Logo

EU-regels knellen voor startups, minister wil actie

Nederland en zeven EU-landen eisen soepelere regels voor startups als 'Onderneming in Moeilijkheden', om Europese innovatie te redden.

Published on May 31, 2026

Europese Commissie

© Ministerie van Economische Zaken

Team IO+ selecteert en brengt de belangrijkste nieuwsverhalen over innovatie en technologie, zorgvuldig samengesteld door onze redactie.

Europa wil vooroplopen in de wereldwijde technologische strijd. Toch remmen de eigen Europese regels op dit moment innovatieve startups en scale-ups af. Minister van Economische Zaken en Klimaat, Heleen Herbert, trekt nu samen met zeven andere Europese lidstaten aan de bel 🔗. De coalitie heeft een officieel voorstel ingediend bij de Europese Commissie in Brussel. Het doel van dit initiatief is om de definitie van een 'Onderneming in Moeilijkheden' (OIM) grondig te herzien.

Deze definitie is oorspronkelijk bedoeld om oneerlijke staatssteun aan niet-levensvatbare bedrijven te voorkomen 🔗. In de praktijk pakt de regelgeving echter volledig verkeerd uit voor jonge, snelgroeiende technologiebedrijven. Zij lopen hierdoor cruciale subsidies, leningen en overheidsgaranties mis 🔗. Dit belemmert niet alleen de groei van individuele bedrijven, maar schaadt ook de economische positie van heel Europa. De ministers eisen daarom snelle actie om deze bureaucratische weeffout te herstellen.

De weeffout in de Europese regels

De kern van het probleem ligt bij de strikte criteria van de zogeheten OIM-definitie 🔗. Deze definitie bepaalt of een bedrijf financieel gezond genoeg is om overheidssteun te ontvangen 🔗. De Europese Unie wil hiermee voorkomen dat overheden zwakke bedrijven kunstmatig in leven houden 🔗. Dit principe is logisch voor traditionele sectoren. Het sluit echter niet aan bij de realiteit van de moderne techsector. Innovatieve startups hebben in hun beginjaren namelijk een unieke financiële structuur 🔗. Zij investeren eerst miljoenen euro's in onderzoek en productontwikkeling. Pas daarna maken zij winst. De huidige Europese regels zien deze financieringsvormen niet als volwaardig eigen vermogen. Hierdoor krijgen gezonde en kansrijke groeibedrijven onterecht het stempel 'onderneming in moeilijkheden'. Het directe gevolg is dat zij worden uitgesloten van essentiële publieke financiering 🔗. Dit remt hun groei op het moment dat zij dit juist het hardst nodig hebben.

Waarom startups onterecht buiten de boot vallen

De huidige boekhoudkundige benadering kijkt puur naar de verhouding tussen het aandelenkapitaal en het eigen vermogen. Bij veel veelbelovende scale-ups is deze verhouding op papier scheef. Dit komt doordat zij gebruikmaken van zogeheten quasi-eigen vermogen en converteerbare leningen. Dit zijn flexibele instrumenten die pas in een later stadium worden omgezet in aandelen. De Europese regels negeren deze moderne financieringsvormen echter volledig. Hierdoor vallen deze vitale bedrijven direct onder de uitsluitingscriteria voor staatssteun. Minister Heleen Herbert benadrukt dat deze bedrijven in de praktijk kerngezond en zeer levensvatbaar zijn. Zij hebben vaak miljoenen aan privaat kapitaal toegezegd gekregen. Toch blokkeert de Europese regelgeving aanvullende publieke steun. Deze steun is juist hard nodig voor verdere opschaling. Dit creëert een ongelijk speelveld met concurrenten in de Verenigde Staten en Azië. Daar gelden dit soort rigide boekhoudkundige definities niet voor jonge technologiebedrijven. De Europese regels werken zo onbedoeld als een rem op de eigen innovatiekracht.

Een coalitie voor Europese vernieuwing

Nederland staat niet alleen in deze strijd voor betere regelgeving. Minister Herbert heeft een sterke coalitie gevormd met zeven andere invloedrijke EU-lidstaten 🔗. Duitsland, Letland, Luxemburg, Polen, Slowakije, Spanje en Tsjechië hebben zich achter het Nederlandse initiatief geschaard. Samen hebben deze acht landen een zogeheten 'non-paper' ingediend bij de Europese Commissie. Dit gebeurde afgelopen week tijdens de Raad voor Concurrentievermogen in Brussel 🔗.

