Lithografiesystemen bestaan uit duizenden extreem nauwkeurige onderdelen en technologieën. ALD vereist diepgaande kennis van chemische processen op atoomniveau. Advanced packaging vraagt om steeds grotere precisie bij het verbinden van chips.

Daardoor ontstaan hoge toetredingsdrempels. Een concurrent kan niet simpelweg een fabriek neerzetten en een paar jaar later op hetzelfde niveau produceren.

De kracht van het Nederlandse ecosysteem bestaat bovendien niet alleen uit deze grote bedrijven. Daaromheen bevindt zich een uitgebreid netwerk van gespecialiseerde leveranciers in onder meer mechatronica, optica, vacuümtechnologie, metrologie, precisieonderdelen en software.

Juist die combinatie maakt Brainport Eindhoven tot veel meer dan de vestigingsplaats van ASML.

Europa kan niet zonder chipfabrieken

Dat betekent overigens niet dat Europa moet stoppen met het bouwen van semiconductor-fabrieken.

De coronapandemie en de geopolitieke spanningen rond Taiwan en China hebben duidelijk gemaakt hoe kwetsbaar mondiale toeleveringsketens kunnen zijn. Productiecapaciteit op Europese bodem heeft daarom een strategische waarde die niet volledig kan worden uitgedrukt in winstmarges.

Ook de Europese Rekenkamer onderschrijft de strategische doelstellingen achter de Chips Act, maar waarschuwde dat de beschikbare investeringen en instrumenten onvoldoende zijn om het beoogde wereldmarktaandeel van 20 procent in 2030 te realiseren.

De analyse van Goeptar stelt daarom vooral een andere vraag: moet Europa succes eigenlijk wel primair afmeten aan het percentage chips dat hier wordt geproduceerd? Als Europese bedrijven onmisbare technologie leveren voor chipfabrieken over de hele wereld, kan een relatief klein aandeel in de totale omzet samengaan met buitengewoon veel economische en strategische invloed.

De volgende kans: packaging en fotonica

Dat perspectief is ook relevant voor de volgende generatie semiconductorbedrijven. Goeptar wijst bijvoorbeeld op advanced packaging als een markt die mogelijk aan het begin staat van een veel grotere groeifase. De industrie kan prestaties steeds minder uitsluitend verhogen door transistoren kleiner te maken. Daardoor groeit het belang van chiplets, 3D-integratie en nieuwe verbindingstechnieken zoals hybrid bonding.

Besi bevindt zich precies in die ontwikkeling. De orderinstroom van het bedrijf trok eind 2025 sterk aan en het bedrijf wijst zelf op nieuwe investeringen voor onder meer 2.5D-datacentertoepassingen en hybrid bonding.

Een tweede gebied is fotonica. Nederland heeft met Eindhoven en Twente een van de meest ontwikkelde ecosystemen voor geïntegreerde fotonische chips in Europa. De vraag is of daar uiteindelijk een vergelijkbare gespecialiseerde positie kan ontstaan als Nederland eerder in lithografie, ALD en packaging wist op te bouwen.

Het interessante aan zulke markten is dat ze aanvankelijk klein kunnen lijken. ASML's EUV-technologie was jarenlang vooral een extreem dure belofte. Inmiddels is ze onmisbaar voor de meest geavanceerde chips ter wereld.

Niet groter, maar moeilijker vervangbaar

Daarmee komt Goeptars analyse uiteindelijk neer op een andere manier om naar industriepolitiek te kijken.

Europa hoeft niet noodzakelijkerwijs in elk deel van de chipketen twintig procent van de wereldmarkt te veroveren. Het kan economisch en geopolitiek minstens zo waardevol zijn, omdat het in enkele cruciale onderdelen moeilijk te vervangen is.

Nederland laat zien hoe het eruit kan zien. Het land produceert nauwelijks de geavanceerde processoren en geheugenchips die de huidige AI-boom aanjagen. Maar Nederlandse bedrijven leveren wel een deel van de meest complexe apparatuur waarmee die chips worden vervaardigd, opgebouwd en verder ontwikkeld.

Daarmee is het Nederlandse aandeel in de mondiale semiconductoromzet volgens Goeptar een slechte maat voor de werkelijke betekenis ervan.