Eén vergeten uitvinder kan een heel patent laten verdwijnen
In een serie blogposts geeft Marco Coolen een inkijkje in zijn werk als Nederlands en Europees octrooigemachtigde bij AOMB.
Published on September 6, 2026

Marco, octrooi-expert bij AOMB sinds 2013, deelt op IO+ zijn expertise op over octrooien: hoe ze werken, waarom ze belangrijk zijn en wanneer ze hun waarde verliezen.
De meeste ondernemers denken bij een patent aan techniek. Werkt de uitvinding? Is het nieuw? Is het inventief genoeg? Logische vragen. Maar soms gaat een patent helemaal niet onderuit op de inhoud. Soms zit het probleem in iets veel eenvoudigers.
Een naam.
Dat bleek onlangs in een Amerikaanse rechtszaak: Fortress Iron v. Digger Specialties. Daar draaide de discussie niet om de vraag of de uitvinding nieuw was. Ook niet of het patent goed was geschreven. Het probleem zat ergens anders.
Eén mede-uitvinder ontbrak op het patent.

Marco Coolen, AOMB. Foto © Bart van Overbeeke
Dat klinkt als een administratieve fout die later wel rechtgezet kan worden. Maar zo eenvoudig bleek het niet. De betreffende persoon kon jaren later niet meer worden opgespoord. Daardoor kon de fout niet meer worden hersteld.
Het gevolg was ingrijpend: het patent werd ongeldig verklaard. Niet omdat de technologie tekortschiet. Niet omdat de aanvraag slecht was opgesteld. Maar omdat niet alle uitvinders correct waren vermeld. Dat voelt misschien streng, maar vanuit het patentsysteem is het logisch. Een patent begint immers bij de uitvinder. Wie inhoudelijk heeft bijgedragen aan de totstandkoming van een uitvinding, heeft het recht om als uitvinder te worden genoemd.
Niet meer. Maar ook niet minder.
Dat staat los van eigendom. Een uitvinder hoeft geen eigenaar van het patent te zijn. De rechten kunnen gewoon bij een werkgever liggen. Ook hoeft een uitvinder geen financieel belang te hebben. De erkenning als uitvinder is een juridisch feit dat niet verdwijnt omdat iemand in loondienst werkt of afstand heeft gedaan van zijn rechten.
Juist daarom is dit verhaal ook relevant voor Nederlandse bedrijven. Veel Nederlandse ondernemers vragen naast Europese bescherming ook patenten aan in de Verenigde Staten. Daar kunnen andere regels en andere gevolgen gelden dan men gewend is. Zeker wanneer wordt samengewerkt met externe partijen, leveranciers, consultants, onderzoekers of tijdelijke krachten kan het ingewikkeld worden om achteraf vast te stellen wie precies welke bijdrage heeft geleverd.
En dat is precies waar het risico ontstaat. Dit soort fouten ontstaan zelden door kwade wil. Meestal gebeuren ze tijdens de hectiek van innovatie. Ideeën vliegen over tafel tijdens vergaderingen. Een leverancier doet een slimme suggestie. Een engineer lost een technisch probleem op. Een consultant draagt een cruciaal inzicht aan.
Maanden later ligt er een succesvolle uitvinding. Maar niemand weet nog exact wie welk puzzelstukje heeft aangeleverd. Op dat moment lijkt het misschien een detail. Totdat het patent echt belangrijk wordt. Bijvoorbeeld wanneer een concurrent opduikt. Wanneer een investeerder due diligence uitvoert. Of wanneer een rechtszaak ontstaat en de bescherming daadwerkelijk moet worden gehandhaafd.
Dan wordt ineens gekeken naar de fundamenten van het patent. En dan kan één ontbrekende naam voldoende zijn om jarenlang werk onderuit te halen. De les is daarom verrassend eenvoudig. Documenteer tijdens de ontwikkeling niet alleen wat je uitvindt, maar ook wie eraan heeft bijgedragen. Niet omdat iedereen eigenaar moet worden van het patent, maar omdat je later wilt kunnen aantonen hoe de uitvinding tot stand is gekomen.
Want soms zit het grootste risico van een patent niet in de techniek. Maar in een naam die ontbreekt.

De wereld van de octrooien
Aan de hand van Nederlands en Europees octrooigemachtigde Marco Coolen (AOMB) krijgen we een beter inzicht in de wereld van octrooien. Hoe werkt het, waarom zijn ze belangrijk, maar ook: wanneer verliezen ze hun nut?