Het gezamenlijke optreden van deze diverse groep landen geeft een krachtig signaal af aan de Europese Commissie. Het laat zien dat het probleem in heel Europa breed gedragen wordt. Zowel grote economieën als snelgroeiende digitale toplocaties lopen tegen dezelfde barrières aan. De coalitie eist dat de Commissie niet langer met tijdelijke uitzonderingen werkt. Er is behoefte aan een structurele en permanente aanpassing van de staatssteunregels. Alleen op die manier kan Europa een aantrekkelijk vestigingsklimaat blijven bieden voor internationaal toptalent en kapitaal.

De impact op de Europese economie

De discussie over de OIM-definitie staat niet op zichzelf. Het raakt rechtstreeks aan de bredere Europese doelstellingen voor economische autonomie en concurrentiekracht. De Europese Unie werkt al langer aan de versterking van de kapitaalmarktunie 🔗. Het doel hiervan is grensoverschrijdende investeringen te vergemakkelijken. Ook moeten de financieringskosten voor bedrijven omlaag 🔗.

Het harmoniseren van insolventieregels is een belangrijk onderdeel van deze strategie. Innovatieve bedrijven krijgen door verouderde definities soms geen toegang tot kapitaal. Als dit zo blijft, mislukt de hele strategie. Zonder voldoende groeikapitaal wijken Europese startups uit naar andere werelddelen. Zij schalen dan daar op. Dit betekent een direct verlies van hoogwaardige werkgelegenheid en technologische kennis voor Europa. De economische impact is dus enorm. Europa wil haar strategische autonomie waarborgen. Veelbelovende technologieën moeten daarom binnen de Europese grenzen kunnen rijpen. Een flexibele en realistische definitie van gezonde bedrijven is daarvoor een absolute randvoorwaarde.

Concrete oplossingen op tafel

In het ingediende document dragen de acht lidstaten twee concrete oplossingen aan 🔗. Deze moeten de knelpunten direct wegnemen. De eerste voorgestelde oplossing is om quasi-eigen vermogen expliciet op te nemen in de berekening van de OIM-definitie 🔗. Hierdoor tellen achtergestelde leningen en converteerbare instrumenten voortaan mee als buffer. Dit sluit veel beter aan bij de moderne praktijk van durfinvesteerders. De tweede voorgestelde oplossing richt zich specifiek op het midden- en kleinbedrijf 🔗. De coalitie wil de huidige uitzonderingsperiode voor jonge kleine en middelgrote ondernemingen verlengen 🔗. Nu geldt er vaak een uitzondering van slechts enkele jaren voor jonge bedrijven. De landen willen deze periode verlengen naar maar liefst 15 jaar 🔗. Dit geeft innovatieve bedrijven de broodnodige ademruimte. Zij kunnen hun technologieën dan volledig uitwerken en commercialiseren. Deze maatregelen kosten de Europese Unie geen extra geld. Het vereist enkel een modernisering van de bestaande juridische kaders.

Ontbrekende schakel

De bal ligt nu bij de Europese Commissie in Brussel. De indiening van het voorstel valt samen met een bredere Europese beweging. De EU wil namelijk het insolventierecht harmoniseren [4, 7]. De Raad van de EU nam in het voorjaar van 2026 al een nieuwe richtlijn aan 🔗. Deze stemt de procedures rondom faillissementen beter op elkaar af. Deze stappen moeten de rechtszekerheid voor investeerders vergroten en de kapitaalmarkt versterken.

De aanpassing van de OIM-definitie is de ontbrekende schakel in deze grote hervorming. Er is nog geen harde deadline voor een formeel wetsvoorstel van de Commissie. Toch is de druk vanuit de lidstaten nu maximaal. Minister Herbert en haar Europese ambtgenoten zullen de druk op de ketel houden tijdens de komende ministeriële bijeenkomsten. De toekomst van de Europese techsector hangt immers af van snelle en daadkrachtige besluitvorming in Brussel.