EU-label voor datacenters: maas in de wet via groencertificaten
Datacenters in de EU krijgen mogelijk een energielabel, net als koelkasten. Zo werken de A-tot-G-scores, en waar ze tekortschieten.
Published on September 23, 2026
.jpg&w=2048&q=75)
© Equinix
Mauro verruilde Sardinië voor Eindhoven en volgt als GREEN+ expert de energietransitie. Hij vertelt data-gedreven verhalen en maakt series over duurzaamheid.
De Europese Commissie heeft een nieuw EU-breed beoordelingssysteem voorgesteld om de energie- en waterefficiëntie van datacenters te meten. Het kader moet zorgen voor meer transparantie in een sector die naar verwachting in 2030 3,2% van de elektriciteit in de EU zal verbruiken. Een maas in de criteria zou datacenters die op fossiele brandstoffen draaien echter in staat kunnen stellen hoge scores te behalen door hun uitstoot te compenseren met groencertificaten.
Het voorgestelde systeem geldt voor datacenters met een capaciteit van meer dan 500 kW. Het gaat om zo'n 770 faciliteiten die onder bestaande EU-regels al verplicht zijn te rapporteren. Elk datacenter krijgt een label van A (meest efficiënt) tot G (minst efficiënt), op basis van vijf kernindicatoren: energieverbruik, waterverbruik, hergebruik van restwarmte, opwekking van schone energie en flexibiliteit richting het stroomnet.
Het voorstel komt op een moment dat de Commissie de datacentercapaciteit in de EU de komende vijf tot zeven jaar wil verdrievoudigen, om haar ambities op het gebied van AI en digitale autonomie te ondersteunen. Teresa Ribera, uitvoerend vicevoorzitter voor de Green Deal, benadrukte dat "een verdrievoudiging van onze datacentercapaciteit niet mag betekenen dat de druk op onze stroomnetten, ons water en onze energierekeningen ook verdrievoudigt."
De eerste labels worden in 2027 verwacht. Het Europees Parlement en de Raad krijgen eerst twee maanden om het systeem te toetsen voordat het in werking treedt. In 2024 verbruikten datacenters in de EU 68 TWh aan elektriciteit. Volgens prognoses stijgt dat tot 114 TWh in 2030.
Beloning voor netflexibiliteit en hergebruik van restwarmte
Het systeem beloont datacenters die bijdragen aan de stabiliteit van het stroomnet via vraagsturing, eigen opwekking van hernieuwbare energie en batterijopslag. Ook hergebruik van restwarmte wordt gestimuleerd. Volgens de Commissie zou het benutten van de helft van de restwarmte van Europese datacenters genoeg zijn om 4 miljoen huishoudens te verwarmen.
De regeling bouwt voort op bestaande rapportageverplichtingen onder de Richtlijn energie-efficiëntie. Die verplicht datacenters om hun Power Usage Effectiveness (PUE), Water Usage Effectiveness (WUE), Energy Reuse Factor (ERF) en Renewable Energy Factor (REF) openbaar te maken.
Prestatienormen voor datacenters
Naast het beoordelingssysteem is de Commissie een openbare consultatie gestart over minimumnormen voor energieprestaties (MEPS) van datacenters. Die loopt tot 14 december 2026. Anders dan de labels zouden deze normen harde eisen stellen.
Een belangrijke eis betreft de PUE, een gangbare maatstaf in de sector voor de energie-efficiëntie van datacenters. De PUE wordt berekend door het totale energieverbruik van een faciliteit te delen door het energieverbruik van de IT-apparatuur. Een PUE van 1,0 betekent dat alle energie naar de IT-apparatuur gaat, zonder extra verbruik voor koeling of stroomomzetting. De voorgestelde drempels zijn een PUE onder 1,5 voor bestaande datacenters in 2030, onder 1,3 voor nieuwe datacenters vanaf het ontwerp, en onder 1,4 binnen drie jaar na ingebruikname. In Nederland moeten nieuwe datacenters nu al een PUE van 1,2 of lager hebben.
Voor water zouden de normen de WUE in 2030 begrenzen op 0,4 m³/MWh. Wat energiebronnen betreft zouden ze een Renewable Energy Factor van 100% vereisen: datacenters moeten in datzelfde jaar volledig op hernieuwbare energie draaien. De normen worden naar verwachting in het tweede kwartaal van 2027 juridisch bindend. De handhaving ligt bij de lidstaten.
Een groen label kopen
Een wezenlijke tekortkoming in het voorstel kan deze doelen ondermijnen. Zoals EUobserver opmerkt, zouden datacenters volgens de voorgestelde regels hun fossiele energieverbruik kunnen compenseren door jaarlijks groencertificaten te kopen. Een datacenter dat 's nachts op kolen of gas draait, kan zich dan toch met een 'groen' label tooien, zolang het genoeg certificaten koopt om het jaarverbruik te dekken.
Omdat de regels niet vereisen dat hernieuwbare energie per uur of per seizoen wordt afgestemd op het werkelijke verbruik, kunnen datacenters die op fossiele brandstoffen draaien aan de criteria voldoen zonder hun CO₂-voetafdruk te verkleinen. Het probleem reikt bovendien verder dan de labels. Als ook de REF-eis van 100% met certificaten kan worden gehaald, verzwakt de maas in de wet ook de bindende prestatienormen.
Brancheorganisaties hebben een ander bezwaar. Zij bekritiseren de uniforme labelcriteria omdat die geen rekening houden met regionale verschillen in klimaat en waterschaarste, wat volgens hen de efficiëntiecijfers kan vertekenen.
Naleving blijft achter
De naleving van de rapportageplicht is wisselend. Een Commissieambtenaar die anoniem wilde blijven, vertelde verslaggevers dat dit jaar slechts de helft van de 770 verplichte datacenters gegevens over hun energie- en waterverbruik heeft gerapporteerd.
De Commissie erkent deze problemen, maar houdt vol dat het beoordelingssysteem een stap is naar meer transparantie en duurzaamheid. Ze heeft toegezegd de effectiviteit ervan eind 2028 te evalueren. Dan zou duidelijker moeten zijn of een label dat met jaarlijkse certificaten te verdienen is, veel zegt over de werkelijke milieu-impact van een datacenter.
