Logo

Dit wil het nieuwe kabinet met wetenschap en digitale autonomie

De boodschap: economische kracht begint in de klas, krijgt vorm in het beroepsonderwijs en wordt verzilverd via innovatie en digitalisering.

Published on January 30, 2026

Binnenhof

© Rijksoverheid

Medeoprichter van Media52 en hoogleraar Journalistiek, bouwt aan IO+, events en Laio, met focus op commerciële kansen—en blijft schrijven voor IO+.

Met een stevige focus op basisvaardigheden, talentstrategie en digitale soevereiniteit wil het kabinet-Nederland weer concurrerend maken – economisch én maatschappelijk. Voor innovatie-ecosystemen zoals Brainport betekent is het goede nieuws: duidelijkheid, samenwerking en langjarige investeringen.

Het nieuwe coalitieakkoord van D66, VVD en CDA zet stevig in op onderwijs, wetenschap en digitalisering als fundamenten voor toekomstige welvaart. De analyse is scherp: Nederland verliest terrein op internationale ranglijsten, kampt met groeiende tekorten aan vakmensen en ziet zijn digitale afhankelijkheid toenemen. Volgens het kabinet kan alleen een structurele koerswijziging het tij keren, met leraren, onderzoekers en tech-ondernemers als sleutelspelers.

De boodschap is helder: economische kracht begint in de klas, krijgt vorm in het beroepsonderwijs en wordt verzilverd via onderzoek, innovatie en digitalisering.

Basisvaardigheden als economische noodzaak

Het akkoord spaart het onderwijs niet. Dalende prestaties in taal en rekenen, lerarentekorten en administratieve druk bedreigen volgens het kabinet niet alleen individuele kansen, maar ook het verdienvermogen van Nederland.

Daarom verschuift de focus naar structurele kwaliteitsverbetering. Leraren krijgen meer tijd voor professionele ontwikkeling, schoolleiders worden nadrukkelijker onderwijskundige leiders en de regeldruk moet omlaag. Opvallend is de keuze voor landelijke standaarden in lerarenopleidingen en verplichte bijscholing, wat het beroep toekomstbestendiger moet maken.

Voor het vmbo en mbo klinkt een duidelijke erkenning: juist daar ligt de sleutel tot het oplossen van personeelstekorten in techniek, zorg en energietransitie. Het beroepsonderwijs wordt expliciet gepositioneerd als ruggengraat van de regionale economie, met stabielere financiering en sterkere samenwerking met het bedrijfsleven.

Wetenschap als motor van ecosystemen

Universiteiten en hogescholen krijgen in het akkoord een dubbele rol toebedeeld: kennisproducent én aanjager van economische vernieuwing. Het kabinet wil richting de Europese norm van 3% van het bbp aan R&D-investeringen, met een grotere publieke bijdrage.

Belangrijker nog is de strategische benadering van talent. Nederland wil gerichter internationaal toptalent aantrekken en behouden, terwijl tegelijkertijd beter wordt gestuurd op studiekeuze en arbeidsmarktrelevantie. Engelstalige opleidingen blijven mogelijk, maar instellingen maken bindende afspraken over instroom en draagkracht.

Voor innovatieclusters – expliciet genoemd worden regio’s rond kennisecosystemen – betekent dit ruimte om internationaal talent te blijven aantrekken. In regio’s waar technologie, onderwijs en ondernemerschap samenkomen, kan dit het verschil maken tussen groei en stagnatie.

Campussen als springplank voor startups

Het kabinet ziet campussen nadrukkelijk als motoren voor startups en scale-ups. Valorisatie (het vertalen van kennis naar economische toepassingen) krijgt een prominentere plek. Universiteiten worden aangespoord tot meer samenwerking en specialisatie, minder concurrentie op studentenaantallen.

Voor technologie-intensieve regio’s zoals Brainport Eindhoven betekent dit mogelijk een versnelling van publiek-private samenwerking. De koppeling tussen fundamenteel onderzoek en ondernemerschap wordt explicieter, met aandacht voor sleuteltechnologieën zoals AI, halfgeleiders, quantum en fotonica.

Digitale autonomie als geopolitieke noodzaak

Digitalisering krijgt in het akkoord een strategische lading. Het kabinet beschouwt technologische afhankelijkheid van buitenlandse spelers als risico voor democratie en nationale veiligheid. Daarom wordt digitale autonomie het uitgangspunt van overheidsbeleid.

Concreet betekent dit:

  • voorkeur voor Europese cloud- en dataoplossingen,
  • standaardisering van digitale aanbestedingen,
  • investering in cybersecurity,
  • en versterking van technische capaciteit binnen de overheid.

Nederland wil niet langer alleen een proeftuin zijn, maar ook een opschaalland voor digitale innovaties. Publiek-private investeringen richten zich op AI, halfgeleiders en quantumtechnologie, sectoren waarin Nederland al een sterke positie heeft.

Talent als rode draad

Door het hele akkoord loopt één constante: talentontwikkeling. Van basisschool tot PhD, van zij-instromer tot internationaal onderzoeker: het kabinet ziet menselijk kapitaal als doorslaggevende factor in concurrentiekracht.

Studenten krijgen betere financiële voorwaarden, meer aandacht voor mentaal welzijn en een wettelijke stagevergoeding. Tegelijkertijd wordt scherper gestuurd op studiekeuze en arbeidsmarktkansen.

Van ambitie naar uitvoering

De kracht van het akkoord zit minder in spectaculaire nieuwe initiatieven en meer in structurele keuzes. De nadruk ligt op lange termijn, voorspelbaarheid en samenwerking tussen overheid, onderwijs en bedrijfsleven.

Voor innovatieplatforms en regionale ecosystemen betekent dit vooral duidelijkheid: investeren in kennis, talent en digitale infrastructuur blijft prioriteit. Maar het succes hangt af van uitvoering – en van het vermogen om nationale ambities lokaal te verankeren.

Als het kabinet slaagt in het versterken van basisvaardigheden, het aantrekken van talent en het vergroten van digitale autonomie, kan Nederland zijn positie als innovatieve kenniseconomie niet alleen behouden, maar uitbouwen. De komende jaren zullen uitwijzen of deze beleidskeuzes daadwerkelijk het vliegwiel vormen voor een nieuw tijdperk van duurzame groei.