Logo

Ecosystemen belemmeren regio-overschrijdend ondernemerschap

Onderzoek: startups gedijen bij toegang tot financiering, kennis en klanten - maar regionale grenzen in Nederland staan hen vaak in de weg.

Published on March 23, 2025

TU/e TU Eindhoven

Medeoprichter van Media52 en hoogleraar Journalistiek, bouwt aan IO+, events en Laio, met focus op commerciële kansen—en blijft schrijven voor IO+.

Ondernemerschap vindt niet plaats in een vacuüm en ondersteuning voor ondernemers zou dat ook niet moeten doen. Toch blijkt uit een nieuwe studie dat ecosystemen van ondernemers vaak meer worden gevormd door geografie dan door logica. Ondernemers kijken vaak verder dan hun eigen regio om toegang te krijgen tot essentiële middelen zoals financiering, kennis en klanten, maar actoren in het ecosysteem werpen vaak barrières op in plaats van bruggen te bouwen.

“Toegang krijgen tot hulpbronnen is de belangrijkste motivatie voor ondernemers om over de grenzen van het ondernemende ecosysteem heen te werken”, meldt het onderzoek van Jip Leendertse, Yvette Baggen, Maral Mahdad en Sharon Dolmans. Hun vermogen om dit te doen kan echter worden ondersteund of beperkt door het gedrag van andere actoren in het ecosysteem.

Dus wat kunnen deze actoren - universiteiten, incubators, overheden, investeerders - doen binnen hun eigen ecosystemen om contraproductief gedrag te vermijden en meer vloeiende, productieve ondernemersreizen te ondersteunen?

Een verhaal van drie ecosystemen

Het onderzoek is gebaseerd op drie hoogwaardige ondernemende ecosystemen in Nederland: Eindhoven, Utrecht en Wageningen. Deze regio's vormen de basis van de EWUU-alliantie, waarin de Technische Universiteit Eindhoven, Wageningen University and Research, de Universiteit Utrecht en het Universitair Medisch Centrum Utrecht samenwerken. Alle drie de ecosystemen voldoen aan een unieke set criteria: ze behoren tot de top 10% van Europese ondernemende ecosystemen, opereren binnen een gedeelde nationale context, hebben duidelijk gedefinieerde regionale grenzen, zijn geografisch verbonden en zijn verankerd door onderzoeksuniversiteiten. Elk ecosysteem heeft zijn eigen sectorale focus: Eindhoven op hightech, Wageningen op agrofood en Utrecht op gezondheid. Dit bood een gevarieerde lens om grensoverschrijdende interacties te begrijpen.

study

Uit het onderzoek

Begin met nadenken over je logica

Het onderzoek identificeert twee dominante institutionele logica's die het gedrag van ecosystemen vormgeven: regionale ontwikkelingslogica en startup ontwikkelingslogica.

  • De logica van regionale ontwikkeling geeft prioriteit aan het versterken van de lokale economie en dwingt vaak grenzen af die zijn afgestemd op provincies of gemeenten.
  • De logica van de ontwikkeling van startups daarentegen richt zich op de behoeften van de ondernemer.

Beide logica's kunnen naast elkaar bestaan, maar wanneer regionale ontwikkelingslogica's domineren, kan het resultaat beperkend zijn: steun is alleen beschikbaar voor lokale ondernemingen of ondernemers moeten verhuizen om in aanmerking te komen voor financiering. Een speler in het ecosysteem vatte het zo samen: “Als je een investering krijgt van een bepaald regionaal ontwikkelingsagentschap, dan moet je naar die regio verhuizen.”

Deze aanpak beschermt misschien lokale belangen op de korte termijn, maar beperkt de groei van ondernemers en ontmoedigt het soort grensoverschrijdende interacties die van vitaal belang zijn in kleine en sterk verbonden landen als Nederland. “We moedigen actoren aan om kritisch na te denken over hun logica en gedrag te veranderen dat het ondernemende ecosysteem contraproductief beïnvloedt.”

Vijf stappen die ecosysteem actoren kunnen nemen

Het onderzoek onderscheidt vijf manieren om de obstakels te doorbreken:

  1. Stel de grenzen die je afdwingt ter discussie - Worden niet-lokale startups impliciet of expliciet uitgesloten door de ondersteuningsprogramma's? Kijk dan goed of administratieve grenzen echt de ondernemer dienen of alleen de bureaucratie versterken.
  2. Stimuleer open netwerken - Sterke regionale netwerken zijn waardevol, maar kunnen een echokamer worden. Maak proactief links met actoren in andere ecosystemen en introduceer startups buiten de regio.
  3. Maak mobiliteit mogelijk zonder straf - Maak financiering of steun niet afhankelijk van fysieke verplaatsing. “Startups zouden niet het ene ecosysteem boven het andere moeten verkiezen”, merkte een ondernemer op. Flexibiliteit vergroot de kansen.
  4. Werk samen met soortgelijke organisaties - Incubators, investeerders en universiteiten in verschillende regio's staan vaak voor dezelfde uitdagingen. Het delen van kennis - en zelfs startups - kan de algehele kwaliteit van de ondersteuning verhogen. “Wij kunnen deze kennis niet aanbieden in Utrecht, maar zij wel in Leiden,” zei een ecosysteemspeler, die graag een startup doorverwees.
  5. Herdefinieer succescriteria - Stap af van KPI's die alleen het creëren van regionale banen of het behoud van startups meten. Een bredere impact, zoals het helpen van een onderneming om te slagen, zelfs als deze elders opschaalt, kan uiteindelijk waardevoller zijn.

Van concurrentie naar samenwerking

Er is ook hoop: volgens de onderzoekers zijn er veelbelovende tekenen dat de houding aan het veranderen is. Het onderzoek noemt verbeterde samenwerking tussen regionale ontwikkelingsinstanties en een groeiend bewustzijn onder ecosysteemspelers over de grenzen van een regio-eerst benadering. Toch is er nog werk aan de winkel.

Zoals een ecosysteemondersteuner het verwoordde: “In Nederland slaan regionale barrières nergens op, maar ze zijn er wel door het gedrag van bepaalde actoren.” Een ander voegde daaraan toe: “Nederland is daar te klein voor.”