Regionale hubs nu Defensie ook buiten vaste leveranciers zoekt
Een van de eerste opdrachten voor het nieuwe nationale instituut is dag en nacht toezicht houden op de Noordzee.
Published on November 7, 2026

Derk Boswijk, NIDT © defensie
Team IO+ selecteert en brengt de belangrijkste nieuwsverhalen over innovatie en technologie, zorgvuldig samengesteld door onze redactie.
Hoe houd je dag en nacht zicht op wat er in het Nederlandse deel van de Noordzee gebeurt? Het ministerie van Defensie legt die vraag voor aan startups, gevestigde bedrijven en onderzoekers. De oplossingen kunnen variëren van nieuwe sensoren voor toezicht tot autonome patrouillesystemen. Het is een van de eerste vraagstukken voor het pas opgerichte Nationaal Instituut voor Defensie Technologie (NIDT), dat een regionale hub in Delft, Eindhoven en Twente wil openen.
Defensie lanceerde het instituut op 5 november om nieuwe technologie sneller inzetbaar te maken voor de krijgsmacht en de productiecapaciteit in Nederland te vergroten. Het instituut krijgt zijn hoofdvestiging in Amsterdam, met hubs in de buurt van de technische universiteiten. Waar de hubs precies komen, is nog onduidelijk.
Van prototype naar productie
Het instituut vertrekt vanuit de vraagstukken van de krijgsmacht en zoekt teams die kunnen helpen die op te lossen. Het gaat ook langs bij universiteiten en hogescholen om te zien waaraan onderzoekers al werken. Veelbelovende ideeën kunnen samen met het instituut worden uitgewerkt tot werkende prototypes. Defensie wil de nieuwe technologie onder operationele omstandigheden beproeven, zodat militairen kunnen beoordelen of die in de praktijk werkt.
Sommige projecten beginnen met een idee voor iets wat de krijgsmacht nog niet kan. Andere bouwen voort op technologie die al rijp is voor productie. Er is geld gereserveerd om geslaagde innovaties aan te schaffen. Het medium noemt geen bedrag. Voor een jong bedrijf telt het vooruitzicht op zo’n eerste order. Het geeft een team reden om alvast na te denken over productie, terwijl het nog uitzoekt of de technologie aan de wensen van de klant voldoet.
Wat Twente al in huis heeft
In Twente komen kennis van radar en sensoren, hightech maakbedrijven en testfaciliteiten samen. Onder meer Thales, Aeronamic en Demcon zijn actief in de regio. Op Twente Airport, een voormalig militair vliegveld, worden de bijna drie kilometer lange landingsbaan en het gecontroleerde luchtruim al gebruikt om onbemande toestellen te testen. Ontwikkelaars van experimentele drones kunnen er beoordelen of hun technologie klaar is voor vliegproeven.
Defensie heeft Twente Airport al aangewezen als bestemming voor geplande vluchten met militaire vrachtdrones vanuit Deelen. Dat is een afzonderlijk programma en laat zien wat de regio een landelijk netwerk voor defensietechnologie kan bieden. Wie een onbemand toestel ontwikkelt, heeft ingenieurs en leveranciers nodig, maar ook een plek om ermee te vliegen.
Het NIDT begint als zelfstandige vennootschap binnen de holdingstructuur van TNO, met een eigen directie en raad van commissarissen. TNO biedt tijdelijk onderdak, zodat het instituut aan de slag kan terwijl Defensie een definitieve organisatievorm onderzoekt. De Noordzee is meteen een eerste proef voor het instituut zelf. Kan het zo’n breed vraagstuk vertalen naar oplossingen die bedrijven en onderzoekers ver genoeg kunnen ontwikkelen om de krijgsmacht ermee op zee te laten oefenen?
