Logo

Een eigenzinnig jongetje uit Overijssel werd windpionier

In het drieluik De jonge jaren van een uitvinder onderzoeken we hoe de jeugd van uitvinders eruitzag en welke ervaringen hen vormden.

Published on August 31, 2026

Rikus

Onze DATA+ expert en hoofdredacteur Elcke Vels duikt in AI, cyber security en innovatie. In haar ‘What if…’ column verkent ze gedurfde scenario’s buiten de status quo.

Een windturbine die goedkoper en efficiënter is dan bestaande modellen: dat is het disruptieve idee van het Nederlandse TouchWind. De man daarachter is uitvinder Rikus van de Klippe, een ogenschijnlijk ‘gewone’ jongen uit het Overijsselse Heino. In dit kleine dorp, midden in een boerengemeenschap, ontdekte hij al vroeg dat hij geen meeloper was. “Ik hoorde er eigenlijk niet bij.” 

Oude kinderfoto’s hebben iets bijzonders. Je bladert er doorheen en ineens zie je details die je vroeger nooit zijn opgevallen. Van de Klippe pakt er een oude schoolfoto bij. Aan het kiekje uit groep acht valt hem iets op. De hele klas stond bij elkaar tijdens een schoolreis naar Schiphol. Eén jongetje stond een halve meter aan de zijkant. “Dat jongetje ben ik”, zegt hij. “Als kind was ik niet degene die midden in de groep stond. Niet omdat de anderen mij buiten de groep zetten, maar omdat ik zelf altijd een positie innam van: ik hoor er niet helemaal bij.” 

Achteraf gezien ziet hij daarin een eigenschap die bepalend werd voor zijn latere uitvinderscarrière: een diepgewortelde afkeer van conformisme. “Als iets moest omdat iedereen het deed, dan deed ik het juist niet.”

Rikus

Foto: Rikus

Fietsen uit elkaar halen

Hij deed zijn eigen ding, maar had wel een paar kameraden. Ze speelden samen buiten en waren vaak bezig met dingen maken. Bij een van zijn vriendjes thuis stond een schuur vol oude fietsen, herinnert Van de Klippe zich. “Samen maakten we daar de gekste creaties van. We monteerden twee fietsen op elkaar; dat soort gekke dingen.” Er lagen in de schuur soms wel tien fietsen uit elkaar. 

Een levensveranderende gebeurtenis

Of de uitvinder altijd al zijn eigen plan trok? “Voor zover ik me kan herinneren.” Rond zijn derde jaar maakte het gezin een ingrijpende gebeurtenis mee die daaraan bijdroeg. Van de Klippe was het eerste kind. Hij wist dat er een broertje of zusje op komst was, maar het bleken er twee. “De bevalling van mijn moeder verliep heel zwaar. Sterker nog: zij had een bijna-doodervaring.”

Voor Van de Klippe was het een traumatische ervaring om zijn moeder bijna te verliezen. Achteraf ziet de ondernemer deze gebeurtenis als een belangrijk moment in de ontwikkeling van zijn zelfstandigheid. “Ik realiseerde me dat je de situatie eigenlijk nooit kunt vertrouwen. Want op de ene of andere dag kan alles veranderen.”

Ergens in vastbijten

Op eigen benen staan, in de garage bezig zijn met knutselprojecten: het zijn eigenschappen die passen bij het beeld van een uitvinder. Toch droomde de jongen uit Heino er op jonge leeftijd niet van om er een te worden. 

Ook op de middelbare school was dat nog niet aan de orde. Van de Klippe haalde prima cijfers. “Gewoon goed, maar niet extreem”, zegt hij zelf. In die periode ontdekte hij wel een belangrijke eigenschap die later kenmerkend zou worden voor zijn uitvinderscarrière: als iets hem echt interesseerde, kon hij zich er volledig in vastbijten. Dat merkte hij bijvoorbeeld in de vierde klas, toen hij stereometrie kreeg, een vak waarbij ruimtelijk inzicht en driedimensionaal denken centraal stonden. “Dat vond ik ineens hartstikke leuk en dan haalde ik ineens achten en negens.” 

