Eindhoven, Belgisch Limburg en Kempen: samen voor innovatie
Eindhoven, Belgisch Limburg en het Antwerpse Kempen versterken grensoverschrijdende samenwerking.
Published on March 24, 2026

Links naar rechts: Noël Slangen, Tom Vandeput, Jeroen Dijsselbloem, Luk Lemmens, Ward Kennes © Amber van Kempen
Masterstudente journalistiek aan de RUG, stagiair bij IO+, schrijft graag over de integratie van AI in het dagelijks leven
De Metropoolregio Brainport Eindhoven, Belgisch Limburg en de Antwerpse Kempen gaan nauwer samenwerken op het gebied van innovatie, economie, bereikbaarheid en ruimtelijke ontwikkeling. Op 18 maart 2026 ondertekenden zij een tweejaarlopende samenwerkingscharter gericht op het versterken van hun economische en ruimtelijke banden.
Door innovatieclusters en ruimtelijk-economische ontwikkelingen beter op elkaar af te stemmen, zien zij kansen om de economische positie van het grensgebied te versterken en een evenwichtige groei te realiseren.
De regio Eindhoven telt inmiddels zo’n 6.000 tot 7.000 bedrijven en staat onder grote druk. Volgens Jeroen Dijsselbloem, voorzitter van de Metropoolregio Eindhoven en Stichting Brainport, is dergelijke evenwichtige groei daarom onvermijdelijk: “Niet alles kan hier.”
Indrukwekkende groei, maar ook uitdagingen
“De cijfers van Eindhoven zijn indrukwekkend”, benadrukt Tom Vandeput, voorzitter van POM Limburg en gedeputeerde van de provincie Limburg. Hij spreekt van een regio die enthousiasme oproept en kansen biedt voor Belgisch Limburg: "Zulke walvissen als Brainport moeten we juist tegemoet zwemmen. We moeten er niet voor uitwijken”, zegt Vandeput.
De geschiedenis mag zich niet herhalen
Antwerpen staat historisch gezien niet bekend als een stad waar bedrijven makkelijk kunnen uitbreiden. Denk bijvoorbeeld aan Philips. Het bedrijf had een fabriek in Antwerpen gevestigd, maar omdat de regio op meerdere vlakken, zoals economisch, niet voldoende kon betekenen, was vertrek noodzakelijk.
Ook Ford had sinds 1964 een grote auto-assemblagefabriek in Genk, Limburg. Deze sloot echter in 2014 wegens een reorganisatie. Bedrijven uit Eindhoven mogen bij een uitbreiding naar Antwerpen of Limburg niet hetzelfde lot treffen; dat zou zowel voor de bedrijven als voor de regio’s nadelig zijn.
Volgens Ward Kennes, voorzitter van het Streekplatform Kempen, is de situatie nu fundamenteel anders. De economische basis is breder en de regio is minder afhankelijk van één speler. “Wij willen opschaling en diversificatie aanmoedigen en er is al veel samenwerking tussen bedrijven in Eindhoven, Belgisch Limburg en Antwerpen”, aldus Kennes.
Waar ligt de focus?
De samenwerking richt zich op vier innovatieclusters waarin de regio’s elkaar versterken.
Binnen het cluster High Tech ligt de nadruk op precisietechnologie, zoals 3D-printen, semicon en robuuste elektronica. Ook grote wetenschappelijke projecten, zoals de Einstein Telescope, maken hier deel van uit.
Smart en Clean Mobility richt zich op het beter benutten van testinfrastructuur over de grens en het versnellen van mobiliteitsinnovaties. Een belangrijk speerpunt daarbij is de elektrificatie van vrachtvervoer.
Bij Biobased Materialen en Circulair Bouwen ligt de focus op duurzaam bouwen, zoals circulair slopen, hergebruik van grondstoffen en het opschalen van biobased materialen.
Het laatste cluster had zich op de valreep toegevoegd, namelijk life sciences. Hierbij wordt er geconcentreerd op innovatie binnen de zorg en de medische wetenschap.
Tegelijk blijft de samenwerking open voor nieuwe domeinen in de (nabije) toekomst, zoals AI.
Weinig weerstand tot nu toe
Opvallend is dat er tot nu toe weinig kritiek klinkt. Volgens Dijsselbloem zijn er nog “geen negatieve reacties, want de druk op regio Eindhoven wordt verlicht.” Tegelijk blijft hij realistisch: “Het kan alleen als het kan.” Bijvoorbeeld: het stimuleren van bedrijven om zich te verplaatsen of uit te breiden richting Antwerpen of Belgisch Limburg werkt niet als er te veel bouwbeperkingen zijn of als inwoners zich verzetten tegen nieuwe ontwikkelingen in hun regio.
Woningbouw en ruimtelijke keuzes
Naast de innovatieclusters zijn er ruimtelijk-economische ontwikkelingen nodig. Mensen die met bedrijven meeverhuizen moeten ergens terecht kunnen. De komende twee jaar willen de regio’s de woningbehoefte nauwkeurig in kaart brengen. Lemmens: “Meten is weten.” Op deze manier ontdekken zij waar er gebouwd kan worden en wat de restricties zijn.
De uitdaging zit niet alleen in aantallen, maar ook in keuzes. Steden willen de hoogte in bouwen, terwijl dorpen hun karakter willen behouden. De betrokken partijen willen onderzoeken waar mensen willen wonen en werken. “Inwoners kiezen uiteindelijk zelf hun plek,” zegt Dijsselbloem, “maar misschien kunnen we wel sturen door bepaalde plekken aantrekkelijker te maken.” Als voorbeeld noemt Dijsselbloem dat een strategisch geplaatst busstation in een omgeving die ruimte biedt voor groei, mensen en bedrijven kan aantrekken om daarheen te verplaatsen. De realisatie van dit deel van de charter vraagt volgens Dijsselbloem wel intensieve planologie.
Verplaatsing van mensen tussen de regio's
Het gebied van mobiliteit vraagt meer dan een goed geplaatste bushalte. Ondanks dat reizen tussen Eindhoven, Limburg en Antwerpen met de auto relatief goed gaat, blijft het openbaar vervoer nog achter voornamelijk in België zeggen de partijen. Vanuit Den Haag klinken wel positieve signalen over mogelijke investeringen in spoorlijnen en tramverbindingen tussen de regio’s.
Voor de korte termijn wordt gekeken naar snelbusverbindingen, zegt Kennes. “Er moet ook gewerkt worden aan een trein- of tramverbinding, maar dat is meer een langetermijnplan,” gaat Kennes verder.
Vooruitkijken
Met het ondertekenen van het charter is de eerste stap gezet, maar de echte uitdaging ligt in de uitvoering. “Er ligt veel werk op de plank”, zegt Dijsselbloem. Maar zoals Lemmens het samenvat: “We gaan nu aan de slag!”