Een mislukte innovatie bestaat bijna niet
In een serie blogposts geeft Marco Coolen een inkijkje in zijn werk als Nederlands en Europees octrooigemachtigde bij AOMB.
Published on September 20, 2026

Marco, octrooi-expert bij AOMB sinds 2013, deelt op IO+ zijn expertise op over octrooien: hoe ze werken, waarom ze belangrijk zijn en wanneer ze hun waarde verliezen.
Ondernemers zijn vaak verrassend streng voor hun eigen innovaties.
Een nieuw product slaat niet direct aan? Dan was het idee blijkbaar niet goed. Een prototype blijkt niet geschikt voor de markt waarvoor het bedacht was? Dan gaat het project de la in. En wanneer klanten er niet meteen warm voor lopen, wordt al snel geconcludeerd dat de innovatie is mislukt.
Maar de geschiedenis van innovatie vertelt een heel ander verhaal. Veel van de technologieën die later enorme successen werden, begonnen namelijk als oplossing voor een probleem dat ze uiteindelijk helemaal niet oplosten.

Neem celluloid. Aan het einde van de negentiende eeuw ontstond er een praktisch probleem. Biljartballen werden gemaakt van ivoor en dat materiaal werd steeds schaarser en duurder. Fabrikanten gingen daarom op zoek naar een alternatief. Celluloid werd ontwikkeld als vervanger van ivoor en leek aanvankelijk precies dat te kunnen bieden.
Op papier zag het er veelbelovend uit. In de praktijk viel het tegen. Het materiaal was instabiel, gevoelig voor vervorming en bovendien behoorlijk brandbaar. Niet bepaald eigenschappen waar je rustig een avondje mee wilt biljarten. Als je puur naar de oorspronkelijke toepassing kijkt, zou je kunnen concluderen dat het project niet echt een succes was.
Maar daar stopte het verhaal niet. Want terwijl de ene groep vooral keek naar wat celluloid níét goed kon, zagen anderen iets anders. Zij zagen geen biljartbal. Ze zagen een nieuw materiaal met unieke eigenschappen. Een materiaal dat licht was, vormbaar en in grote hoeveelheden geproduceerd kon worden.
Daardoor ontstonden compleet nieuwe toepassingen. Eerst in de fotografie. Daarna in de filmindustrie. Wat begon als een poging om een biljartbal te vervangen, groeide uit tot een technologie die de basis vormde voor een compleet nieuwe manier om beelden vast te leggen en verhalen te vertellen. De techniek veranderde nauwelijks. De toepassing veranderde alles.
Dat patroon zie je opvallend vaak terug. Innovaties mislukken zelden omdat de techniek waardeloos is. Veel vaker blijkt dat de eerste markt niet de juiste markt was. De eerste klant niet de juiste klant. Of het eerste probleem simpelweg niet het probleem waarvoor de technologie het meest geschikt bleek.
Ook ondernemers lopen daar regelmatig tegenaan. Ze ontwikkelen een oplossing voor één specifieke toepassing en raken teleurgesteld wanneer die markt niet reageert zoals gehoopt. Vervolgens verdwijnt het idee naar de achtergrond, terwijl de echte kans misschien net om de hoek ligt.
Juist daarom is het verstandig om af en toe een stap terug te doen. Niet alleen te kijken naar wat een innovatie doet, maar ook naar waar die waarde kan creëren. Soms blijkt een technologie veel interessanter in een sector waar je aanvankelijk nooit aan had gedacht.
De geschiedenis van celluloid laat zien dat innovatie zelden een rechte lijn volgt. Een uitvinding begint vaak op plek A en eindigt uiteindelijk op plek Z. Onderweg verandert niet altijd de techniek, maar wel het inzicht in waarvoor die techniek geschikt is.
Daarom is de belangrijkste vraag niet altijd: werkt mijn innovatie? Soms is de betere vraag: waar werkt mijn innovatie? En dat verschil kan zomaar het begin zijn van een compleet nieuwe industrie.

De wereld van de octrooien
Aan de hand van Nederlands en Europees octrooigemachtigde Marco Coolen (AOMB) krijgen we een beter inzicht in de wereld van octrooien. Hoe werkt het, waarom zijn ze belangrijk, maar ook: wanneer verliezen ze hun nut?