Pilotendroom

Terwijl de uitvindersdroom op zich moest laten wachten, stortte Van de Klippe zich ondertussen op iets anders: vliegen. “Als kind droomde ik ervan om piloot te worden. Dat heb ik heel lang gewild. Die droom kwam zelfs dichtbij: ik doorliep meerdere selectierondes voor de KLM.” Uiteindelijk liep het bij de laatste test mis. Daar werd niet alleen gekeken naar zijn technische kwaliteiten, maar ook naar hoe hij zich presenteerde. “Dan moest je in pak verschijnen; kijken of je representatief was. En Rikus past niet in een uniform”, zegt hij lachend. Hier werd weer eens duidelijk: aanpassen zat er niet in.

Aerodynamica, krachten en beweging

Wetende dat hij geen piloot zou worden, stapte de uitvinder-in-spe over op vliegtuigbouwkunde in Delft. “Ik leerde alles over aerodynamica, krachten en beweging.” Kennis die jaren later een sterke basis zou vormen voor zijn werk in de windtechnologie.

Veel afgestudeerden vonden hun weg naar de militaire technologie. Vakken als supersonische aerodynamica sloten daar goed op aan. In eerste instantie had Van de Klippe weinig met het vak, maar bij de herkansing begon de achterliggende theorie hem juist te fascineren. Hij verdiepte zich erin en haalde uiteindelijk het hoogste cijfer van de groep. 

Toch zag hij zichzelf niet werken in de militaire sector. “Mijn pacifistische overtuigingen stonden een carrière in die richting in de weg.” Langzaam verschoof zijn aandacht naar de vraag hoe techniek op andere manieren kon bijdragen aan de toekomst van de samenleving. 

Autoloze zondagen

Een zondag in 1973 vormde een belangrijk moment in de ontwikkeling van Van der Klippe als uitvinder. Nederland zat midden in de oliecrisis. Door een conflict tussen Israël en verschillende Arabische landen ontstond wereldwijd een tekort aan olie. In Nederland leidde dat tot de invoering van autoloze zondagen: op bepaalde zondagen mochten mensen hun auto niet gebruiken om brandstof te besparen.

Voor veel Nederlanders was het een bijzondere ervaring. Straten en snelwegen, normaal gevuld met verkeer, werden ineens stille plekken waar mensen konden wandelen en fietsen. Ook Van de Klippe stapte die zondagen op de fiets. 

Dat beeld zette hem aan het denken. De crisis maakte duidelijk hoe afhankelijk de samenleving was van fossiele brandstoffen. Met zijn achtergrond in vliegtuigbouwkunde en aerodynamica zag hij een mogelijke oplossing. “Ik dacht: ik heb vliegtuigbouwkunde gestudeerd, ik begrijp aerodynamica, dus ik ga iets met windmolens doen.” 

Drie windstartups

En zo geschiedde. De uitvinder richtte zijn eerste startup op, ZonneWind (1984), gevolgd door een tweede, Aerolift (2001). Bij beide bedrijven stond een belangrijke vraag centraal: hoe kan windenergie slimmer en efficiënter worden opgewekt? Uiteindelijk kwam alles samen in TouchWind, het bedrijf waarmee hij sinds 2018 werkt aan een windturbine met een uniek kantelbaar rotorontwerp. In totaal werden voor TouchWind tien patenten aangevraagd. 

Een nieuw hoofdstuk

Na jaren van uitvinden, testen en technische uitdagingen overwinnen breekt voor TouchWind nu een nieuw hoofdstuk aan. Het bedrijf is bezig met opschaling en commercialisering. Een mooie mijlpaal, maar voor Van de Klippe is het een logisch moment om juist een stap terug te doen. “Zodat er in mijn agenda meer ruimte ontstaat voor waar ik goed in ben: bezig zijn met techniek.”

Eén ding is duidelijk: de uitvindersreis is nog lang niet voorbij.